Ministerie van Gezondheid, Welzijn en Wonen

Gezondheid, welzijn, en wonen zijn nauw met elkaar vervlochten. Niet alleen op financieel gebied – de woon- en zorgkosten vormen het grootste deel van de uitgaven van een gemiddeld Nederlands gezin – maar wonen en gezondheid zijn ook de meest belangrijke pijlers onder welzijn. Zorg en wonen hebben de drie B’s gemeen: bereikbaar, beschikbaar, betaalbaar. En laten we de eis van kwaliteit niet uitvlakken.

Een goede woning in een gezonde en veilige omgeving draagt bij tot welzijn en een minder gebruik van zorgaanbod. Het is niet voor niets dat steden als Rotterdam, Utrecht, Antwerpen en de meeste Duitse steden veel doen op het gebied van een gezond milieu en een lage emissiezone instellen. Maar de sprekendste voorbeelden waar gezondheid, welzijn, wonen en mobiliteit samengaan vind je in Scandinavië. Stockholm, Kopenhagen en Oslo zijn maar een paar bekende steden die ermee aan de weg timmeren.

Welzijn als het resultaat tussen de interactie van wonen en gezondheid maakt de ‘eerste lijn’ dagelijks mee. Zij zijn de kenners bij uitstek die je kunnen vertellen wat de meerwaarde is van een geïntegreerd beleid.
De morbiditeitsklachten door slecht wonen lopen van geboorte tot overlijden. Iedere leeftijdsklasse krijgt ermee te maken en des te jonger de klachten beginnen des te sneller zullen die uitgroeien tot chroniciteit. Ziekten die niet alleen de kwaliteit van leven negatief beïnvloeden en de leeftijdsverwachting naar beneden bijstellen, maar ook de zorgkosten per levensjaar steeds verder doen oplopen.
Morbiditeit die veroorzaakt wordt door wonen is bij ongewijzigde woonomstandigheden onoplosbaar, heeft een slechte prognose en is uitzichtloos voor de patiënt. Dat laatste is een cumulerende factor voor een negatief beeld van het welzijn.

Wonen (de som van woning, woonomgeving en milieu)is een belangrijke variabele voor de gezondheid en als som daarvan het welzijn. De relaties tussen de variabelen worden steeds duidelijker door groeiend wetenschappelijk onderzoek. Zo is er in Antwerpen veel onderzoek verricht naar de invloed van fijnstof op de vasculaire en pulmonaire morbiditeit. De resultaten zijn zonder meer schokkend. Kinderen die amper de kleuterschool ontgroeid zijn, hebben een significant lagere leeftijdsverwachting dan hun leeftijdsgenootjes in een minder schadelijke woonomgeving.

Willen we een volledig beeld ontwikkelen op het gebied van wonen en welzijn en de variabelen zoveel mogelijk op elkaar afstemmen dan spreekt er dus veel voor om het beleid op het gebied van de volksgezondheid en het welzijn te integreren met dat van wonen. Het huidige ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal naar een hoger niveau moeten worden gebracht, waarbij amateur sport naar Welzijn kan en de professionele sport naar Economische Zaken.

Het uiteindelijke doel zou dan kunnen zijn een ministerie van Gezondheid, Welzijn en Wonen.

Kiezers let op uw saeck!

Zo maar, op een stralende winterdag een handjevol titels over de digitalisering in de zorg (uit Zorgvisie ICT van 29 november 2016) in de media.

  • Revalidatiecentrum Reade presenteert Reuma Meter app
  • Uitslagen sneller op patiëntportaal Máxima Medisch Centrum
  • Zorg en ICT moeten zich aan elkaar aanpassen
  • Jeugd-ggz investeert 2 miljoen euro in e-health
  • Process mining helpt administratieve lasten verlagen

Op het eerste gezicht denk je misschien wel: geweldig die ontwikkelingen, dat gaat de goede kant op. Dan lees je de artikelen en word je al wat minder enthousiast. Dat zet je aan het denken.

Bijna ieder onderwerp slorpt een vermogen aan euro’s op voor veelal een relatief beperkte groep gebruikers. En is het allemaal wel zo nuttig voor de patiënt, gebruikersvriendelijk en wat is the return of investment? Wie betaalt al die ontwikkelingen, die als een pretpakket worden gepresenteerd?

Dat zijn jij en ik. Via de premie voor onze zorgverzekering en onze belastingaanslag. Het minste wat je verwacht is dan een controle op het financieel en maatschappelijk nut en het effect op de kwaliteit van zorg.
Nee dus, het is veelal ‘fact free software’, vergelijk het met spelletjessoftware, only fun!

De euro’s hadden beter kunnen worden gebruikt! Oké, dat vraagt om een datamodel en een informatieplan, want dat is toch wel het minste dat we als sponsoren mogen eisen?

Kiezers let op uw saeck!

A1, stiefkind van 157 km

Eén van de belangrijkste verkeerswegen in Nederland is de A1. Deze weg begint aan de oostkant van Amsterdam en eindigt ter hoogte van De Lutte aan de Duitse grens, waar deze snelweg doorgaat als Bundesautobahn 30 richting Osnabrück.

Belangrijkste snelweg tussen Amsterdam en Duitse grens
Het is een doorvoerweg naar Duitsland, Scandinavië en Oost-Europa. Heel veel vrachtverkeer maakt dan ook gebruik van deze weg. Nu is het verkeersbeleid in Nederland er op gericht, dat als er vijfbanen beschikbaar zijn, je 80km/u mag rijden, gaan deze over in 4-banen, dan is de maximumsnelheid 100 km/u, bij drie banen is de kans groot dat het gaspedaal tot 120 km/u mag worden ingetrapt. En….. op veel tweebaanswegen is de maximumsnelheid al vaak verhoogd naar 130 km/u. Hoe verzin je zo iets!

Verhoogde snelheid geen zin
A1 GoogleZo is het ook op stukken van de A1 van Amersfoort tot Hengelo. Je denkt dan ook even dat lange stuk lekker te kunnen doorrijden! Helemaal fout gedacht! Vier van de tien auto’s betreft een vrachtwagen, die met een maximum snelheid van 80 km/u zijn weg naar of van Duitsland zoekt.
Het is volkomen logisch, dat als je in een vrachtauto rijdt, die ruim 80 km/u kan rijden en je voorganger gaat 70 of 75 km/u, je er niet achter blijft hangen. Dus ga je passeren. Dat passeren is een hele toer! Hier gaat vaak vele minuten overheen. De luxe automobilist dient hierdoor zijn snelheid met 50 km/u te verlagen naar 80 km/u. Dit gebeurt aan de lopende band op deze tweebaansweg.

Bijna helft vrachtverkeer
A1 (11)Het is voor mij dan ook onbegrijpelijk, dat de verant- woordelijken van zo’n belangrijke weg pas in 2021 deze willen gaan verbreden naar driebaans. En dit, terwijl er nota bene al voldoende ruimte beiderzijds beschikbaar is om dit te doen. Tussen de linkerbaan van deze weg en de vangrail is ruimte genoeg om er een baan naast aan te leggen. Dit is ook gebeurd over drie km tussen Markelo en Lochem. Ook rechts van de weg behoeft men niet veel extra werk te verrichten om deze te verbreden. Over een breedte van ruim vijf meter is de strook al volledig op hoogte.

Verbreding niet uitstellen!
Het zou een zeer logische zaak zijn als de regering besluit om de verbreding van deze belangrijke verkeersader niet langer uit te stellen en op korte termijn zal verbreden. Het scheelt veel files, doorvoersnelheid en zeer veel ergernis.
IMG_2064Het vrachtverkeer zal dit initiatief zeer toejuichen en wellicht nog meer gebruik van gaan maken, wat filevorming op andere plekken ook weer zal verminderen!
Zeker het stuk van Deventer tot de Duitse grens (circa 70km) zou snel gerealiseerd kunnen worden. Er liggen beiderzijds al twee (onbewerkte) stroken, die breed genoeg zijn om een derde rijbaan aan te leggen.

Basisinkomen voor iedere burger

In de herfst van 2016 zullen de Zwitsers zich in een referendum kunnen uitspraken over een basisinkomen voor iedereen. Of je nu werkt of niet. Uitgerekend het zo conservatieve Zwitserland zou het eerste land ter wereld kunnen worden met een algemeen basisinkomen.

Het is een ingrijpende ontwikkeling, want alle uitkeringen, zoals werkeloosheid en kinderbijslag, worden natuurlijk geschrapt. Het geeft iedereen van geboorte tot de dood een vast bedrag. Wie werkt of een pensioen ontvangt, krijgt dit bedrag erbovenop. In het voorstel krijgt iedere Zwitser 2500 Zwitserse Frank. Voor ons zou dit overeenkomen met een besteedbaar inkomen van 1.000 tot 1.500 euro.

Is het zo’n gek voorstel?
De discussie over een basisinkomen is al eeuwen oud. Het komt er in grote lijnen op neer dat je de belasting op arbeid vervangt door belasting op consumptie. Kijk eens wat de cijfertjes ons vertellen. Grofweg wordt onze productieve economie gedaan door acht tot tien procent van de bevolking. Het gaat dan om landbouw, bouw, industrie en sectoren waar mensen effectief welvaart creëren door bijvoorbeeld auto’s te bouwen of wegen aan te leggen.
De meeste mensen in onze maatschappij zijn dus schoolgaand, werkeloos, gepensioneerd of werken in de dienstensector of bij de (semi-)overheid. Daarnaast nemen machines en computers steeds meer werk over. Doch in onze hoofden blijft het idee standhouden dat je geen geld kan hebben als je niet werkt. Het wordt zo de grootste vijand van onze welvaart.
Geld hebben is namelijk de grootste koopkracht, de motor van de economie. Immers economie is in beginsel niets anders dan het rondpompen van geld. Dus geld is de motor van onze economie, niet de jobs. Jobs zijn niet meer dan het gevolg ervan.

Pensioenen
Rutte en zijn vrienden Dijsselbloem, Wiebes en Schippers brengen met hun afroming van de inkomens dus helemaal geen welvaart voor Nederland.
Het niet indexeren van de pensioenen is er een voorbeeld van. Tot voor kort had een groot deel van de gepensioneerden een centje te verteren. Een economisch mooi plaatje, zeker bij het aantal babyboomers dat de komende jaren met pensioen gaat. Maar geen indexering betekent geen uitgaven en dat betekent geen jobs.
En wat dacht u dat de constant stijgende zorgpremie voor effect heeft op de economie? Met dank aan het graaigedrag van de overheid vinden onze kinderen steeds moeilijker een job. Tijd om anders te gaan denken.

Menselijk
En om het bij de zorg te houden, terug te keren naar een model van collectieve verzekering van het risico, met dito sturing. Natuurlijk is kostenberekening noodzakelijk, maar dan vanuit het model van effectiviteit en efficiency. Precies zoals dat ook voor een basisinkomen geldt.
Er is veel, heel veel te besparen bij de ineffectieve en inefficiënte overheid die onze economie en ons als mens ten goede komt. Of: hoe economie ook menselijk kan zijn.

Wat een koe de manager leert….

Guido Thys heeft het boek ‘8erlijk Management’ geschreven. Volgens Thys hebben managers een rotbaan. Ze worden geteisterd door stress, burn-out en depressie. En hun populariteit is ook verre van hét. Het management zoals we het kennen dateert uit de 19e en 20e eeuw en is hopeloos verouderd. Toch zou er hoop zijn voor de managers als ze het roer drastisch zouden omgooien. Hun prioriteiten moeten niet langer bij het managen van processen liggen, maar bij het leiden van mensen.

Guido Thys is een bekend en erkend deskundige, maar nu schrijft hij toch het zoveelste kladboek over een vaak overbodige en euroverbrandende laag in het bedrijf. Aan de ene kant stelt hij dat de huidige manager er niet zo veel van begrijpt, omdat z’n kennis gedateerd is. Oké, daar zijn de medewerkers en klanten het mee eens en wordt dagelijks bewezen.
Aan de andere kant stelt hij een verandering voor die niets minder is dan genmanipulatie om een nieuw ras in het bedrijf te brengen. Van managen naar leidinggeven. Omgaan met mensen, communiceren, brrrrrr. Da’s nu juist het missing gen van de manager. Dat bereik je niet door het lezen van een boekje en het volkladden van een werkboekje.

Ik stel voor dat we iedere schrijver van een managementboek verplichten tot een jaar lang koeien te weiden op een Zwitserse alm, hoog in de bergen ver weg van alle ruis. Observeren van de rustig grazende koeien die hun nakomelingen voor langstrekkende wandelaars beschermen is hun horizon. Hun eye-opener: niks geen gestress, rustig grazen, je werk mogen doen en de productie leveren.
Continue gaan ze om met verandering: van felle zon tot vernietigend onweer. Van alm naar alm. En wat blijkt, daar hebben de koeien helemaal geen overstresste leider voor nodig die hen zo nodig de grassprietjes moet aanwijzen, hun Milka-paars wilt kleuren en chocolademelk laten geven. Kijk naar je koeien, wees er goed voor, melk ze op tijd en bescherm ze. Dan gaan ze voor jou. It’s so simple.
Zo jammer dat we al twee eeuwen met management hebben verspeeld en er nu nog een derde aan zouden moeten koppelen. Niet doen!

Ik stel voor dat iedere leidinggevende een foto van koeien op z’n bureau plaatst en, wanneer hij de aandrang krijgt om een manager of consultant aan te trekken, daar naar kijkt en overpeinst wat zij er van zouden denken.

Dan komt het écht nog goed: blije medewerkers en klanten!

Is de gezondheidszorg er ook klaar voor?

We nemen de oprit Vinkeveen naar de A2 en voegen in richting Amsterdam. De Tesla spint in notime de snelheid van het verkeer. Geluidloos. De adrenaline raast door ons bloed, we gaan vandaag voor het autonome rijden. Durven we of niet? We klikken op de button op het beeldscherm en laten het stuur, stiekem, los. De Tesla blijft binnen de lijntjes en houdt keurig afstand. Eigenlijk is er op zo’n treintjesrijden helemaal niet zoveel aan merken we.

Het was een ritje autonoom rijden in de kinderschoenen. Het zal nog wel een decennium duren voordat het autonoom rijden echt van start kan gaan. Een, naast het ethische en het juridische, nog oplosbaar onderwerp is de communicatie tussen auto’s, de andere verkeersdeelnemers en de infrastructuur.
Wat daarvoor nodig is is een dekkend netwerk van sensoren met een zo’n kort mogelijke responstijd, kort gezegd de wachttijd van het uitzenden van een bericht en het ontvangen van de actie die daaruit voorkomt.
Bijvoorbeeld: een auto stuurt een bericht uit, dat er direct na de bocht van de Kerkstraat een vrachtwagen stil staat en dat remt het achterliggende verkeer af. Om dat te realiseren is er een responstijd van maximaal één milliseconde nodig. Met de huidige infrastructuur komen we op 40 milliseconden en dat kunnen we met de huidige stand van de techniek terugbrengen op 2 tot 3 milliseconden. Met de G5-technologie, de opvolger van G4, gaat dat lukken. Trouwens, de reactietijd van de doorsnee chauffeur ligt op 1 seconde.
Het autonoom rijden vraagt om een samenwerking tussen verschillende disciplines. De positie en de beweging van alle verkeersdeelnemers en de omgevingsfactoren beïnvloeden immers de actie van de autonoom rijdende auto. Die samenwerking is er daadwerkelijk en daarom zal de oplossing niet lang op zich laten wachten.

Als je in de gezondheidszorg werkt, verbaas je je erover hoe voortvarend de automobielindustrie met het onderwerp omgaat. In de zorg kun je je echt niet voorstellen, dat mensen binnen 5 tot 10 jaar hun gezondheidsgegevens digitaal kunnen versturen en binnen een milliseconde hierop een respons krijgen. Dat duurt nu weken………

Natuurlijk mag en kun je de gezondheidszorg niet één op één vergelijken met de automobielindustrie. Maar zoals ik al schreef, de infrastructuur is er straks, over 5 tot 10 jaar, wel klaar voor. En de automobielindustrie, in samenwerking met derden, lukt het de algoritmen te bepalen waarmee (bijna) real-time immense databestanden, big-data, worden geanalyseerd en een actie wordt bepaald.
Trouwens die digitale infrastructuur die het autonoom rijden mogelijk maakt, zou ook heel erg goed te gebruiken zijn voor medische data-analyse. Uw medische data wordt via sensoren verzameld op uw smartphone en verzonden via de bestaande infrastructuur. Dat verzenden kan voor patiënten op vastgestelde tijdstippen gebeuren en direct (real-time) voor allen bij een bepaling met een significante afwijking van de norm.

Die gegevens komen natuurlijk niet langer binnen bij de database van een zorgverlener. We spreken al snel over honderden terrabyte aan data die de sensoren per (potentiële) patiënt verzamelen. De database zou dus binnen de kortste keren uit z’n voegen barsten en geen enkele zorgverlener is in staat er een persoonlijke reactie op te geven. De gegevens staan in de cloud, worden ‘automatisch’ geanalyseerd en de verzender ontvangt een reactie.
Die automatische analyse zal nog wat voeten in de aarde hebben. Dat vraagt om heel wat know how, noem het maar digitale geneeskunde; het analyseren van de data en het geven van een reactie met een zo hoog mogelijke mate van betrouwbaarheid, op basis van de individuele patiëntdata en spiegeldata.

Is de gezondheidszorg er klaar voor? Nee, absoluut niet vergeleken met de snelheid die de automobielindustrie ontwikkelt. We hebben het in de zorg over technische ontwikkelingen, waarvan het belang niemand zal ontkennen en wat pilots links en rechts in digitale gegevensverzameling en –verwerking.
Het belangrijkst opvallende verschil is het gebrek aan samenwerking met derden in de gezondheidszorg. De gezondheidszorg kan dit niet alleen en zal professionals in hun domein moeten verwelkomen. Anders wordt het nooit wat.
En de bewijzen dat de gezondheidszorg er niet klaar voor is, zien we nog iedere dag in de medische pers. Ik noem maar de opwindende en ronkende verhalen over EPD’s en nieuwbouw. Het EPD is in de geschetste ontwikkeling volkomen achterhaald, omdat de medische dataverzameling die eraan komt zorgverlener overstijgend is. De huidige nieuwbouw die nog steeds geen rekening houdt met zorg op afstand en centralisatie van behandeling is een geprogrammeerde financiële put.

Wilt u de stappen met zevenmijlslaarzen die de automobielindustrie maakt in levende lijve zien, dan is in Europa de autotentoonstelling in Geneve in maart 2018, the place to be!

Laat mij het maar aanpakken ….

Gedurende 35 jaar ben ik werkzaam geweest binnen het zorgstelsel, niet als consultant of (interim)manager, maar in loondienst. Met een informatica opleiding trad ik in 1981 in dienst van het toengeheten Academisch Ziekenhuis Leiden (thans LUMC).

De ‘papierwinkel’ was enorm! Vertegenwoordigers van 6 verschillende afdelingen kwamen de zorgverleners lastigvallen om informatie. Ik vond dat dit anders moest en heb het initiatief genomen om een systeem te bouwen, waarin alle informatie aan elkaar werd gekoppeld met eenmalige vastlegging aan de bron, al dan niet digitaal.

Een deel werd digitaal aangeleverd (radiologie, isotopen, laboratoria). De (poli)klinische gegevens werden door de zorgverlener op eenvoudige wijze op de werkplek ingevoerd. De zes afdelen ontvingen hierdoor hun informatie. De Landelijke Medische Registratie werd voorzien van de benodigde gegevens en de declaraties aan de zorgverzekeraars cq patiënten rolden er automatisch uit. Kortom Snel, efficiënt, duidelijk en uit de eerste hand.

Om professioneel met het medisch personeel van gedachten te kunnen wisselen, heb ik, naast mijn werk, aan de Universiteit Leiden geneeskunde gestudeerd.

Nadat de inventarisaties binnen het AZL waren afgerond meldden 43 ziekenhuizen zich aan om ook van dit systeem gebruik te maken. Er werd besloten om het beheer van dit medisch-administratief en declaratiesysteem onder te brengen in een stichting, genaamd Stichting CBV (Centraal Beheer Verrichtingenbestand) gevestigd in Leiden.
Ik werd aangesteld als directeur en leidde een bureau met vier vaste medewerksters en een vijftigtal beheerders binnen de ziekenhuizen. Wij voedden de ziekenhuizen met alle basisinformatie. Het verrichtingenbestand bestond uit circa 38.000 codes, waaraan ook (inter)nationale codestelsels en tarieven waren gekoppeld.

In die tijd waren er in ons land jaarlijks nog drie mutatierondes voor de tarieven, afkomstig van het COTG (thans NZa). Alle codes werden binnen ons bureau in Leiden van de nieuwe tarieven voorzien en de ziekenhuizen hadden deze, voordat zij van kracht werden, al op hun systemen staan, zodat de declaraties niet stagneerden.
Tevens waren er in die tijd nog drie verschillende zorgverzekeringen met hun eigen tarieven: ziekenfonds, particulier en privé tarieven. Wij konden dit binnen ons bureau aan voor de bij ons aangesloten 44 ziekenhuizen. Op basis van onze gegevens kon er jaarlijks voor circa 6 miljard gulden aan declaraties tot op de cent worden verantwoord. Dit gebeurde allemaal door vijf medewerkers, die voor een ‘normaal’ salaris werkten! Bovendien stonden computers nog in de prille kinderschoenen.

Als ik nu zie hoe het zorgstelsel is verkwanseld! Van DBC (Diagnose Behandel Combinatie) naar DOT (DBC’s opweg naar Transparantie – Hoe verzin je het!!). Met honderden managers, consultancy, externe bedrijven, overkoepelende organen, etc. etc., worden contracten aangegaan tegen huizenhoge tarieven. En wat is het resultaat ervan?!
Als er voor de patiënt een ‘leesbare’ factuur moet worden uitgeprint, dan zijn er drie mogelijkheden: een kleine, een middelgrote of een grote ingreep! De DBC systematiek is een zeer ondoordacht systeem, waarin de tarieven niet zijn berekend, maar bepaald!

Zeer veel landen om ons heen gebruiken een ander declaratiesysteem: Diagnosis-Related Groups (DRG’s). Tussen die landen is gegevensuitwisseling en tariefsvergelijking goed mogelijk.
Nederland moest weer voor iets anders kiezen en alles opnieuw gaan opzetten met DBC’s. Dit heeft vele honderden miljoenen, zo niet miljarden euro’s gekost.

Tot slot de huidige zorgverzekeraars: zij leiden een ruim bestaan: volledige volmacht van de overheid en gedekt door de premiebetaler. Er wordt alleen gekeken naar de kosten, maar niet naar de uitgaven! Klopt het wel wat er is gedeclareerd, klopt het tarief dat hieraan is gekoppeld?

Ik ben ervan overtuigd, dat bij een efficiënt gebruik, de zorgkosten met 15 tot 20 procent kunnen dalen, waardoor de patiënt een reële premie gaat betalen en het eigen risico / de eigen bijdrage geminimaliseerd, beter nog afgeschaft kan worden.
Een systeem, zoals ik in het verleden heb opgezet zou tot deze resultaten kunnen leiden. De zorg zal hier niet onder lijden. Sterker nog, door een betere aanpak zal deze beter worden, niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de zorgverlener.

Met enkele ervaren en zeee betrokken personen ben ik een organisatie -stichting 1)- aan het opzetten, zonder winstoogmerk, die alles in het werk stelt om de zorg weer ‘menselijk’ te maken tegen reële kosten en volledig toegankelijk. Ook voor de laagste inkomens.

Wij willen het gevecht met de politiek graag aangaan namens de burger!
Wordt vervolgd

1)

Healthy Community Foundation

De zorg moet naar de dokter!

In een middelgrote stad is er bij een woning een schoorsteenbrandje uitgebroken. Geen enorme fik, het zou bij wijze van spreken kunnen worden geblust met twee emmers water.
Nu bestaat het plaatselijke brandweerkorps voor een groot deel uit goed opgeleide managers. Heren in keurige streepjespakken met stropdas.

Projectgroep
De brandmelding was net binnen en de heren kwamen direct in actie. Meteen werd er een projectgroep gevormd om deze zaak goed aan te pakken. De projectgroep, ook alert, stelde gelijk twee werkgroepen in, want er diende toch op breed niveau te worden bekeken, hoe die brand moest worden geblust. Er werden wandborden vol geschreven met berekeningen betreffende het aantal spuitgasten en brandspuiten, die nodig waren, hoeveel wagens er naar toe moesten, wat de druk van het water was om te kunnen spuiten, hoe lang de slangen waren, enz. enz. Geen eenvoudige klus.

Extern bureau
Een extern ingehuurd bureau bracht tenslotte de uitslag en kwam met een gedegen rapport, dat van begin tot het eind werd bestudeerd. Na evaluatie bleek, dat er voldoende mensen in dienst waren bij het korps, maar te weinig voor het uitvoerende werk. Het grootste deel van de brandweerlieden was wegbezuinigd. Hierdoor konden slechts enkele spuitgasten naar die brand, want er moest een deel achterblijven in de kazerne voor eventuele nieuwe calamiteiten. Dus ging er slechts 1 wagen op pad. Uiteraard zonder sirene. Dit in het kader van de privacy van de bewoners. Inmiddels stond de halve stad in lichterlaaie.

Intern onderzoek
Een intern onderzoek heeft later uitgewezen, dat er een verkeerd beleid was gevoerd bij dat korps. De managers hadden er een grote puinhoop van gemaakt en moesten het veld ruimen. Naast het riante honorarium kregen ze uiteraard nog een buitenproportionele bonus mee. Je kunt mensen van dat niveau toch niet zo op straat zetten……

Betere zorg voor minder geld
Het lijkt een onwerkelijk verhaal, maar zo gaat het nu al jaren in de zorgsector, met name de ziekenhuizen.
Zo’n dertig jaar geleden bestond een ziekenhuis voor het merendeel uit (para)medisch personeel, zoals verpleegkundigen, laboratoriumpersoneel en artsen. Deze zorgverleners voerden op eigen initiatief hun werk uit en dit voldeed uitstekend. Aan de top van het ziekenhuis hadden drie directeuren de leiding: een algemeen directeur, een medisch directeur en een directeur beheer. De zorg was betaalbaar. Er waren geen verrichtingen of opnames, die om een eigen bijdrage van de patiënt vroegen. Dit gold ook voor de gehele eerstelijnszorg. Alles werd betaald en geen eigen risico of eigen bijdrage.
Was er kraamzorg nodig, dan kreeg men 10 dagen kraamhulp thuis. Zonder beperkingen kon de fysiotherapie worden bezocht en medicijnen werden volledig vergoed. En dit, terwijl men niet eens merkte dat men zorgpremie betaalde.

Nieuwe structuur
In die tijd waren er (nog) geen Pc’s. Een administratieve dienst van een academisch ziekenhuis bestond uit circa 25 medewerkers, die nog te maken hadden met drie soorten verzekeringen: ziekenfonds, particulier en privépatiënten. Zij konden het werk ruimschoots aan!
Toen kwam de grote ommekeer. De directie van een ziekenhuis werd omgevormd tot een Raad van Bestuur. Daaronder kwam een brede laag aan directeuren (in het ziekenhuis waar ik werkte: 24 stuks). De administratieve dienst werd omgedoopt tot financieel-economische dienst, zo’n 160 medewerkers. Magazijnen vol met alle mogelijke computerapparatuur. Externe bureaus werden ingehuurd en men struikelde over de (externe) managers à minimaal 1.000 euro per dag (waarvoor je circa 12 verpleegkundigen kon betalen). Ik heb ziekenhuizen meegemaakt, die meer dan 40 externe managers hadden rondlopen. Vaak wist de leiding niet eens meer dat ze waren ingehuurd.

Zorgmonteurs
De zorgsector wordt nog steeds gezien als melkkoe. Er gaan tientallen miljarden euro’s in om en velen willen hiervan graag een graantje meepikken. Deze situatie is teveel doorgeslagen. Het is toch te gek voor woorden, dat een manager gaat uitmaken óf en wanneer een patiënt behandeld wordt en die bepaalt of een operatie al dan niet zal worden uitgevoerd. Medisch personeel moet veel tijd besteden om een manager uit te leggen wat ze aan het doen zijn en met welk doel. En vervolgens gaat de manager, die vaak niet eens een pleister van een verbandje kan onderscheiden, bepalen wat hij of zij moet doen!
Ziekenhuizen kun je tegenwoordig vergelijken met garagebedrijven, waarin het medisch personeel voor monteurs mogen spelen. Vindt men tijdens de werkzaamheden iets dat afwijkt, dan moet men eerst van hogerhand toestemming krijgen of dit ook gelijk ‘gerepareerd’ mag worden.

Zorgverzekeraars
Dit zie je over de gehele sector. Zorgverzekeraars, die uitmaken of een verzekerde een bepaalde behandeling mag ondergaan, door wie het zal gebeuren en waar dit dan zal plaatsvinden. Bovendien maken zij uit of een ziekenhuis bestaansrecht heeft. Voor sluiting draaien zij de hand niet om. Waarom zal je aan patiënten denken, die kosten alleen maar geld! Zij krijgen steeds meer macht binnen de zorg. Enorme organisaties, waar miljarden in omgaan, waarvoor de Wet op de Privacy niet van toepassing is en door de EU worden beschouwd als commerciële instellingen, maar geen winstbelasting behoeven af te dragen. Dit komt omgerekend neer op 541 euro per overstapper (meer dan de helft van de jaarpremie). Voor dit geld hadden we fulltime 25.000 extra verpleegkundigen gehad.

Management
De zorg kent twee ontwikkelingen:
1, de kwaliteit van de zorg, die met sprongen vooruit gaat, te danken aan de medici, de medische onderzoekers, hulpafdelingen, etc.
2. de kostenontwikkeling. Dit wordt geregeld door het management en zijn niet meer in de hand te houden.
Het valt mij op dat ditzelfde op andere gebieden ook gebeurt. Kijk naar de banken en het Europese gebeuren….. Het Verdrag van Maastricht was een samenwerking op een paar gebieden. Zie wat ervan is geworden: Brussel bepaalt straks de kleur van je toiletpapier!
Het is wederom het management dat hiervoor verantwoordelijk is. En dan de manier hoe je door sommige managers benaderd wordt, van “dat regelen we wel even!”, naast een stortvloed aan Engelse managementtermen. Iedere keer verbaast mij de uitspraak weer van bestuurders die moeten dalen tot de Balkenendenorm: Voor dat geld heb je geen goede managers. Voor meer ook niet, dat is wel gebleken.
Enige jaren geleden heb ik hiervoor een term bedacht: Siliconenmentaliteit: je gewichtiger doen voorkomen, dan je in werkelijkheid bent….

Zorgkosten
Iets waar ik me ook over verbaas zijn cijfers over de zorgkosten. Prachtige tabellen hoe de kosten zullen oplopen tot boven de 150 miljard in 2025. Daarnaast worden getallen over de premies gepresenteerd op basis van de formule: de jaarlijkse zorgkosten gedeeld door het aantal afnemers. Dit moeten we met z’n allen opbrengen.
Er is nog nooit iemand opgestaan die zegt: zijn die kosten wel reëel, zijn er geen aannames in verwerkt die overbodig zijn? Er wordt nu maar aangenomen dat dit vaststaande cijfers zijn.
Enige tijd geleden las ik een artikel, dat de artsen de schuld zijn van de enorme toename van de kosten. Te zot voor woorden om dit te concluderen!

Verandering
Het wordt hoog tijd voor de grote ommekeer. Meer handen aan het bed en terugdringen van het niet-medisch personeel. Administratief personeel moet weer worden gezien als ondersteuning van het medisch handelen en niet omgekeerd. En niet zoals enige tijd geleden uit een onderzoek bleek: gemiddeld zeven medewerkers per bed, waarvan 5 niet-medisch. En dan wordt er nota bene bezuinigd op de verpleegkundige die er tussen staat……

Het wordt tijd dat de medici weer gaan uitmaken hoe een zorginstelling patiënten moet behandelen.
De zorg moet echt naar de dokter!