Politiek Den Haag, waar is de huisarts?

De zorg was een belangrijk item tijdens de verkiezingen. Niet de kwaliteit en het resultaat van de zorg, die moeilijk meetbaar zijn – omdat we in Nederland de registratie van de zorg hebben laten verslonzen – maar de kosten. Die zijn bekend en daar kun je zo lekker mee optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. De vierde klas lagere school bij uitstek! Als je erg slim bent, dan kies je nog een perspectief, dat liefst zo hoog mogelijke kosten scoort, bijvoorbeeld de ouderenzorg..

Maar waar is het totaalbeeld van de zorg? Noem het maar het architectuurplaatje, waar je romp en aangeplakte puisten duidelijk op ziet? Diep triest dat geen enkele politicus dat kan produceren, maar de grenzen voor onze zorg, op basis van de euro die de overheid ervoor over heeft, gaat bepalen.

Laten we in de basisarchitectuur van de zorg (weer) eens een lans breken voor de rol van de huisarts. Huisarts zijn moet in een tijd van ongebreidelde besparingsdrift van een euroverslindende overheid niet echt een pretje zijn. Of je maar even meer wilt gaan doen tegen gelijke of minder inkomsten. Dat lukt natuurlijk nooit en de huisarts heeft er het beeld van medische ambtenaar, werkt van negen tot vijf, aan overgehouden.

Oh ja hoor, natuurlijk kan een huisarts na kantoortijd patiënten behandelen, maar dan in een huisartsenpost (HAP). De huisartsenpost ontvangt ongeveer tien keer zoveel voor een consult dan de huisarts tijdens zijn bedrijfstijd. Als hij/zij het waagt een vraagteken te zetten waarom een patiënt niet gewoon tijdens de spreekuurtijd op consult komt, wordt hij/zij niet alleen door de patiënt terecht gewezen, maar ook van de zorgverzekeraar mag hij/zij weinig medewerking verwachten. Die betaalt klakkeloos en wil verder geen commentaar. Niet morren, na de nachtdienst is er de volgende morgen gewoon weer de eigen praktijk met de zorgen van de patiënten. Hoezo wet werktijden? De huisarts wordt ten onrechte verguisd en vergeten in de zorg, terwijl deze dicht bij de patiënt zou moeten staan.

Genoeg hierover, laten we eens kijken wat hij/zij, de familievriend(in) van vroeger, zo allemaal kan. Zoals het woord familievriend(in) al zegt, kent hij/zij zijn patiënten door en door. Hij/zij kent hun vragen, wensen en ja, het is immers 2018, ook hun eisen en wensen. Hij/zij kent de gezondheidsrisico’s, weet welke preventie wel en niet aanslaat en is als enige op de hoogte van de veranderingen in de loop der tijd in de gezondheid en het welzijn van zijn/haar individuele patiënten.
Hij/zij is bij uitstek de monitor voor de gezondheidstoestand van de populatie en de veranderingen die zich erin voltrekken. Met recht kan hij/zij vertellen en documenteren wat de vragen en behoeften van de oudere patiënt zijn en hoe deze op individuele wijze ingevuld kunnen worden zonder dat daar een heel administratief, bureaucratische organisatie onder leiding van niet-wetende managers voor opgetuigd moet worden. Hij/zij levert de basiszorg en kan bepalen of de patiënt voor de zorg naar een ander echelon in ons zorgstelsel moet, of dat deze daar moet blijven of gewoon terug kan keren voor verdere zorg. Hij/zij kan met recht de regievoerder van de zorg op menselijke maat genoemd worden.

Om de huisarts als regievoerder van de zorg te bombarderen moet je natuurlijk wel een aantal randvoorwaarden opstellen. Zo is er het aantal huisartsen en de onderlinge concurrentie. We zullen meer huisartsen nodig hebben, die een gezonde onderlinge concurrentie voeren. De bedrijfstijden die nu voor de werkende patiënt verre van optimaal zijn, zullen aangepast moeten worden aan de veranderde vraag en het aanbod.
De huisartsen gaan de concurrentie aan met de poliklinieken van de ziekenhuizen. Die poliklinieken zijn nog steeds een gehannes met slechte logistiek, te lange toegangstijden en als je er eenmaal bent, lange wachttijden voor je eindelijk in de spreekkamer je zegje in drie minuten mag doen. Dat kan gewoonweg heel wat beter. Een blik op de geregistreerde DBC-codes, een financiële registratie op basis waarvan de ziekenhuizen betaald worden, leert je heel snel dat meer dan 30% van de poliklinische diagnoses met verrichtingen heel goed door een huisarts gedaan kunnen worden. En dat kost héél wat minder, omdat de overheadkosten van de huisarts heel wat lager zijn. Natuurlijk zal de huisarts een eerlijke prijs moeten krijgen voor de diagnosen en verrichtingen die hij erbij krijgt. Maar dan nog: een heel goede, snel toegankelijke zorg dichtbij de patiënt tegen een heel goede prijs.

Een topbesparing is er in de ondersteuning van de zorg, wanneer de huisarts echt de regie zou voeren in de kosten voor het elektronisch patiënten dossier, kortweg het EPD (veel beter is overigens de term Patiëntgebonden dossier, kortweg PGD). Geef de huisarts de regie over de digitale zorggegevensverzameling van zijn/haar patiënt. Alle dikke managementadviezen, overbetaalde consultants en overprijsde EPD’s die de ziekenhuizen voor tientallen miljoenen aanschaffen en voor evenzo vele miljoenen proberen in de lucht te krijgen en te houden ten spijt, gaat het in de basis om een slimme registratie van de zorgvraag, de diagnose, de verrichting en de medicatie.
Geef de huisarts voor een gestandaardiseerd landelijk EPD een vast bedrag per verzekerde per jaar, waarmee het systeem en de basiseisen (bijvoorbeeld de gegevensuitwisseling), die je eraan stelt, betaald kunnen worden en schrijf de uniforme codering van zorgvraag, diagnose, verrichting en medicatie voor met Internationale Classificaties. De uitwisseling van de persoonsgegevens gebeurt met een extract uit die geüniformeerde gegevens en betekent een betere kwaliteit van gegevens, een verhoging van de patiëntveiligheid en eenvoud.
De ziekenhuizen hebben het huisartssysteem dat dus bestaat uit een EPD en een gestandaardiseerde gegevensverzameling maar te volgen en te incorporeren in hun bedrijfssysteem. En dat systeem is in ieder geval vele miljoenen goedkoper dan wat ze nu invoeren en kan echt een rol spelen bij het verbeteren van hun bedrijfsproces. En laten we het dan nog maar niet over de eenheid van taal (de classificaties) hebben, die de ziekenhuizen niet of slecht gebruiken. Hoe komen ze erbij dat ze kennis over patiënten en ontwikkelingen hebben?

Je vraagt je af: Wat let de politiek om dit nu eens echt van de grond te krijgen? Het ontbreken van het architectuurplaatje op het netvlies? Zo moeilijk is het echt niet als je de moed maar hebt om echt te willen veranderen, je doelstellingen scherp formuleert, de criteria concreet definieert en het eigenaarschap van de zorgregie eindelijk eens vastlegt bij de huisarts en hem/haar er eerlijk voor honoreert.

Centrale Inkoop

De kosten van medicijnen/ geneesmiddelen maken een groot deel uit van de zorgkosten. Met name de vergrijzing en het beschikbaar komen op de markt van dure nieuwe geneesmiddelen verklaart het grootste deel van de stijging. In brede zin wordt er in de zorg vaak niet gekeken naar collectief inkopen en onderhandelen. Immers, het wordt toch wel vergoed, dus bij wie ligt nu de prikkel om te komen tot lagere kosten? Maatschappelijk gezien zijn we er allang van overtuigd dat de zorgkosten niet eindeloos door kunnen stijgen.

Tegelijkertijd willen we wel graag alle mogelijke middelen kunnen aanwenden voor genezing. Tijd voor ingrijpende maatregelen.

Onlangs is er in de mondzorg de Dentale Inkoop Coöperatie gestart met opmerkelijke resultaten. Het collectief onderhandelen heeft ertoe geleid, dat de kosten van kleingoed (8-10% van de praktijkkosten) met gemiddeld 20% konden dalen. Dit door scherp te onderhandelen zonder concessies te doen op kwaliteit. Kort samengevat dezelfde producten voor minder geld. En dit is nog maar het begin!

Kan dit ook met ziekenhuizen? Zeker! En het is de moeite waard om een inkoopbureau aan het werk te laten gaan en namens alle ziekenhuizen de kosten naar beneden te brengen.

Het oprichten van een centrale inkooporganisatie en het gezamenlijk afdwingen van stevige kortingen verdient een serieuze kans! Als alle ziekenhuizen de inkoopgegevens en de leverancierslijsten bij elkaar voegen kunnen er zonder twijfel resultaten worden geboekt.

Voorbeeld: Als een medicijn in Portugal 35% van de Nederlandse prijs kost, kopen we via Portugal in.

Helemaal als er voor producten en leveranciers meerdere mogelijkheden zijn, dan liggen de voordelen voor het oprapen. Een onafhankelijk bureau dat puur op de korting wordt afgerekend, zoals bij dentale markt, werkt super effectief.

Bovendien kunnen door centrale facturatie en het overslaan van tussenpersonen nog meer voordelen geboekt worden. Prijsdaling in plaats van prijsstijging moet nu het motto worden.

Er blijft voor de fabrikanten en leveranciers genoeg over!

Persoonlijk Gezondheidsdossier

Vanochtend, 15 maart 2016, in Zorgvisie: Een brede coalitie van bijna alle zorgkoepels is vorige week gestart met het programma ‘Meer regie over gezondheid’, voor de implementatie van persoonlijke gezondheidsdossiers (PGD’s).
Bestuurder Dianda Veldman van de Patiëntenfederatie: ‘2016 is het jaar, waarin we met z’n allen vaststellen hoe het PGD eruit ziet.’

Met een subsidie van twee miljoen euro van VWS en Zorgverzekeraars Nederland gaat de coalitie onder leiding van de Patiëntenfederatie aan de slag om vast te stellen waar een PGD allemaal aan moet voldoen.

Een aantekeningen hierbij:
Wat Google en Apple al lang doorhebben en (laten) ontwikkelen met zorgapps, wordt nu opgepakt door de zorgkoepels: het persoonlijk gezondheidsdossier. Veel te laat, met hopen gemeenschapsgeld verpakt als subsidie, meekijken vanuit overheid en verzekering.

Doodeng die regievoering. Wat heeft de patiënt aan zo’n praatgroep? Wordt hij er beter van? Natuurlijk staat in de lijst van ‘de coalitie’ de patiënt niet genoemd. Hadden we anders verwacht?

Gelukkig kennen Google en Apple de vraag van de (zorg)klant vele malen beter dan een bureaucratische denktank in hun veilige cocon. En zij niet alleen. Ook slimme ziekenhuizen die zich niet verliezen in academische analyse en discussie werken al lang aan de ontwikkeling van de zorg-apps. Zij hebben de toekomst en niet het Haagse vergaderplatform.

Omdat visie op zorg met durf gewoonweg niet in een vergaderkamer thuishoort.

De waarde van een internationaal EPD?

Op de site van Zorgvisie van 27 juli jl. las ik het volgende artikel: RadboudUMC opent EPD voor buitenlandse ziekenhuizen.
“Epic-ziekenhuizen gaan medische informatie delen over de grenzen. RadboudUMC heeft in Nederland de primeur en is per 21 juli gestart, tevens de start van de Nijmeegse Vierdaagse.

De Epic-module heeft Care Everywhere en maakt het mogelijk voor zorgverleners om medische dossiers uit binnen- en buitenlandse ziekenhuizen te raadplagen. De digitale inzage en uitwisseling zijn vooralsnog beperkt tot Epic-ziekenhuizen in de Verenigde Staten en Canada.”
Eigenlijk te gek voor woorden. De Nederlandse patiënt moet het doen met een ondermaatse landelijke EPD organisatie en internationaal wordt er, tussen EPIC ziekenhuizen weliswaar, een link gelegd.

Het is niet meer of minder dan een erg goedkope advertentie voor EPIC en het Radboud Ziekenhuis, die door de kritische lezer als flinterdun beoordeeld zal worden. Als dit de marktwerking van de ziekenhuizen is, is het diep triest!
Trouwens, voor de kritische lezer die zelf zijn gezondheidsdocumentatie, die trouwens veel verder reikt dan de ondermaatse ziekteregistratie in het ziekenhuis, in de hand neemt, is het niets anders dan het bewijs dat je met een goede APP op je smartphone veiliger en bewuster je levensweg gaat.

Wat let u nog? Gewoon doen, zelf je verantwoordelijkheid nemen voor je gezondheidsdocumentatie, de marktpraatjes van de ziekenhuizenmanagers links laten liggen en de opgeblazen EPD-managers rechts laten lopen!

Wildgroei in de volumenormen

CDA-kamerlid Hanke Bruins Slot benadrukt dat volumenormen op zich goed zijn om de kwaliteit van zorg te verbeteren. ‘Maar als verzekeraars afwijken van de volumenormen die de wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten hebben opgesteld, dan vraag ik mij af of dat echt elke keer wel noodzakelijk is. Uiteindelijk zijn de artsen de echte specialisten en behoren zij en niet de verzekeraars daarover te gaan.’

Kort nadat de minister van VWS stellig heeft verkondigd dat 2015 het jaar van de transparantie is, komt het bericht dat de verzekeraars de ziekenhuizen voor dezelfde behandeling verschillende volumenormen opleggen. In de wirwar aan wetten, regelgeving, regeltjes en procedures, waar de gezondheidszorg houtje-touwtje-paperclip bijeengehouden wordt, is de patiënt het spoor al lang bijster. Zijn zorgverzekering stuurt hem voor een behandeling naar een ziekenhuis ruim 100 kilometer verderop omdat daar de relatie kwaliteit-kosten voor zijn behandeling het meest optimaal zou zijn.
Zijn vrouw, verzekerd bij een concollega zorgverzekeraar kan voor dezelfde behandeling in het ziekenhuis om de hoek terecht.

Dit gegoochel met minimale volumes voor het bepalen van de kwaliteit ruikt heel sterk naar euro’s. Een lesje uit de marktwerking: des te groter het volume, des te lager de prijs. De kwaliteit van zorg is dus niet de prioriteit, maar het kostenvoordeel voor de verzekeraar. Door het opschroeven van de volumes zonder cijfermatige opbouw van de relatie die dat heeft met de geleverde kwaliteit en dan met name op de uitkomst van de behandeling, balanceren de zorgverzekeraars op de rand van laakbaar handelen. Nooit ofte nimmer mag kwaliteit van zorg gebruikt worden voor de camouflage van lagere kosten; dat is ronduit onethisch handelen.

De NZa, als waakhond bij de uitvoering van de Zorgverzekeringswet, dient de zorgverzekeraars onmiddellijk te sommeren om de onderliggende stukken met de onderbouwing van de volumeophoging te overleggen. Als dat niet mogelijk of onvoldoende onderbouwd is, dienen de contracten, die gebaseerd zijn op de opgehoogde volumes, onwettig te worden verklaard. Het staat de zorgverzekerden vrij om hierover aan de bel te trekken bij de waakhond NZa.

En, alle Nederlanders zouden dat moeten doen als we de regie over onze eigen gezondheid in eigen hand willen houden!