Hospitality met Zorg

Afgelopen woensdag ben ik op bezoek geweest bij Suzanne van Pelt, directeur Van der Valk Vitaal in Tiel. Het bedrijf biedt een scala aan voorzieningen voor patiënten die revalideren of  na een ziekenhuisopname moeten herstellen en/of zorg nodig hebben. Ook biedt het bedrijf preventie en vitaliteitdiensten.

Externen kunnen eveneens gebruikmaken van de faciliteiten. Bijvoorbeeld familiebezoek dat tijdens de nacht zorg nodig heeft, kan er ’s nachts verblijven. Dit alles ondersteund door medisch en paramedisch personeel.  Zo is er een dermatoloog, cardioloog, huisarts, revalidatiearts, fysiotherapeut, mondhygiënist en verpleegkundige aan verbonden.  Gasten kunnen gebruikmaken van de aanwezige wellness voorzieningen: een yogacentrum, een  fitnesscentrum, een sauna en een zwembad. Van der Valk gebruikt voor dit concept de term: ‘Hotel met Zorg’.

Mijn interesse gaat uit naar het concept, omdat ik geloof dat dit de zorg van de toekomst is. Dit staat ook beschreven in mijn ‘Manifest voor de Zorg’. Patiënten die in alle vertrouwelijkheid, rust en comfort kunnen herstellen met de partner in de directe nabijheid. Ik neem een duidelijk verschil waar in hospitality en klantvriendelijkheid. Dit laatste is bij ieder ziekenhuis aanwezig, maar hospitality is een bedrijfscultuur, die bij een ziekenhuis ontbreekt en niet is te realiseren.
Een ziekenhuis verkoopt een zorgproduct. Dat is altijd onderhevig aan tijd en geld. En lest but not least is het ziekenhuis opgedeeld naar producent en de specialist. In het ziekenhuis verwordt de patiënt tot klacht of diagnose. De patiënt wordt niet meer als geheel gezien. Hij is ‘de gebroken heup’ of de ‘zieke lever’.

Onderzoek heeft aangetoond dat de opgenomen patiënt het immens belangrijk vindt dat het ‘belletje’, het noodsignaal voor de verpleegkundige, altijd onder handbereik is. Duidelijker kan onzekerheid en angst bij de patiënt niet worden aangetoond. Dat is te vertalen als een kreet om veiligheid en geborgenheid. Een kille ziekenhuiskamer, tijdgebonden professionals, en gemis aan bekenden zijn niet de oplossing.
Het moment komt dat de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Onder druk van prestatie-indicatoren en de zorgverzekeraars houdt het ziekenhuis de verpleegduur zo kort mogelijk. De tijd die het herstel gaat duren is afhankelijk van de diagnose en behandeling. Dan is het Hotel met Zorg een uitkomst voor het eerste of het volledig herstel met professionele hulp. De patiënt is niet langer de gebroken heup, maar meneer Janssen.
Niet vreemd: gastvriendelijkheid is in de bedrijfscultuur geworteld. De klant centraal is geen loze kreet maar realiteit. Dat noem ik hospitality met zorg.

Een ontwikkeling waar ik nog een toekomst zie voor het Hotel met Zorg is het buiten het ziekenhuis brengen van de chemo- en immuuntherapie. Patiënten kunnen zich tijdens deze behandeling ziek, onveilig en bang voelen. Het Hotel met Zorg kan dan de klantvriendelijke behandelplek worden voor de patiënt met de hem vertrouwde professionals.

Ik wil drie belangrijke argumenten noemen voor een Hotel met Zorg:

  1. Een omgeving die het gevoel van onzekerheid en de angst die samenhangt met het ziekteproces vermindert door zorg door vertrouwde professionals.
  2. Het moeilijk zo niet onmogelijk is continuïteit van professionele zorg in de thuissituatie te bieden.

       

  • Het is moeilijk om 24 uur per dag, 7 dagen per week mantelzorg te leveren.
  • Kiezers let op uw saeck!

    Zo maar, op een stralende winterdag een handjevol titels over de digitalisering in de zorg (uit Zorgvisie ICT van 29 november 2016) in de media.

    • Revalidatiecentrum Reade presenteert Reuma Meter app
    • Uitslagen sneller op patiëntportaal Máxima Medisch Centrum
    • Zorg en ICT moeten zich aan elkaar aanpassen
    • Jeugd-ggz investeert 2 miljoen euro in e-health
    • Process mining helpt administratieve lasten verlagen

    Op het eerste gezicht denk je misschien wel: geweldig die ontwikkelingen, dat gaat de goede kant op. Dan lees je de artikelen en word je al wat minder enthousiast. Dat zet je aan het denken.

    Bijna ieder onderwerp slorpt een vermogen aan euro’s op voor veelal een relatief beperkte groep gebruikers. En is het allemaal wel zo nuttig voor de patiënt, gebruikersvriendelijk en wat is the return of investment? Wie betaalt al die ontwikkelingen, die als een pretpakket worden gepresenteerd?

    Dat zijn jij en ik. Via de premie voor onze zorgverzekering en onze belastingaanslag. Het minste wat je verwacht is dan een controle op het financieel en maatschappelijk nut en het effect op de kwaliteit van zorg.
    Nee dus, het is veelal ‘fact free software’, vergelijk het met spelletjessoftware, only fun!

    De euro’s hadden beter kunnen worden gebruikt! Oké, dat vraagt om een datamodel en een informatieplan, want dat is toch wel het minste dat we als sponsoren mogen eisen?

    Kiezers let op uw saeck!

    ACM staat openbaar maken ziekenhuistarieven toe

    ACM staat openbaar maken ziekenhuistarieven toe
    door: Koos Dirkse
    fotoxx-1071Op 4 augustus jl las ik een artikel op Skipr over het openbaar maken van ziekenhuistarieven. ‘Dankzij de openbaarmaking van prijzen van ingrepen in ziekenhuizen door zorgverzekeraar CZ hebben ziekenhuizen inzicht gekregen in elkaars tarieven. Ondanks dat het mogelijk concurrentiegevoelige informatie betreft, ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) dit niet als een probleem’.

    Het is een zeer gecompliceerde materie geworden. Iedereen heeft een mening, een visie, een idee hoe het werkt en anders kan. Alleen men vergeet een ding: definieer nu eindelijk eerst eens waar je over praat of denkt.
    Dus terug naar de marktwerking. Je hebt een producent en een consument. Vanuit dat idee, laten we het even definitie noemen, is het niet vreemd dat de ACM achter het openbaar maken van de tarieven staat. Je koopt toch ook geen Mercedes A200 als je de catalogusprijs niet kent? En natuurlijk geven dealers je korting.
    Dat kan in de ziekenhuizen ook: het verwijderen van een blinde darm kost N en je krijgt het in een ziekenhuis voor N – n. Prachtig, toch?

    Maar dan maak jij een denkfout. De kosten worden niet vastgesteld door het ziekenhuis, maar door het ziekenhuis, in overleg met de zorgverzekeraar. Gewoon overleg, of zoals je wilt, ouderwets handjeklap tussen een zorgverzekeraar en een ziekenhuis. En als je dat allemaal weet en dan nadenkt, legt de ACM inderdaad een bom onder het stelsel. Zo ben je weer helemaal bij met je conclusie.
    Want, als er een lijst met productprijzen komt, die ver uiteenlopen, is het een kleine stap naar een standaardlijstje met de plussen en minnen. Zijn we dus weer terug bij af: een codelijstje met tarieven, waarmee we daarvoor zolang in de zorg moesten werken…

    Ik denk dat de ACM heel goed weet dat het huidig stelsel niet te betalen blijft. De eerste stap naar een uitkleding is de prijzen voor een zorgproduct in de openbaarheid brengen. De volgende stap is een aftopping van de prijzen per product. Daarna een prijslijst voor het product met de basisactiviteiten. Vergelijk het maar met de prijslijst voor een auto. Niemand koopt een basisversie en bestelt extra’s. Dat is het beeld dat ik bij de zorg van morgen krijg door die acties van onder meer ACM: Je zal voor alle extra’s moeten bijbetalen.

    En inderdaad, dan is er sprake van een tweedeling in de zorg: degenen die hun zorg op niveau kunnen betalen én degenen die slechts een basiszorg ontvangen…..Scheelt heel wat pensioenuitkering.
    Is dat probleem ook weer opgelost.

    Wie betaalt uw ziekenhuiscomplicatie?

    Betalen ziekenhuiscomplicatie

    door: Koos Dirkse
    De zorgverzekeraars staan voor uw veiligheid en kwaliteit in de ziekenhuiszorg. Ze maken immers de afspraken over de zorg, uitgedrukt in DBC-zorgproducten, in termen van prijs en kwaliteit. De IGZ controleert frequent de ziekenhuizen op veiligheid en uit de media weten we dat de uitkomst niet altijd goed uitvalt. Het ziekenhuis wordt dan onder verscherpt toezicht gesteld en moet de zaak op orde krijgen.

    Onverwacht Langdurige Opname (OLO)
    Toch gaat het nog steeds in forse maat fout. Dutch Hospital Data berekent met de cijfers uit de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg onder meer de indicator “Onverwacht Langdurige Opname” (OLO). De indicator betreft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht langdurige opnameduur. Dat wil zeggen dat de opnameduur minimaal 50% langer is dan verwacht. Het verwachtingscijfer is berekend op basis van vergelijkbare patiënten wat betreft leeftijd, hoofddiagnose en hoofdverrichting. Het landelijk OLO cijfer was in 2015 15,5%. Dat wil zeggen dat minimaal 15,5% van de Nederlandse klinische opnamen een suboptimale kwaliteit van zorg zou hebben. Minimaal, omdat de verlenging van ligduur vaak duidt op vermijdbare schade of complicatie.
    Gerelateerd aan de opnamecijfers van het CBS zou dat bijna 305.000 opnamen betreffen. Een schrikbarend aantal.

    Aanpassing diagnose door complicatie
    Laten we eens kijken naar het registratieproces van deze cases. De patiënt heeft een opnamediagnose, waarvoor de opname en behandeling zijn geïnitieerd. Tijdens de behandeling doet zich een complicatie voor of is er sprake van vermijdbare schade. De opnamediagnose, waarvoor het aantal verpleegdagen en kosten is begroot is niet langer kostendekkend. In de DBC-systematiek wordt de DBC-typering omgezet in de vigerende diagnose die is ontstaan na de complicatie/het ontstaan van vermijdbare schade. Zo is sepsis (bloedvergiftiging) een helaas veel voorkomende complicatie en die aantallen vinden we terug in het aantal DBC’s met sepsis.
    Zo wordt de financiële schade die het ziekenhuis leidt door de complicatie/vermijdbare schade afgewenteld op de zorgverzekeraar. Een financiële prikkel om zo optimaal mogelijke kwaliteit van zorg te leveren is er dus absoluut niet.

    DRG-systematiek
    Een kort onderzoekje over de DRG systematiek (het systeem dat in veel landen om ons heen wordt gebruikt) leert, dat bij een complicatie/vermijdbare schade de opnamediagnose gehandhaafd blijft. De financiële schade wordt dus door het ziekenhuis gedragen. Het is daar dan ook de financiële prikkel om zo min mogelijk opnamen met complicatie/vermijdbare schade te hebben. Iedere medische specialist zal direct aangesproken worden op een verlengde verpleegduur en zal daar verantwoording over moeten afleggen. Het is het zoveelste bewijs dat het DBC-systeem een perfide systeem is.

    Kunt u een beroepsgroep noemen waarin slecht werk beloond wordt met een hoger inkomen?

    Een nieuwe koers

    Een nieuwe koers

    door Koos Dirkse
    KoosSinds lange tijd schrijf ik blogs. Deze zijn merendeel gericht op de zorg, maar vooral op het zorgstelsel. Mateloos verbaas (zacht uitgedrukt) ik mij hoe dit beleid wordt gevoerd. Vaak krijg ik het idee, dat dit stelsel niet is gericht op patiëntenzorg, maar om zoveel mogelijk mensen, vaak zonder enige kennis van het medisch handelen, aan het werk te houden. Hoe ingewikkelder hoe beter!

    Systemen, zoals DBC en DOT, worden ingevoerd en in stand gehouden om zoveel mogelijk geld uit een declaratie te halen. Het woord ‘upcoding’, dat in mijn ogen een frauduleuze handeling is, wordt gewoon toegepast. Sterker nog: het is terug te vinden in de woordenboeken als onderdeel van de opbouw van een zorgdeclaratie.
    Het gevoerde beleid binnen de ouderenzorg, jeugdzorg, mantelzorg, gehandicaptenzorg is in en in triest. Er wordt weer een paar uur in de Tweede Kamer doelloos over en weer gebakkeleid en men gaat weer over tot de orde van de dag. Geen partij is gericht op oplossingen met andere partijen, maar op problemen! Als men nu eens begint met vooruit te kijken en niet links en rechts om zich heen.
    Bij iedere Kamerbespreking over het zorgstelsel komt steeds een klein onderdeel aan de orde, waarover eindeloos wordt gediscussieerd en vervolgens weer een pleister op wordt geplakt. Naar het grote geheel wordt niet gekeken. “Je kunt de bladeren van een boom blijven poetsen, maar als de wortels verrot zijn, krijg je ze nooit aan het glimmen”.

    Gedurende 35 jaar heb ik mij dag en nacht ingezet om het zorgstelsel eenvoudiger, gebruiksvriendelijker en goedkoper te maken, zowel op de werkvloer als in de functie van directeur beheer van een samenwerkingsverband van 44 ziekenhuizen. Deze organisatie heb ik eigenhandig opgebouwd om meer efficiency te creëren. Veel hebben we bereikt, maar het beleid veranderde in 2005 met de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Als je vergelijkt hoe het medisch-administratief handelen en het declaratiecircuit eerst was en dit volledig uit de hand liep na de invoering van de nieuwe declaratiestructuur met DBC’s (Diagnose Behandel Combinatie), dan reizen de haren te berge! Omdat DBC ook niet het juiste systeem bleek te zijn is men overgegaan op DOT (DBC’s opweg naar transparantie).

    Daarbij doet zich nog het feit voor, dat er geen vergelijk met andere landen mogelijk is, Alle landen om ons heen en Australië en de VS gebruiken DRG’s (Diagnosis Related Groups). Deze gegevens zijn onderling uitwisselbaar. De EU heeft er bij Nederland al meerdere malen op aangedrongen om cijfers te leveren. Onmogelijk! Wat gaat er nu gebeuren, er worden conversietabellen opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten. Maar de DBC’s blijven gehandhaafd, ondanks dat DRG’s transparanter en goedkoper zijn.
    De minister heeft verschillende malen aangegeven, dat de patiënt een duidelijk leesbare nota dient te ontvangen. Dit is zo niet mogelijk. De tekst op de declaratie heeft drie mogelijkheden: kleine, middelgrote of grote ingreep. Meer is er niet uit te halen. Daarnaast heeft de minister het gehele declaratiegebeuren gedelegeerd aan de zorgverzekeraars. Die hebben de zeggenschap gekregen hoe, waar en wanneer een patiënt behandeld wordt. De enorme gebouwen van deze organisaties, de honorering en alle faciliteiten reizen de pan uit. Komt men niet uit met de zorgpremie, dan gaat toch gewoon het jaar daarop de premie omhoog! Iedere burger betaalt via de zorgpremie, de belastingen, het eigen risico en de eigen bijdrage € 5.500 (vijfduizendvijfhonderd euro) per jaar.

    Een ander punt waar ik vraagtekens bij zet is het volgende. Er werken circa 1,4 miljoen mensen in de zorg (cijfers CBS 2013), daarbij komen nog de mensen die in dienst zijn bij de zorgverzekeraars, VWS, andere overheidsinstellingen, externe management- en consultancy bureaus en alle al dan niet gesubsidieerde organisaties. Wie betaalt dit alles? De burger! En wie heeft er niets in te brengen, zelfs niet over zijn eigen gegevens? De burger!
    Ondertussen gaat men verder met EPD’s, landelijk schakelpunt, zorgverzekeraars die gaan bepalen waar en wanneer en óf een patiënt nog wel geholpen wordt.
    Dit gaat volkomen fout. Als er niet rigoureus wordt ingegrepen, dan betaalt binnen 5 jaar een bijstandsmoeder of een gezin met het minimumloon, de helft van het inkomen aan zorg, dat, mijns inziens, voor een groot deel in de verkeerde zakken terecht komt.

    Nu kan ik blogs blijven schrijven tot ik een ons weeg, maar dit heeft toch niet het gewenste effect. Ze worden veel gelezen en meestal krijg ik positief of opbouwend commentaar. Daarom heb ik besloten een andere weg in te slaan.
    Hoewel ik goed contact heb met enkele politieke partijen in de Tweede Kamer is het toch moeilijk om het beleid om te buigen of aan te passen. Het alternatief is om een nieuw zorgbeleid in een partijprogramma te krijgen en die gelegenheid is mij geboden.

    De Ondernemers Partij (OP) gaat zich inzetten voor zelfstandigen, ZZP’ers, praktijkhouders, etc. De burger staat bij deze partij centraal. Zij wil zich gaan inzetten voor een nieuwe politiek.
    Ik ben gevraagd om mee te werken aan het partijprogramma voor de zorg en heb deze met beide handen aanvaard. Daarbij ga ik uit van “Een eerlijke zorg voor een eerlijke prijs”. Drie hoofdthema’s die hierbij de basis zullen vormen: Bereikbaarheid, Toegankelijkheid en Betaalbaarheid”.

    Ik ben er sterk van overtuigd, dat dit een nieuwe start is voor de wederopbouw van ons zorgstelsel, dat zowel de patiënt als de zorgverlener sterk ten goede komt!