Centrale Inkoop

De kosten van medicijnen/ geneesmiddelen maken een groot deel uit van de zorgkosten. Met name de vergrijzing en het beschikbaar komen op de markt van dure nieuwe geneesmiddelen verklaart het grootste deel van de stijging. In brede zin wordt er in de zorg vaak niet gekeken naar collectief inkopen en onderhandelen. Immers, het wordt toch wel vergoed, dus bij wie ligt nu de prikkel om te komen tot lagere kosten? Maatschappelijk gezien zijn we er allang van overtuigd dat de zorgkosten niet eindeloos door kunnen stijgen.

Tegelijkertijd willen we wel graag alle mogelijke middelen kunnen aanwenden voor genezing. Tijd voor ingrijpende maatregelen.

Onlangs is er in de mondzorg de Dentale Inkoop Coöperatie gestart met opmerkelijke resultaten. Het collectief onderhandelen heeft ertoe geleid, dat de kosten van kleingoed (8-10% van de praktijkkosten) met gemiddeld 20% konden dalen. Dit door scherp te onderhandelen zonder concessies te doen op kwaliteit. Kort samengevat dezelfde producten voor minder geld. En dit is nog maar het begin!

Kan dit ook met ziekenhuizen? Zeker! En het is de moeite waard om een inkoopbureau aan het werk te laten gaan en namens alle ziekenhuizen de kosten naar beneden te brengen.

Het oprichten van een centrale inkooporganisatie en het gezamenlijk afdwingen van stevige kortingen verdient een serieuze kans! Als alle ziekenhuizen de inkoopgegevens en de leverancierslijsten bij elkaar voegen kunnen er zonder twijfel resultaten worden geboekt.

Voorbeeld: Als een medicijn in Portugal 35% van de Nederlandse prijs kost, kopen we via Portugal in.

Helemaal als er voor producten en leveranciers meerdere mogelijkheden zijn, dan liggen de voordelen voor het oprapen. Een onafhankelijk bureau dat puur op de korting wordt afgerekend, zoals bij dentale markt, werkt super effectief.

Bovendien kunnen door centrale facturatie en het overslaan van tussenpersonen nog meer voordelen geboekt worden. Prijsdaling in plaats van prijsstijging moet nu het motto worden.

Er blijft voor de fabrikanten en leveranciers genoeg over!

Persoonlijk Gezondheidsdossier

Vanochtend, 15 maart 2016, in Zorgvisie: Een brede coalitie van bijna alle zorgkoepels is vorige week gestart met het programma ‘Meer regie over gezondheid’, voor de implementatie van persoonlijke gezondheidsdossiers (PGD’s).
Bestuurder Dianda Veldman van de Patiëntenfederatie: ‘2016 is het jaar, waarin we met z’n allen vaststellen hoe het PGD eruit ziet.’

Met een subsidie van twee miljoen euro van VWS en Zorgverzekeraars Nederland gaat de coalitie onder leiding van de Patiëntenfederatie aan de slag om vast te stellen waar een PGD allemaal aan moet voldoen.

Een aantekeningen hierbij:
Wat Google en Apple al lang doorhebben en (laten) ontwikkelen met zorgapps, wordt nu opgepakt door de zorgkoepels: het persoonlijk gezondheidsdossier. Veel te laat, met hopen gemeenschapsgeld verpakt als subsidie, meekijken vanuit overheid en verzekering.

Doodeng die regievoering. Wat heeft de patiënt aan zo’n praatgroep? Wordt hij er beter van? Natuurlijk staat in de lijst van ‘de coalitie’ de patiënt niet genoemd. Hadden we anders verwacht?

Gelukkig kennen Google en Apple de vraag van de (zorg)klant vele malen beter dan een bureaucratische denktank in hun veilige cocon. En zij niet alleen. Ook slimme ziekenhuizen die zich niet verliezen in academische analyse en discussie werken al lang aan de ontwikkeling van de zorg-apps. Zij hebben de toekomst en niet het Haagse vergaderplatform.

Omdat visie op zorg met durf gewoonweg niet in een vergaderkamer thuishoort.

De waarde van een internationaal EPD?

Op de site van Zorgvisie van 27 juli jl. las ik het volgende artikel: RadboudUMC opent EPD voor buitenlandse ziekenhuizen.
“Epic-ziekenhuizen gaan medische informatie delen over de grenzen. RadboudUMC heeft in Nederland de primeur en is per 21 juli gestart, tevens de start van de Nijmeegse Vierdaagse.

De Epic-module heeft Care Everywhere en maakt het mogelijk voor zorgverleners om medische dossiers uit binnen- en buitenlandse ziekenhuizen te raadplagen. De digitale inzage en uitwisseling zijn vooralsnog beperkt tot Epic-ziekenhuizen in de Verenigde Staten en Canada.”
Eigenlijk te gek voor woorden. De Nederlandse patiënt moet het doen met een ondermaatse landelijke EPD organisatie en internationaal wordt er, tussen EPIC ziekenhuizen weliswaar, een link gelegd.

Het is niet meer of minder dan een erg goedkope advertentie voor EPIC en het Radboud Ziekenhuis, die door de kritische lezer als flinterdun beoordeeld zal worden. Als dit de marktwerking van de ziekenhuizen is, is het diep triest!
Trouwens, voor de kritische lezer die zelf zijn gezondheidsdocumentatie, die trouwens veel verder reikt dan de ondermaatse ziekteregistratie in het ziekenhuis, in de hand neemt, is het niets anders dan het bewijs dat je met een goede APP op je smartphone veiliger en bewuster je levensweg gaat.

Wat let u nog? Gewoon doen, zelf je verantwoordelijkheid nemen voor je gezondheidsdocumentatie, de marktpraatjes van de ziekenhuizenmanagers links laten liggen en de opgeblazen EPD-managers rechts laten lopen!

Wildgroei in de volumenormen

CDA-kamerlid Hanke Bruins Slot benadrukt dat volumenormen op zich goed zijn om de kwaliteit van zorg te verbeteren. ‘Maar als verzekeraars afwijken van de volumenormen die de wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten hebben opgesteld, dan vraag ik mij af of dat echt elke keer wel noodzakelijk is. Uiteindelijk zijn de artsen de echte specialisten en behoren zij en niet de verzekeraars daarover te gaan.’

Kort nadat de minister van VWS stellig heeft verkondigd dat 2015 het jaar van de transparantie is, komt het bericht dat de verzekeraars de ziekenhuizen voor dezelfde behandeling verschillende volumenormen opleggen. In de wirwar aan wetten, regelgeving, regeltjes en procedures, waar de gezondheidszorg houtje-touwtje-paperclip bijeengehouden wordt, is de patiënt het spoor al lang bijster. Zijn zorgverzekering stuurt hem voor een behandeling naar een ziekenhuis ruim 100 kilometer verderop omdat daar de relatie kwaliteit-kosten voor zijn behandeling het meest optimaal zou zijn.
Zijn vrouw, verzekerd bij een concollega zorgverzekeraar kan voor dezelfde behandeling in het ziekenhuis om de hoek terecht.

Dit gegoochel met minimale volumes voor het bepalen van de kwaliteit ruikt heel sterk naar euro’s. Een lesje uit de marktwerking: des te groter het volume, des te lager de prijs. De kwaliteit van zorg is dus niet de prioriteit, maar het kostenvoordeel voor de verzekeraar. Door het opschroeven van de volumes zonder cijfermatige opbouw van de relatie die dat heeft met de geleverde kwaliteit en dan met name op de uitkomst van de behandeling, balanceren de zorgverzekeraars op de rand van laakbaar handelen. Nooit ofte nimmer mag kwaliteit van zorg gebruikt worden voor de camouflage van lagere kosten; dat is ronduit onethisch handelen.

De NZa, als waakhond bij de uitvoering van de Zorgverzekeringswet, dient de zorgverzekeraars onmiddellijk te sommeren om de onderliggende stukken met de onderbouwing van de volumeophoging te overleggen. Als dat niet mogelijk of onvoldoende onderbouwd is, dienen de contracten, die gebaseerd zijn op de opgehoogde volumes, onwettig te worden verklaard. Het staat de zorgverzekerden vrij om hierover aan de bel te trekken bij de waakhond NZa.

En, alle Nederlanders zouden dat moeten doen als we de regie over onze eigen gezondheid in eigen hand willen houden!