NZa helpt specialisten beter registeren

NZa helpt specialisten
Op 28 november jl. las ik op Skipr het volgende bericht: NZa en ziekenhuizen gaan specialisten helpen het registreren makkelijker te maken. Medische specialisten vinden correcte registratie en declaratie van zorg belangrijk. Een titel, die het beste doet verwachten: de NZa gaat de kar van de eenmalige bronregistratie door de arts trekken.

Diep teleurgesteld gaat het artikel na lezing direct de kliko in. Met één pennenveeg van de NZa, met medewerking van de NVZ en NFU, zijn we terug in 2005: het startjaar van de DBC. De Haagse club streepjespakken gaat de artsen helpen bij de DBC/DOT registratie! Niks geen eenmalige inhoudelijke zorgregistratie, niks geen kwaliteitsindicatoren, niks geen wetenschappelijke data, de financiële registratie staat weer bovenaan in de agenda.
Alle inspanningen, die een vermogen aan euro’s hebben gekost om de eenmalige bronregistratie van de grond te krijgen en te onderhouden, zijn hiermee ongedaan gemaakt. Instituten als NICTIZ, RIVM-FIC, DHD staan met hun bijdrage tot de eenmalige bronregistratie buiten spel en kunnen evengoed opgeheven worden. Den Haag zet immers vol in op DBC/DOT. Stoppen dus die medische registraties, er is, gezien de gekozen strategie, toch geen vraag naar. Dat geeft een forse opruiming binnen de ziekenhuizen en zo een forse kostenbesparing in de backoffice. En zonder backoffice geen externe dataverwerkers, dus ook die verdwijnen stilletjes van de markt.
Dat moeten wij volgend jaar in de kosten van onze zorgverzekering zeker terugvinden, of…???

Niets is zoals Leiden….

Niets is zoals Leiden….
Na ruim 40 jaar trouwe dienst, heeft de gemeente Leiden besloten, dat het tijd werd om afscheid te nemen. Tijd voor wat nieuws. Ons plein, grenzend aan vele achtertuinen zou een fikse opfrisbeurt krijgen. Dit mooie en ruime plein, welke dienst doet als parkeerplaats voor auto´s en als speelterrein voor de (klein)kinderen, wordt opgesierd door een twintigtal lindebomen.

Geen mooiere tijd, dan het voorjaar, om een dergelijke klus uit te gaan voeren. Alle bewoners rondom het plein ontvingen een brief met ideeën voor een nieuwe inrichting. De bomen, die inmiddels meer leken op treurwilgen zouden worden gekapt. Niet alleen de erbarmelijke staat maakt dat het kappen zeer wenselijk was, maar ook het feit, dat een aantal bomen een hoogte hadden bereikt, dat ze volledig de zon uit de tuinen wegnamen. Ook de wortels van de bomen hadden hun ondergrondse bestaan opgegeven en waren als shovels een deel van de bestrating aan het opschuiven. De bladluizen die alles onder de bomen veranderde in een grote plakzooi hadden een luizenleventje. De nieuwe indeling, voorgesteld door de gemeente zag er goed uit, genoeg parkeergelegenheid, omgeven door jong en fris groen, nieuwe boompjes en fleurige struiken.

Helaas was niet iedereen direct enthousiast over deze renovatieplannen. Sterker nog, een vertegenwoordiger van een bomencommissie, die niet eens weet waar het plein zich bevindt, verzette zich hevig tegen deze gerechtvaardigde bomenkap. Daarnaast ontving de gemeente een twintigtal bezwaarschriften c.q. adviezen van bewoners met andere ideeën.
Mijn geschoolde architectonische buurman had een schitterend voorstel met overzichtelijke en praktische verdeling van parkeerplaatsen en groen ingediend, maar ook dit kon geen goedkeuring verkrijgen. Dankzij dit teveel aan raadgevers, bezwaren, ideeën en zogenaamde oplossingen is besloten, dat het plein onveranderd zou blijven. Dat wil zeggen, de grond zou verbeterd worden, zodat de bomen nog een paar jaartjes door kunnen groeien en er zou opnieuw bestraat worden, zodat bewoners zonder hink-stap sprongen door de straat kunnen wandelen.

De dag die je wist dat zou komen, was aangebroken in dit voorjaar. Om het geheel gelijk grondig aan te pakken, werden de aangrenzende straten meegenomen in dit renovatieplan. Alles werd verhoogd en herbestraat. Om bewoners niet in het ongewis te laten heeft de gemeente keurig borden geplaatst, om aan te geven welke perioden er niet geparkeerd kon worden. Helaas hebben ze hierbij over het hoofd gezien, dat er geen alternatief was, waardoor de auto’s veelal in het plantsoen mochten overnachten. Op de aangegeven data begonnen de stratenmakers vol goede moed. Helaas werd hun werk ietwat bemoeilijkt, door de auto’s die in de betreffende straat geparkeerd stonden. Het bleek, dat de zorgvuldig geplaatste borden op de verkeerde plaatsen stonden, met op de borden een verkeerde tijdsaanduiding.

Nadat het gelukt was om elke straatklinker te herleggen, was het plein aan de beurt. Een enorme truck van de Bomenbank werd op het plein gestald. Deze was voorzien van een gigantische zuiginstallatie en een opslag container. Het oude vertrouwde straatdek werd in mum van tijd afgevoerd en de grond tussen de wortels werd weggezogen. Hierdoor kwamen de wortels bloot te liggen. Voordat de rest van de operatie in gang werd gezet, werden de wortels ingekort en de tuinen eerst beschermd door worteldoek te plaatsen. Per boom werd 15 m² aarde gestort, zand erover, aanstampen en klaar voor de nieuwe bestrating. Een kind kan de was doen.

Er was echter één boom, die scheef stond, zo scheef, dat deze dreigde om te vallen. Bovendien was deze in dusdanig slechte staat, dat op de eerste tekeningen van de gemeente al was aangegeven, dat deze boom gekapt en vervangen zou worden. Doordat het eerste plan van de gemeente geen doorgang kon vinden en er geen nieuw definitief plan op tafel kwam en dus het plein bleef, zoals deze was, diende ook deze boom, hoe kansloos ook, te blijven staan totdat er een kapvergunning werd afgegeven. Echter mocht de grond rondom deze boom niet weggezogen of verbeterd worden.
Omdat de stratenmakers bij deze overhangende boom inmiddels waren aangekomen, heb ik uit verbazing contact gezocht met de gemeente. Op mijn vraag, of het niet beter was, om de grond weg te zuigen, de boom weg te halen een nieuwe te plaatsen alvorens te bestraten, werd mij geantwoord, dat onze bomenvriend, die vrije tijd te over heeft en daarom zijn lege bestaan vult met zeuren, klagen, bezwaar aantekenen en de gemeente op kosten drijven, bezwaar had aangetekend. Met het gevolg, dat de boom voorlopig moet blijven staan. Er mag alleen om de boom herbestraat worden.

Mocht er te zijner tijd, als onze bomenfluisteraar gestopt is met herrie maken, besloten worden om een kapvergunning af te geven, dient de bestrating verwijderd te worden, de bodem afgezogen (dus dienen alle mannen en apparaten weer terug te komen), de wortels verwijderd, die in 40 jaar toch een eindje hebben rondgekropen, de grond verbeterd, een nieuwe boom plaatsen, nieuwe aarde en nieuw zand gestort en vervolgens weer opnieuw bestraat worden.

Buiten de extra kosten voor renovatie plan 2.0 van onze scheve boom, kost dit project al een kleine veertigduizend euro. En wat levert het op? Hetzelfde plein met oude, te grote, kansloze bomen, die te veel schaduw geven en waar, door de over populatie van luizen geen gebruik kan worden gemaakt van de parkeerplaatsen, of je moet een abonnement nemen op de plaatselijke wasstraat. Met daarbij de brandende vraag, hoe lang de bomen het nog uithouden.
Door de bomen te kappen en te vervangen, was de kostenpost aanzienlijk lager geweest, was het resultaat mooier en blijvender en was het plein in één keer af geweest. Dit kon helaas niet, omdat de gemeente de kapvergunning niet rond kreeg.

Een nieuwe koers

Een nieuwe koers

door Koos Dirkse
KoosSinds lange tijd schrijf ik blogs. Deze zijn merendeel gericht op de zorg, maar vooral op het zorgstelsel. Mateloos verbaas (zacht uitgedrukt) ik mij hoe dit beleid wordt gevoerd. Vaak krijg ik het idee, dat dit stelsel niet is gericht op patiëntenzorg, maar om zoveel mogelijk mensen, vaak zonder enige kennis van het medisch handelen, aan het werk te houden. Hoe ingewikkelder hoe beter!

Systemen, zoals DBC en DOT, worden ingevoerd en in stand gehouden om zoveel mogelijk geld uit een declaratie te halen. Het woord ‘upcoding’, dat in mijn ogen een frauduleuze handeling is, wordt gewoon toegepast. Sterker nog: het is terug te vinden in de woordenboeken als onderdeel van de opbouw van een zorgdeclaratie.
Het gevoerde beleid binnen de ouderenzorg, jeugdzorg, mantelzorg, gehandicaptenzorg is in en in triest. Er wordt weer een paar uur in de Tweede Kamer doelloos over en weer gebakkeleid en men gaat weer over tot de orde van de dag. Geen partij is gericht op oplossingen met andere partijen, maar op problemen! Als men nu eens begint met vooruit te kijken en niet links en rechts om zich heen.
Bij iedere Kamerbespreking over het zorgstelsel komt steeds een klein onderdeel aan de orde, waarover eindeloos wordt gediscussieerd en vervolgens weer een pleister op wordt geplakt. Naar het grote geheel wordt niet gekeken. “Je kunt de bladeren van een boom blijven poetsen, maar als de wortels verrot zijn, krijg je ze nooit aan het glimmen”.

Gedurende 35 jaar heb ik mij dag en nacht ingezet om het zorgstelsel eenvoudiger, gebruiksvriendelijker en goedkoper te maken, zowel op de werkvloer als in de functie van directeur beheer van een samenwerkingsverband van 44 ziekenhuizen. Deze organisatie heb ik eigenhandig opgebouwd om meer efficiency te creëren. Veel hebben we bereikt, maar het beleid veranderde in 2005 met de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Als je vergelijkt hoe het medisch-administratief handelen en het declaratiecircuit eerst was en dit volledig uit de hand liep na de invoering van de nieuwe declaratiestructuur met DBC’s (Diagnose Behandel Combinatie), dan reizen de haren te berge! Omdat DBC ook niet het juiste systeem bleek te zijn is men overgegaan op DOT (DBC’s opweg naar transparantie).

Daarbij doet zich nog het feit voor, dat er geen vergelijk met andere landen mogelijk is, Alle landen om ons heen en Australië en de VS gebruiken DRG’s (Diagnosis Related Groups). Deze gegevens zijn onderling uitwisselbaar. De EU heeft er bij Nederland al meerdere malen op aangedrongen om cijfers te leveren. Onmogelijk! Wat gaat er nu gebeuren, er worden conversietabellen opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten. Maar de DBC’s blijven gehandhaafd, ondanks dat DRG’s transparanter en goedkoper zijn.
De minister heeft verschillende malen aangegeven, dat de patiënt een duidelijk leesbare nota dient te ontvangen. Dit is zo niet mogelijk. De tekst op de declaratie heeft drie mogelijkheden: kleine, middelgrote of grote ingreep. Meer is er niet uit te halen. Daarnaast heeft de minister het gehele declaratiegebeuren gedelegeerd aan de zorgverzekeraars. Die hebben de zeggenschap gekregen hoe, waar en wanneer een patiënt behandeld wordt. De enorme gebouwen van deze organisaties, de honorering en alle faciliteiten reizen de pan uit. Komt men niet uit met de zorgpremie, dan gaat toch gewoon het jaar daarop de premie omhoog! Iedere burger betaalt via de zorgpremie, de belastingen, het eigen risico en de eigen bijdrage € 5.500 (vijfduizendvijfhonderd euro) per jaar.

Een ander punt waar ik vraagtekens bij zet is het volgende. Er werken circa 1,4 miljoen mensen in de zorg (cijfers CBS 2013), daarbij komen nog de mensen die in dienst zijn bij de zorgverzekeraars, VWS, andere overheidsinstellingen, externe management- en consultancy bureaus en alle al dan niet gesubsidieerde organisaties. Wie betaalt dit alles? De burger! En wie heeft er niets in te brengen, zelfs niet over zijn eigen gegevens? De burger!
Ondertussen gaat men verder met EPD’s, landelijk schakelpunt, zorgverzekeraars die gaan bepalen waar en wanneer en óf een patiënt nog wel geholpen wordt.
Dit gaat volkomen fout. Als er niet rigoureus wordt ingegrepen, dan betaalt binnen 5 jaar een bijstandsmoeder of een gezin met het minimumloon, de helft van het inkomen aan zorg, dat, mijns inziens, voor een groot deel in de verkeerde zakken terecht komt.

Nu kan ik blogs blijven schrijven tot ik een ons weeg, maar dit heeft toch niet het gewenste effect. Ze worden veel gelezen en meestal krijg ik positief of opbouwend commentaar. Daarom heb ik besloten een andere weg in te slaan.
Hoewel ik goed contact heb met enkele politieke partijen in de Tweede Kamer is het toch moeilijk om het beleid om te buigen of aan te passen. Het alternatief is om een nieuw zorgbeleid in een partijprogramma te krijgen en die gelegenheid is mij geboden.

De Ondernemers Partij (OP) gaat zich inzetten voor zelfstandigen, ZZP’ers, praktijkhouders, etc. De burger staat bij deze partij centraal. Zij wil zich gaan inzetten voor een nieuwe politiek.
Ik ben gevraagd om mee te werken aan het partijprogramma voor de zorg en heb deze met beide handen aanvaard. Daarbij ga ik uit van “Een eerlijke zorg voor een eerlijke prijs”. Drie hoofdthema’s die hierbij de basis zullen vormen: Bereikbaarheid, Toegankelijkheid en Betaalbaarheid”.

Ik ben er sterk van overtuigd, dat dit een nieuwe start is voor de wederopbouw van ons zorgstelsel, dat zowel de patiënt als de zorgverlener sterk ten goede komt!