Hospitality met Zorg

Afgelopen woensdag ben ik op bezoek geweest bij Suzanne van Pelt, directeur Van der Valk Vitaal in Tiel. Het bedrijf biedt een scala aan voorzieningen voor patiënten die revalideren of  na een ziekenhuisopname moeten herstellen en/of zorg nodig hebben. Ook biedt het bedrijf preventie en vitaliteitdiensten.

Externen kunnen eveneens gebruikmaken van de faciliteiten. Bijvoorbeeld familiebezoek dat tijdens de nacht zorg nodig heeft, kan er ’s nachts verblijven. Dit alles ondersteund door medisch en paramedisch personeel.  Zo is er een dermatoloog, cardioloog, huisarts, revalidatiearts, fysiotherapeut, mondhygiënist en verpleegkundige aan verbonden.  Gasten kunnen gebruikmaken van de aanwezige wellness voorzieningen: een yogacentrum, een  fitnesscentrum, een sauna en een zwembad. Van der Valk gebruikt voor dit concept de term: ‘Hotel met Zorg’.

Mijn interesse gaat uit naar het concept, omdat ik geloof dat dit de zorg van de toekomst is. Dit staat ook beschreven in mijn ‘Manifest voor de Zorg’. Patiënten die in alle vertrouwelijkheid, rust en comfort kunnen herstellen met de partner in de directe nabijheid. Ik neem een duidelijk verschil waar in hospitality en klantvriendelijkheid. Dit laatste is bij ieder ziekenhuis aanwezig, maar hospitality is een bedrijfscultuur, die bij een ziekenhuis ontbreekt en niet is te realiseren.
Een ziekenhuis verkoopt een zorgproduct. Dat is altijd onderhevig aan tijd en geld. En lest but not least is het ziekenhuis opgedeeld naar producent en de specialist. In het ziekenhuis verwordt de patiënt tot klacht of diagnose. De patiënt wordt niet meer als geheel gezien. Hij is ‘de gebroken heup’ of de ‘zieke lever’.

Onderzoek heeft aangetoond dat de opgenomen patiënt het immens belangrijk vindt dat het ‘belletje’, het noodsignaal voor de verpleegkundige, altijd onder handbereik is. Duidelijker kan onzekerheid en angst bij de patiënt niet worden aangetoond. Dat is te vertalen als een kreet om veiligheid en geborgenheid. Een kille ziekenhuiskamer, tijdgebonden professionals, en gemis aan bekenden zijn niet de oplossing.
Het moment komt dat de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Onder druk van prestatie-indicatoren en de zorgverzekeraars houdt het ziekenhuis de verpleegduur zo kort mogelijk. De tijd die het herstel gaat duren is afhankelijk van de diagnose en behandeling. Dan is het Hotel met Zorg een uitkomst voor het eerste of het volledig herstel met professionele hulp. De patiënt is niet langer de gebroken heup, maar meneer Janssen.
Niet vreemd: gastvriendelijkheid is in de bedrijfscultuur geworteld. De klant centraal is geen loze kreet maar realiteit. Dat noem ik hospitality met zorg.

Een ontwikkeling waar ik nog een toekomst zie voor het Hotel met Zorg is het buiten het ziekenhuis brengen van de chemo- en immuuntherapie. Patiënten kunnen zich tijdens deze behandeling ziek, onveilig en bang voelen. Het Hotel met Zorg kan dan de klantvriendelijke behandelplek worden voor de patiënt met de hem vertrouwde professionals.

Ik wil drie belangrijke argumenten noemen voor een Hotel met Zorg:

  1. Een omgeving die het gevoel van onzekerheid en de angst die samenhangt met het ziekteproces vermindert door zorg door vertrouwde professionals.
  2. Het moeilijk zo niet onmogelijk is continuïteit van professionele zorg in de thuissituatie te bieden.

       

  • Het is moeilijk om 24 uur per dag, 7 dagen per week mantelzorg te leveren.
  • Begrijpelijke zorgnota’s

    Zou u een nota betalen die in wartaal is opgesteld? Nee toch? De zorgverzekeraars doen het klakkeloos.

    Managementgebrabbel
    Af en toe komt zo’n nota boven water, omdat de verzekeraar die doorstuurt naar de verzekerde omdat hij zijn eigen risico nog niet heeft opgesoupeerd.
    Als je de verzekeraar belt om uitleg over de nota, omdat je ervan uitgaat dat die nota in vaktaal is opgesteld en door vakdeskundigen vertaald kan worden in normale mensentaal, begint het pingpongen. Om een lang verhaal kort te maken, ook die jongens en meisjes van de verzekeraar kunnen je geen steek verder helpen bij het vertalen van de wartaal en ze verwijzen je naar de afdeling facturering van het ziekenhuis.
    Voor je de kans grijpt bij het ziekenhuis, krap je je eens achter de oren en vraag je je af wat die harde werkers in die verzekeringspaleizen eigenlijk met je verzekeringspenningen uitspoken, zeker omdat ze het zelf ook niet blijken te weten. Je leest wel eens dat ze afspraken met ziekenhuizen maken over de prijs en de kwaliteit van de zorg en dat ze dat niet doen als zo’n ziekenhuis zich niet houdt aan hun eisen. Die eisen zouden gaan over kwaliteit en prijs. Ja denk je dan, mooie managementgebrabbel, maar je moet toch eerst weten wat en hoe die ziekenhuizen het doen? En dat kunnen ze je niet vertellen!
    Ook de afdeling facturering van het ziekenhuis kan je niet veel verder helpen. Ze komen met termen aan als DBC, DOT, adds-on, dure medicatie en lekenvertaling. Nog steeds heb je geen antwoord op de vraag waarvoor je betaalt en of dat terecht is. Op den duur betaal je de nota. En dat moet je niet doen!

    Van DBC naar DOT
    Het probleem van de wartaalnota ligt bij de overheid, de Wetenschappelijke verenigingen en de zorgverzekeraars die in de jaren 90 van de vorige eeuw gezamenlijk gestart zijn met de ontwikkeling van de Diagnose Behandel Combinatie (DBC) als factuurvehikel. Het is per 2005 in de ziekenhuizen ingevoerd. De gegevens waaruit de DBC is opgebouwd, en dan met name de diagnose- en verrichtinggegevens, sluiten niet aan bij de medische terminologie, zeg maar de vaktaal, van de medisch specialist. In het dossier registreert de medisch specialist je diagnose en je verrichting en die gegevens wijken mijlen ver af van de taal waarin de nota wordt opgesteld.
    Een doorsnee ziekenhuis kent al snel circa 15.000 referentiediagnosen en de DBC telt slechts 2411 diagnoseomschrijvingen. In 2012 heeft de DBC een belangrijke aanpassing ondergaan en is het DOT (DBC’s op weg naar Transparantie) geworden. In het kort komt het erop neer dat de tekst die al niet zelfverklarend was nog eens omgezet wordt en steeds verder af komt te staan van de werkelijkheid. Een puur Nederlands probleem omdat, het is al genoemd, de overheid ,de Wetenschappelijke Verenigingen en de Zorgverzekeraars hebben besloten tot het ontwerp van het factuurvehikel naast de zelfverklarende medische registraties die al lang bestaan en overal ter wereld hun nut in het factureren van de zorg hebben bewezen.

    Oplossing
    En de patiënt die zo’n wartaalnota krijgt? De nota terugsturen naar de zorgverzekeraar en vragen om een deugdelijke vertaling. Tegelijk een kopie van je dossier opvragen bij de behandelend specialist en de teksten in nota en dossier goed met elkaar vergelijken. Net zo lang doorgaan bij de verzekeraar tot de teksten vergelijkbaar zijn en de nota met de werkelijkheid overeenstemt. Kost je wat werk, OK, maar zeker een hoop actie bij de zorgverzekeraars en ziekenhuizen, die actief hebben meegewerkt aan dit gedrocht.

    — Boek deel 1

    De (social)media staan bol met maatregelen die getroffen worden om de zorgkosten enigszins in de hand te houden. Een mooi streven, maar dit zal mijns inziens tot weinig effect leiden.

    Ik heb daar drie standpunten over:
    1. Er wordt bezuinigd op de verkeerde kosten;
    2. Huidige declaratiesysteem moet in de prullenbak;
    3. Basispremie laten innen door de belastingdienst.

    Steeds weer lees je in de media, dat er bezuinigd kan worden op huisartsen, verplegend personeel, ligdagen, medicijnen, specialisten, etc. De grootste kostenpost is echter het in 2006 ingevoerde declaratiesysteem: DBC/DOT, totaal ondoorzichtig, waardoor er veel consultancybureaus, managers ed (inteelt) er wel bij varen.
    Waarom heeft Nederland gekozen voor een dergelijk stupide systeem. In de ons omringende landen gebruikt men DRG’s (Diagnosis Related Groups). Wij kunnen hierdoor internationaal geen gegevens uitwisselen. DRG’s zijn ook veel transparanter. Ons land houdt het ook liever zo ondoorzichtig mogelijk.

    De hoogte van de basispremie wordt bepaald aan de hand van de prognose van de kosten voor het komende jaar. Nooit wordt er gekeken naar de uitgaven! Om de lagere inkomens iets te ontlasten heeft men een batterij aan medewerkers aangesteld voor de bepaling van de zorgtoeslag. Als de overheid de basispremie (net als de AOW) int via de belastingdienst, dan is men het gehele circus van toeslagen kwijt!
    Ieder kostenbesparend initiatief binnen de zorg zal dan ook niet gehonoreerd worden, omdat het management hierover moet beslissen en die doen zichzelf niet de das om!

    En geloof me, er kan zeker een kwart op de zorg worden bezuinigd, zonder dat dit één zorgverlener zijn baan behoeft te kosten!

    Boek over de zorgsector (deel 1) downloaden:

    PDF_LogoDownload het boekje

    Healthy Community Foundation

    Healthy Community Foundation

    Veel discussies zijn er gaande over het politieke beleid en hoe dit zou moeten worden verbeterd. Diverse onderwerpen komen aan de orde, waaraan de burger zich het meest stoort. De belangrijkste hiervan zijn zorg en welzijn, direct gevolgd door wonen, persoonlijke ontwikkeling en werken.

    Het kabinetsbeleid zorgde de afgelopen jaren voor veel afbraak. Hoewel de burger hiertegen protesteerde, gebeurde er weinig om dit te veranderen, ondanks alle beloften. Die beloftes komen ineens naar voren nu er verkiezingen aankomen. De visie van de heren politici schijnt plotsklaps te zijn veranderd, want veel van de punten kunnen ineens wel worden verbeterd: bakken met geld worden beschikbaar gesteld, partijen kunnen nu wel met elkaar gaan samenwerken en ‘de burger komt dit allemaal ten goede!’ Als men maar op die bepaalde partij zal stemmen!

    Huidige politiek
    Het is jammer, dat de politiek alleen de burger tijdens de verkiezingen ziet staan. De politici houden zich meer bezig met ‘partijpolitiek’ dan met het luisteren naar en het zorgen voor het welzijn van de burger. Veel nieuwe partijen dienen zich aan om het pluche te veroveren. De belangrijkste vraag hierbij is: Hoe komen we in de Tweede Kamer en hoe halen wij de meeste zetels binnen! Het ene partijpunt wordt nog mooier voorgesteld dan het ander, totdat de partijen (opnieuw) zijn geïnstalleerd. Dan worden de beloftes weer in de lade geschoven en gaat men over tot de orde van de dag.
    Iets dat mij al jaren verbaast is, dat beleidsvisies op een negatieve manier worden uitgevoerd. Heeft de ene partij een plan, dan komt voor het zelfde onderwerp de tweede partij met een ander plan, als die partij maar niet vereenzelvigd wordt met de eerste partij, ondanks dat de plannen voor het grootste gedeelte vaak overeen komen! Ik zou zeggen: kijk waar de overeenkomsten liggen en bespreek de verschillen. Maar dat kan niet, want je partij moet zich wel weten te onderscheiden!’ Haantjesgedrag! Politiek moet je ook liggen. Vaak moet je tegen beter weten in kunnen praten! Sommige figuren maken er zelfs hun ‘beroep’ van, als ze maar in de Tweede Kamer zitten.
    Echter, je hebt de politiek toch nodig om veranderingen teweeg te brengen, maar op de huidige manier, zoals hiervoor beschreven, wordt het vaak een eindeloze weg.

    Een nieuw inzicht met de steun van de burger
    Enkele maanden terug heb ik drie bijzondere mensen ontmoet, die, naast een brede ervaring op verschillende gebieden, ook van een korte politieke carrière hebben mogen genieten. Zij vormden dezelfde gedachten als ik: politiek is een middel, geen doel en de bevolking moet actiever kunnen deelnemen.
    Na een aantal gesprekken kwamen wij vieren tot de conclusie, dat wij alles in huis hadden om daadwerkelijk veranderingen te kunnen gaan brengen in bestaande stelsels. Wij besloten om ons te gaan inzetten voor een betere politiek, waarin de burger meer zeggenschap krijgt bij politieke beslissingen. De volgende stap was voor ons om een aanspreekpunt in het leven te roepen en kregen de mogelijkheid om een niet actieve stichting nieuw leven in te blazen.
    ‘Healthy Community Foundation’ (HCF) is per 1 januari 2017 gestart met de verdere uitwerking van ons gedachtegoed, namelijk om in samenwerking met de burger en professionals uit het veld datgene in Den Haag aan te kaarten, dat onder de bevolking leeft. De stichting heeft geen winstoogmerk en is politiek neutraal.

    De stichting hanteert vier pijlers:
    Zorg en Zorgstelsel
    • Persoonlijke Ontwikkeling
    • Werken
    • Wonen en Woonomgeving

    Aan de hand van de informatie die burgers en professionals aanleveren, zal onze ‘denktank’ analyses maken, die zullen worden verwerkt tot beleidsadviezen. Deze adviezen worden met de beleidsvoerders besproken. Om hieraan enige druk te verbinden, zullen de burgers over het verloop van de gesprekken worden geïnformeerd via de website en via diverse (social)media.
    De bekendheid van HCF verloopt snel en er is veel vraag naar. De doelstelling van de stichting spreekt aan en is alsvolgt verwoord:

    Doelstelling:

    “Het creëren van een gezonde samenleving, waarin het welzijn van mensen – zoals een goede gezondheid, een ideale woon- en leefomgeving en goede persoonlijke ontwikkeling – centraal staat en dat voor iedere burger bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar is”.

    Uitvoering
    HCF is op dit moment bezig om haar beleidsplannen verder uit te werken. Het bouwen van de website heeft daarnaast hoge prioriteit. Contacten worden gelegd met politieke partijen, overkoepelende organen en overheidsinstanties.
    Het eerste plan dat wordt uitgewerkt is Zorg en Welzijn, een onderwerp dat mij zeer aanspreekt. Het huidige beleid op dit gebied laat veel te wensen over en is mijns inziens totaal de verkeerde weg ingeslagen. Onze visie voor een beter, bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar zorgsysteem is opgesteld en hierover zal binnenkort worden gepubliceerd. Voor dit plan is uitgegaan van hetgeen ‘leeft’ onder de burgers, de praktijkhouders en andere zorgverleners.
    Er wordt neutraal gekeken hoe de onderwerpen het beste tot hun recht kunnen komen, zonder dat wordt uitgegaan van bestaande situaties, die eventueel aangepast zouden kunnen worden. Dit zou anders een ‘pleister op pleister worden!’
    Zorg kun je in feite niet loskoppelen van wonen. Kijk bijvoorbeeld naar zorg en huisvesting van ouderen. Beide onderwerpen vallen onder welzijn. Dit geldt ook voor persoonlijke ontwikkeling, een breed begrip, dat vele aspecten van iemands leven omhelzen. Deze onderwerpen worden na ‘zorg en welzijn’ uitgewerkt. Vooruitlopend op de website, is er een korte omschrijving van HCF opgesteld, die HIER is te vinden.

    HCF is ook te vinden op de social media:
    Twitter
    Facebook
    LinkedIn

    Verdere informatie kunt u inwinnen via Email: info@stichtingHCF.nl

    Ik hoop op veel ondersteuning vanuit de bevolking. Wij doen ons uiterste best om HCF tot een groot succes te maken.

    Ministerie van Gezondheid, Welzijn en Wonen

    Ministerie van Gezondheid, Welzijn en Wonen

    Gezondheid, welzijn, en wonen zijn nauw met elkaar vervlochten. Niet alleen op financieel gebied – de woon- en zorgkosten vormen het grootste deel van de uitgaven van een gemiddeld Nederlands gezin – maar wonen en gezondheid zijn ook de meest belangrijke pijlers onder welzijn. Zorg en wonen hebben de drie B’s gemeen: bereikbaar, beschikbaar, betaalbaar. En laten we de eis van kwaliteit niet uitvlakken.

    Een goede woning in een gezonde en veilige omgeving draagt bij tot welzijn en een minder gebruik van zorgaanbod. Het is niet voor niets dat steden als Rotterdam, Utrecht, Antwerpen en de meeste Duitse steden veel doen op het gebied van een gezond milieu en een lage emissiezone instellen. Maar de sprekendste voorbeelden waar gezondheid, welzijn, wonen en mobiliteit samengaan vind je in Scandinavië. Stockholm, Kopenhagen en Oslo zijn maar een paar bekende steden die ermee aan de weg timmeren.

    Welzijn als het resultaat tussen de interactie van wonen en gezondheid maakt de ‘eerste lijn’ dagelijks mee. Zij zijn de kenners bij uitstek die je kunnen vertellen wat de meerwaarde is van een geïntegreerd beleid.
    De morbiditeitsklachten door slecht wonen lopen van geboorte tot overlijden. Iedere leeftijdsklasse krijgt ermee te maken en des te jonger de klachten beginnen des te sneller zullen die uitgroeien tot chroniciteit. Ziekten die niet alleen de kwaliteit van leven negatief beïnvloeden en de leeftijdsverwachting naar beneden bijstellen, maar ook de zorgkosten per levensjaar steeds verder doen oplopen.
    Morbiditeit die veroorzaakt wordt door wonen is bij ongewijzigde woonomstandigheden onoplosbaar, heeft een slechte prognose en is uitzichtloos voor de patiënt. Dat laatste is een cumulerende factor voor een negatief beeld van het welzijn.

    Wonen (de som van woning, woonomgeving en milieu)is een belangrijke variabele voor de gezondheid en als som daarvan het welzijn. De relaties tussen de variabelen worden steeds duidelijker door groeiend wetenschappelijk onderzoek. Zo is er in Antwerpen veel onderzoek verricht naar de invloed van fijnstof op de vasculaire en pulmonaire morbiditeit. De resultaten zijn zonder meer schokkend. Kinderen die amper de kleuterschool ontgroeid zijn, hebben een significant lagere leeftijdsverwachting dan hun leeftijdsgenootjes in een minder schadelijke woonomgeving.

    Willen we een volledig beeld ontwikkelen op het gebied van wonen en welzijn en de variabelen zoveel mogelijk op elkaar afstemmen dan spreekt er dus veel voor om het beleid op het gebied van de volksgezondheid en het welzijn te integreren met dat van wonen. Het huidige ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal naar een hoger niveau moeten worden gebracht, waarbij amateur sport naar Welzijn kan en de professionele sport naar Economische Zaken.

    Het uiteindelijke doel zou dan kunnen zijn een ministerie van Gezondheid, Welzijn en Wonen.

    Fibromyalgie, ziekte die ‘geen ziekte’ mag zijn!

    Fibromyalgie, ziekte die ‘geen ziekte’ mag zijn!

    Veel mensen hoor je klagen over onbekende pijnen in gewrichten, spieren en weke delen, waar geen duidelijke diagnose voor te stellen is. Artsen, die er geen raad mee weten, vegen het onder de noemer ‘fibromyalgie’ en gaan over tot voorschrijven van fysiotherapie en pijnstilling. Vaak wordt de dosering steeds hoger met alle gevolgen vandien.

    Nu wordt fibromyalgie veelal gezien als een aandoening, dat ‘tussen de oren’ zit. Gewoonweg, omdat men geen oorzaak kan vinden en dat er weinig onderzoek naar gedaan wordt. De ziekte is in Nederland dan ook niet erkend.
    De 340.00 patienten, die in Nederland hieraan lijden, hebben niet alleen te kampen met heel veel pijn, maar lopen nog tegen iets anders aan. Door het niet erkennen, voelen zij zich buitengesloten, een aansteller, dus krijgen ook nog een geestelijke klap te verwerken. Door de hoge medicatie, vaak morfine, ontstaat er bij sommigen een verslaving, waarvan zij willen afkomen. Kortom nog afkickverschijnselen ook.

    Vandaag kreeg ik een boekje over dit fenomeen onder handen, geschreven door Carola Boezer. Zij is zelf fibromyalgie patiënte sinds 1992. Haar geschiedenis en haar worsteling met deze ziekte gedurende de afgelopen 25 jaar heeft zij uitmuntend verwoord. Het boekje is geschreven in zeer begrijpelijke taal. Hoe zij al die jaren tegen muren aanliep, van de pijn niet kon werken, maar toch moest, omdat de ziekte niet erkend is. Hoe ze verslaafd werd aan morfine en hier vanaf wilde komen. Wat de afkickverschijnselen met haar deden. Ook hoe zij vele vrienschappen verloor wegens onbegrip.
    Toch heeft zij kans gezien om met de pijn te leren leven.

    Ik raad daarom een ieder aan om dit boekje te lezen. Niet alleen lotgenoten, maar ook de gewone burger om meer begrip te krijgen voor deze slopende en zogenaamd ‘niet-bestaande ziekte’.

    Voor artsen vind ik het min of meer een verplichting om deze kennis achter de hand te hebben! U wilt toch vlg uw artseneed de patient genezen en niet als een Klaas Vaak strooien met pijnstillers, omdat de kennis ontbreekt! In hoofdstuk 2 heeft zij beschreven hoeveel onbegrip sommige medici tonen .

    Hoe u het boekje kunt bestellen vindt u hier!

    Echt, het lezen meer dan waard!

    Kiezers let op uw saeck!

    Zo maar, op een stralende winterdag een handjevol titels over de digitalisering in de zorg (uit Zorgvisie ICT van 29 november 2016) in de media.

    • Revalidatiecentrum Reade presenteert Reuma Meter app
    • Uitslagen sneller op patiëntportaal Máxima Medisch Centrum
    • Zorg en ICT moeten zich aan elkaar aanpassen
    • Jeugd-ggz investeert 2 miljoen euro in e-health
    • Process mining helpt administratieve lasten verlagen

    Op het eerste gezicht denk je misschien wel: geweldig die ontwikkelingen, dat gaat de goede kant op. Dan lees je de artikelen en word je al wat minder enthousiast. Dat zet je aan het denken.

    Bijna ieder onderwerp slorpt een vermogen aan euro’s op voor veelal een relatief beperkte groep gebruikers. En is het allemaal wel zo nuttig voor de patiënt, gebruikersvriendelijk en wat is the return of investment? Wie betaalt al die ontwikkelingen, die als een pretpakket worden gepresenteerd?

    Dat zijn jij en ik. Via de premie voor onze zorgverzekering en onze belastingaanslag. Het minste wat je verwacht is dan een controle op het financieel en maatschappelijk nut en het effect op de kwaliteit van zorg.
    Nee dus, het is veelal ‘fact free software’, vergelijk het met spelletjessoftware, only fun!

    De euro’s hadden beter kunnen worden gebruikt! Oké, dat vraagt om een datamodel en een informatieplan, want dat is toch wel het minste dat we als sponsoren mogen eisen?

    Kiezers let op uw saeck!

    ACM staat openbaar maken ziekenhuistarieven toe

    ACM staat openbaar maken ziekenhuistarieven toe
    door: Koos Dirkse
    fotoxx-1071Op 4 augustus jl las ik een artikel op Skipr over het openbaar maken van ziekenhuistarieven. ‘Dankzij de openbaarmaking van prijzen van ingrepen in ziekenhuizen door zorgverzekeraar CZ hebben ziekenhuizen inzicht gekregen in elkaars tarieven. Ondanks dat het mogelijk concurrentiegevoelige informatie betreft, ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) dit niet als een probleem’.

    Het is een zeer gecompliceerde materie geworden. Iedereen heeft een mening, een visie, een idee hoe het werkt en anders kan. Alleen men vergeet een ding: definieer nu eindelijk eerst eens waar je over praat of denkt.
    Dus terug naar de marktwerking. Je hebt een producent en een consument. Vanuit dat idee, laten we het even definitie noemen, is het niet vreemd dat de ACM achter het openbaar maken van de tarieven staat. Je koopt toch ook geen Mercedes A200 als je de catalogusprijs niet kent? En natuurlijk geven dealers je korting.
    Dat kan in de ziekenhuizen ook: het verwijderen van een blinde darm kost N en je krijgt het in een ziekenhuis voor N – n. Prachtig, toch?

    Maar dan maak jij een denkfout. De kosten worden niet vastgesteld door het ziekenhuis, maar door het ziekenhuis, in overleg met de zorgverzekeraar. Gewoon overleg, of zoals je wilt, ouderwets handjeklap tussen een zorgverzekeraar en een ziekenhuis. En als je dat allemaal weet en dan nadenkt, legt de ACM inderdaad een bom onder het stelsel. Zo ben je weer helemaal bij met je conclusie.
    Want, als er een lijst met productprijzen komt, die ver uiteenlopen, is het een kleine stap naar een standaardlijstje met de plussen en minnen. Zijn we dus weer terug bij af: een codelijstje met tarieven, waarmee we daarvoor zolang in de zorg moesten werken…

    Ik denk dat de ACM heel goed weet dat het huidig stelsel niet te betalen blijft. De eerste stap naar een uitkleding is de prijzen voor een zorgproduct in de openbaarheid brengen. De volgende stap is een aftopping van de prijzen per product. Daarna een prijslijst voor het product met de basisactiviteiten. Vergelijk het maar met de prijslijst voor een auto. Niemand koopt een basisversie en bestelt extra’s. Dat is het beeld dat ik bij de zorg van morgen krijg door die acties van onder meer ACM: Je zal voor alle extra’s moeten bijbetalen.

    En inderdaad, dan is er sprake van een tweedeling in de zorg: degenen die hun zorg op niveau kunnen betalen én degenen die slechts een basiszorg ontvangen…..Scheelt heel wat pensioenuitkering.
    Is dat probleem ook weer opgelost.

    ACM: openbare tarieven


    fotoxx-1071Op 4 augustus jl las ik een artikel op Skipr over het openbaar maken van ziekenhuistarieven. ‘Dankzij de openbaarmaking van prijzen van ingrepen in ziekenhuizen door zorgverzekeraar CZ hebben ziekenhuizen inzicht gekregen in elkaars tarieven. Ondanks dat het mogelijk concurrentiegevoelige informatie betreft, ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) dit niet als een probleem’.

    Het is een zeer gecompliceerde materie geworden. Iedereen heeft een mening, een visie, een idee hoe het werkt en anders kan. Alleen men vergeet een ding: definieer nu eindelijk eerst eens waar je over praat of denkt.
    Dus terug naar de marktwerking. Je hebt een producent en een consument. Vanuit dat idee, laten we het even definitie noemen, is het niet vreemd dat de ACM achter het openbaar maken van de tarieven staat. Je koopt toch ook geen Mercedes A200 als je de catalogusprijs niet kent? En natuurlijk geven dealers je korting.
    Dat kan in de ziekenhuizen ook: het verwijderen van een blinde darm kost N en je krijgt het in een ziekenhuis voor N – n. Prachtig, toch?

    Maar dan maak jij een denkfout. De kosten worden niet vastgesteld door het ziekenhuis, maar door het ziekenhuis, in overleg met de zorgverzekeraar. Gewoon overleg, of zoals je wilt, ouderwets handjeklap tussen een zorgverzekeraar en een ziekenhuis. En als je dat allemaal weet en dan nadenkt, legt de ACM inderdaad een bom onder het stelsel. Zo ben je weer helemaal bij met je conclusie.
    Want, als er een lijst met productprijzen komt, die ver uiteenlopen, is het een kleine stap naar een standaardlijstje met de plussen en minnen. Zijn we dus weer terug bij af: een codelijstje met tarieven, waarmee we daarvoor zolang in de zorg moesten werken…

    Ik denk dat de ACM heel goed weet dat het huidig stelsel niet te betalen blijft. De eerste stap naar een uitkleding is de prijzen voor een zorgproduct in de openbaarheid brengen. De volgende stap is een aftopping van de prijzen per product. Daarna een prijslijst voor het product met de basisactiviteiten. Vergelijk het maar met de prijslijst voor een auto. Niemand koopt een basisversie en bestelt extra’s. Dat is het beeld dat ik bij de zorg van morgen krijg door die acties van onder meer ACM: Je zal voor alle extra’s moeten bijbetalen.

    En inderdaad, dan is er sprake van een tweedeling in de zorg: degenen die hun zorg op niveau kunnen betalen én degenen die slechts een basiszorg ontvangen…..Scheelt heel wat pensioenuitkering.
    Is dat probleem ook weer opgelost.

     

    Een nieuwe koers

    Een nieuwe koers

    door Koos Dirkse
    KoosSinds lange tijd schrijf ik blogs. Deze zijn merendeel gericht op de zorg, maar vooral op het zorgstelsel. Mateloos verbaas (zacht uitgedrukt) ik mij hoe dit beleid wordt gevoerd. Vaak krijg ik het idee, dat dit stelsel niet is gericht op patiëntenzorg, maar om zoveel mogelijk mensen, vaak zonder enige kennis van het medisch handelen, aan het werk te houden. Hoe ingewikkelder hoe beter!

    Systemen, zoals DBC en DOT, worden ingevoerd en in stand gehouden om zoveel mogelijk geld uit een declaratie te halen. Het woord ‘upcoding’, dat in mijn ogen een frauduleuze handeling is, wordt gewoon toegepast. Sterker nog: het is terug te vinden in de woordenboeken als onderdeel van de opbouw van een zorgdeclaratie.
    Het gevoerde beleid binnen de ouderenzorg, jeugdzorg, mantelzorg, gehandicaptenzorg is in en in triest. Er wordt weer een paar uur in de Tweede Kamer doelloos over en weer gebakkeleid en men gaat weer over tot de orde van de dag. Geen partij is gericht op oplossingen met andere partijen, maar op problemen! Als men nu eens begint met vooruit te kijken en niet links en rechts om zich heen.
    Bij iedere Kamerbespreking over het zorgstelsel komt steeds een klein onderdeel aan de orde, waarover eindeloos wordt gediscussieerd en vervolgens weer een pleister op wordt geplakt. Naar het grote geheel wordt niet gekeken. “Je kunt de bladeren van een boom blijven poetsen, maar als de wortels verrot zijn, krijg je ze nooit aan het glimmen”.

    Gedurende 35 jaar heb ik mij dag en nacht ingezet om het zorgstelsel eenvoudiger, gebruiksvriendelijker en goedkoper te maken, zowel op de werkvloer als in de functie van directeur beheer van een samenwerkingsverband van 44 ziekenhuizen. Deze organisatie heb ik eigenhandig opgebouwd om meer efficiency te creëren. Veel hebben we bereikt, maar het beleid veranderde in 2005 met de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Als je vergelijkt hoe het medisch-administratief handelen en het declaratiecircuit eerst was en dit volledig uit de hand liep na de invoering van de nieuwe declaratiestructuur met DBC’s (Diagnose Behandel Combinatie), dan reizen de haren te berge! Omdat DBC ook niet het juiste systeem bleek te zijn is men overgegaan op DOT (DBC’s opweg naar transparantie).

    Daarbij doet zich nog het feit voor, dat er geen vergelijk met andere landen mogelijk is, Alle landen om ons heen en Australië en de VS gebruiken DRG’s (Diagnosis Related Groups). Deze gegevens zijn onderling uitwisselbaar. De EU heeft er bij Nederland al meerdere malen op aangedrongen om cijfers te leveren. Onmogelijk! Wat gaat er nu gebeuren, er worden conversietabellen opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten. Maar de DBC’s blijven gehandhaafd, ondanks dat DRG’s transparanter en goedkoper zijn.
    De minister heeft verschillende malen aangegeven, dat de patiënt een duidelijk leesbare nota dient te ontvangen. Dit is zo niet mogelijk. De tekst op de declaratie heeft drie mogelijkheden: kleine, middelgrote of grote ingreep. Meer is er niet uit te halen. Daarnaast heeft de minister het gehele declaratiegebeuren gedelegeerd aan de zorgverzekeraars. Die hebben de zeggenschap gekregen hoe, waar en wanneer een patiënt behandeld wordt. De enorme gebouwen van deze organisaties, de honorering en alle faciliteiten reizen de pan uit. Komt men niet uit met de zorgpremie, dan gaat toch gewoon het jaar daarop de premie omhoog! Iedere burger betaalt via de zorgpremie, de belastingen, het eigen risico en de eigen bijdrage € 5.500 (vijfduizendvijfhonderd euro) per jaar.

    Een ander punt waar ik vraagtekens bij zet is het volgende. Er werken circa 1,4 miljoen mensen in de zorg (cijfers CBS 2013), daarbij komen nog de mensen die in dienst zijn bij de zorgverzekeraars, VWS, andere overheidsinstellingen, externe management- en consultancy bureaus en alle al dan niet gesubsidieerde organisaties. Wie betaalt dit alles? De burger! En wie heeft er niets in te brengen, zelfs niet over zijn eigen gegevens? De burger!
    Ondertussen gaat men verder met EPD’s, landelijk schakelpunt, zorgverzekeraars die gaan bepalen waar en wanneer en óf een patiënt nog wel geholpen wordt.
    Dit gaat volkomen fout. Als er niet rigoureus wordt ingegrepen, dan betaalt binnen 5 jaar een bijstandsmoeder of een gezin met het minimumloon, de helft van het inkomen aan zorg, dat, mijns inziens, voor een groot deel in de verkeerde zakken terecht komt.

    Nu kan ik blogs blijven schrijven tot ik een ons weeg, maar dit heeft toch niet het gewenste effect. Ze worden veel gelezen en meestal krijg ik positief of opbouwend commentaar. Daarom heb ik besloten een andere weg in te slaan.
    Hoewel ik goed contact heb met enkele politieke partijen in de Tweede Kamer is het toch moeilijk om het beleid om te buigen of aan te passen. Het alternatief is om een nieuw zorgbeleid in een partijprogramma te krijgen en die gelegenheid is mij geboden.

    De Ondernemers Partij (OP) gaat zich inzetten voor zelfstandigen, ZZP’ers, praktijkhouders, etc. De burger staat bij deze partij centraal. Zij wil zich gaan inzetten voor een nieuwe politiek.
    Ik ben gevraagd om mee te werken aan het partijprogramma voor de zorg en heb deze met beide handen aanvaard. Daarbij ga ik uit van “Een eerlijke zorg voor een eerlijke prijs”. Drie hoofdthema’s die hierbij de basis zullen vormen: Bereikbaarheid, Toegankelijkheid en Betaalbaarheid”.

    Ik ben er sterk van overtuigd, dat dit een nieuwe start is voor de wederopbouw van ons zorgstelsel, dat zowel de patiënt als de zorgverlener sterk ten goede komt!