Politiek Den Haag, waar is de huisarts?

De zorg was een belangrijk item tijdens de verkiezingen. Niet de kwaliteit en het resultaat van de zorg, die moeilijk meetbaar zijn – omdat we in Nederland de registratie van de zorg hebben laten verslonzen – maar de kosten. Die zijn bekend en daar kun je zo lekker mee optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. De vierde klas lagere school bij uitstek! Als je erg slim bent, dan kies je nog een perspectief, dat liefst zo hoog mogelijke kosten scoort, bijvoorbeeld de ouderenzorg..

Maar waar is het totaalbeeld van de zorg? Noem het maar het architectuurplaatje, waar je romp en aangeplakte puisten duidelijk op ziet? Diep triest dat geen enkele politicus dat kan produceren, maar de grenzen voor onze zorg, op basis van de euro die de overheid ervoor over heeft, gaat bepalen.

Laten we in de basisarchitectuur van de zorg (weer) eens een lans breken voor de rol van de huisarts. Huisarts zijn moet in een tijd van ongebreidelde besparingsdrift van een euroverslindende overheid niet echt een pretje zijn. Of je maar even meer wilt gaan doen tegen gelijke of minder inkomsten. Dat lukt natuurlijk nooit en de huisarts heeft er het beeld van medische ambtenaar, werkt van negen tot vijf, aan overgehouden.

Oh ja hoor, natuurlijk kan een huisarts na kantoortijd patiënten behandelen, maar dan in een huisartsenpost (HAP). De huisartsenpost ontvangt ongeveer tien keer zoveel voor een consult dan de huisarts tijdens zijn bedrijfstijd. Als hij/zij het waagt een vraagteken te zetten waarom een patiënt niet gewoon tijdens de spreekuurtijd op consult komt, wordt hij/zij niet alleen door de patiënt terecht gewezen, maar ook van de zorgverzekeraar mag hij/zij weinig medewerking verwachten. Die betaalt klakkeloos en wil verder geen commentaar. Niet morren, na de nachtdienst is er de volgende morgen gewoon weer de eigen praktijk met de zorgen van de patiënten. Hoezo wet werktijden? De huisarts wordt ten onrechte verguisd en vergeten in de zorg, terwijl deze dicht bij de patiënt zou moeten staan.

Genoeg hierover, laten we eens kijken wat hij/zij, de familievriend(in) van vroeger, zo allemaal kan. Zoals het woord familievriend(in) al zegt, kent hij/zij zijn patiënten door en door. Hij/zij kent hun vragen, wensen en ja, het is immers 2018, ook hun eisen en wensen. Hij/zij kent de gezondheidsrisico’s, weet welke preventie wel en niet aanslaat en is als enige op de hoogte van de veranderingen in de loop der tijd in de gezondheid en het welzijn van zijn/haar individuele patiënten.
Hij/zij is bij uitstek de monitor voor de gezondheidstoestand van de populatie en de veranderingen die zich erin voltrekken. Met recht kan hij/zij vertellen en documenteren wat de vragen en behoeften van de oudere patiënt zijn en hoe deze op individuele wijze ingevuld kunnen worden zonder dat daar een heel administratief, bureaucratische organisatie onder leiding van niet-wetende managers voor opgetuigd moet worden. Hij/zij levert de basiszorg en kan bepalen of de patiënt voor de zorg naar een ander echelon in ons zorgstelsel moet, of dat deze daar moet blijven of gewoon terug kan keren voor verdere zorg. Hij/zij kan met recht de regievoerder van de zorg op menselijke maat genoemd worden.

Om de huisarts als regievoerder van de zorg te bombarderen moet je natuurlijk wel een aantal randvoorwaarden opstellen. Zo is er het aantal huisartsen en de onderlinge concurrentie. We zullen meer huisartsen nodig hebben, die een gezonde onderlinge concurrentie voeren. De bedrijfstijden die nu voor de werkende patiënt verre van optimaal zijn, zullen aangepast moeten worden aan de veranderde vraag en het aanbod.
De huisartsen gaan de concurrentie aan met de poliklinieken van de ziekenhuizen. Die poliklinieken zijn nog steeds een gehannes met slechte logistiek, te lange toegangstijden en als je er eenmaal bent, lange wachttijden voor je eindelijk in de spreekkamer je zegje in drie minuten mag doen. Dat kan gewoonweg heel wat beter. Een blik op de geregistreerde DBC-codes, een financiële registratie op basis waarvan de ziekenhuizen betaald worden, leert je heel snel dat meer dan 30% van de poliklinische diagnoses met verrichtingen heel goed door een huisarts gedaan kunnen worden. En dat kost héél wat minder, omdat de overheadkosten van de huisarts heel wat lager zijn. Natuurlijk zal de huisarts een eerlijke prijs moeten krijgen voor de diagnosen en verrichtingen die hij erbij krijgt. Maar dan nog: een heel goede, snel toegankelijke zorg dichtbij de patiënt tegen een heel goede prijs.

Een topbesparing is er in de ondersteuning van de zorg, wanneer de huisarts echt de regie zou voeren in de kosten voor het elektronisch patiënten dossier, kortweg het EPD (veel beter is overigens de term Patiëntgebonden dossier, kortweg PGD). Geef de huisarts de regie over de digitale zorggegevensverzameling van zijn/haar patiënt. Alle dikke managementadviezen, overbetaalde consultants en overprijsde EPD’s die de ziekenhuizen voor tientallen miljoenen aanschaffen en voor evenzo vele miljoenen proberen in de lucht te krijgen en te houden ten spijt, gaat het in de basis om een slimme registratie van de zorgvraag, de diagnose, de verrichting en de medicatie.
Geef de huisarts voor een gestandaardiseerd landelijk EPD een vast bedrag per verzekerde per jaar, waarmee het systeem en de basiseisen (bijvoorbeeld de gegevensuitwisseling), die je eraan stelt, betaald kunnen worden en schrijf de uniforme codering van zorgvraag, diagnose, verrichting en medicatie voor met Internationale Classificaties. De uitwisseling van de persoonsgegevens gebeurt met een extract uit die geüniformeerde gegevens en betekent een betere kwaliteit van gegevens, een verhoging van de patiëntveiligheid en eenvoud.
De ziekenhuizen hebben het huisartssysteem dat dus bestaat uit een EPD en een gestandaardiseerde gegevensverzameling maar te volgen en te incorporeren in hun bedrijfssysteem. En dat systeem is in ieder geval vele miljoenen goedkoper dan wat ze nu invoeren en kan echt een rol spelen bij het verbeteren van hun bedrijfsproces. En laten we het dan nog maar niet over de eenheid van taal (de classificaties) hebben, die de ziekenhuizen niet of slecht gebruiken. Hoe komen ze erbij dat ze kennis over patiënten en ontwikkelingen hebben?

Je vraagt je af: Wat let de politiek om dit nu eens echt van de grond te krijgen? Het ontbreken van het architectuurplaatje op het netvlies? Zo moeilijk is het echt niet als je de moed maar hebt om echt te willen veranderen, je doelstellingen scherp formuleert, de criteria concreet definieert en het eigenaarschap van de zorgregie eindelijk eens vastlegt bij de huisarts en hem/haar er eerlijk voor honoreert.

Ongecontracteerde zorg fysiotherapie

Echt belachelijk: als patiënten hun verzekeraar bellen met de vraag wat de verzekeraar vergoedt als ze naar een niet gecontracteerde fysiotherapeut gaan, dan krijgen ze met regelmaat als antwoord: dat ze niets vergoeden van behandeling door niet-gecontracteerde fysiotherapeuten, daar die geen kwaliteit leveren.

Het is ongehoord, dat zorgverzekeraars verkondigen, dat ‘ongecontracteerd’ inhoudt, dat de fysiotherapeut niet gekwalificeerd/goed genoeg is en daarom niet in aanmerking komt voor een contract.
De verzekeraars vertellen uiteraard niet de werkelijke redenen waarom fysiotherapeuten weigeren de aangeboden contracten te ondertekenen.

    1. Contracten zijn eenzijdig door de verzekeraar opgesteld en nauwelijks onderhandelbaar.
    2. De verzekeraars passen de absurde behandelindex toe. Dat wil zeggen: enerzijds dure polissen met bijvoorbeeld 30 fysiotherapiebehandelingen verkopen en anderzijds de uitvoerders/fysiotherapeuten straffen door bijvoorbeeld het laagste tarief nog maar uit te betalen, als de fysiotherapeut gemiddeld boven de 9 behandelingen per patiënt uitkomt.
    3. De tarieven die de verzekeraars hanteren bij vergoeding van fysiotherapie zijn al meer dan 10 jaar bevroren. Stelt u zich eens voor dat u steeds meer (administratief) werk te verrichten krijgt en uw inkomen blijft al 10 jaar lang hetzelfde, terwijl alles duurder wordt.

En ga zo maar door. Dat dit redenen zijn waarom onder andere contracten niet worden getekend wordt in alle toonaarden verzwegen.

Dokter, behandel met je hart en neem je verantwoordelijkheid!

Vrijdagnacht, Nicole wordt wakker met een hevige zeurende pijn, rechts in de bovenbuik, uitstralend naar de rug. Daarnaast is ze erg misselijk. De volgende dag heeft ze een bezoek gebracht aan de huisartsenpost. De wat oudere, ervaren huisarts had sterke vermoedens van een galblaasontsteking en hij verwees haar naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis.

Opname
Nicole werd daar onderzocht door een assistent-chirurg, die besloot om haar op te nemen. De volgende dag zouden er meer onderzoeken plaatsvinden, waaronder het maken van een echo. De dienst van de eerste arts zat erop en die volgende ochtend kwam er een andere assistent-chirurg aan haar bed. Zij gaf aan, dat verder onderzoek niet nodig was, ook geen echo. Nicole kon naar huis met het advies eenmaal daags 80 mg Omeprazol (een maagzuurremmer) te nemen en 8 tabletten paracetamol, of meer, tegen de pijn.

Naar huis
Thuisgekomen ging het niet goed met Nicole. De misselijkheid was enorm, ze kon niets eten. Daarbij was de pijn ondraaglijk! Nicole is alleenstaande moeder met nog twee kinderen thuis, waar ze nu niet voor kon zorgen. Daarnaast maakte ze zich zorgen over haar nieuwe baan waar ze kort geleden is begonnen.
Woensdag was haar situatie zo heftig dat ze een bezoek bracht aan de huisarts. Deze wilde toch een echo hebben en bloeduitslagen. Een echo aanvragen duurt drie tot vier weken, tenzij Nicole bereid is naar een gemeente 20 km verderop te gaan (het ziekenhuis waar ze was opgenomen is nog geen tien minuten van haar woning, maar daar had men geen tijd). Dit zou de volgende dag kunnen. Ze moest familie met een auto vragen om met haar mee te gaan, het openbaar vervoer zou uren extra kosten.

Uitslag echo
De dag daarop (vrijdag) zou de uitslag bekend zijn. Haar eigen huisarts belde haar die middag op. Bij de eerste blik was het al duidelijk: een hevige galblaasontsteking, waaraan ze op korte termijn geholpen dient te worden. Maar met het weekend en de Kerstdagen voor de deur, zal dit nog minstens een week duren.

Wat is het resultaat?
Als de assistent-chirurg haar werk goed had gedaan en haar supervisor de moeite had genomen om haar ook te onderzoeken, was er direct een echo gemaakt en was Nicole niet al die ellende aangedaan. De leidinggevende vindt het blijkbaar niet nodig om betere controle uit te oefenen. Stel je voor zeg, in je weekend! Als je zo met patiënten omgaat had je tuinman op een begraafplaats moeten worden en geen arts!
Dat door deze verzaking van hun taak:

  • Nicole minstens 14 dagen behoorlijk ziek is;
  • Ze met haar kinderen vreselijke Kerstdagen ingaat;
  • Het hele circus met opname weer opnieuw gaat beginnen;
  • Zij langdurig haar werk niet kan oppakken;
  • Als het tegenzit zij haar nieuw verworven baan kwijt is;
  • De zorgkosten enorm oplopen; het eerste weekend, waaronder twee opname dagen worden doorberekend, zonder dat er iets is gebeurd.

In deze gevallen dienen patiënten toch mondiger te worden en klachten over zulke zaken in te dienen. Krijgt men geen bevredigend antwoord, stap dan naar het medisch tuchtcollege, want dit soort wanprestaties, waaraan nog een hoop geld aan wordt verdiend, dient de kop te worden ingedrukt.

Om privacyredenen heb ik voor de patiënte de naam Nicole toegekend.

Laag inkomen en eigen risico

Op 21 september jl las ik op Skipr een blog van Lodi Hennink, oud-directeur van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), met als titel ‘Eigen risico ongewijzigd, zorgmijden tóch omlaag. Hierbij wil ik wat kanttekeningen plaatsen.

In het artikel gaf hij aan dat chronisch zieken en ouderen jaarlijks hun eigen risico verbruiken. Om pieken te voorkomen stelt hij voor om vanaf 1 januari maandelijks een twaalfde deel van het eigen risico tegelijk met de premie te incasseren. Dat is maandelijks een bedrag van € 32 extra op de premie van de ziektekostenverzekering. Mocht aan het eind van het jaar het eigen risico niet volledig zijn verbruikt, dan krijgt men het restant van het geld terug.
Volgens Hennink voorkomt dit systeem gedurende het lopend jaar onvoorziene kosten en wordt hierdoor zorgmijden – te weinig geld op de bankrekening – omzeild.

Hij gaat verder met: ‘Dat beeld is aanlokkelijk. Want iedere euro die minder ten koste gaat van het spaarsaldo, vertaalt zich aan het einde van het jaar in een welkome en vaak substantiële terugbetaling van maximaal 385 euro. Een mooie sigaar uit eigen doos die aanvoelt als een tantième’.

Het argument van ‘te weinig geld op de bankrekening’ is niet het probleem. Heeft men wel een (vaak klein) bedrag op de bankrekening staan, dan zal dat zeker niet aan zorg worden besteed, omdat men dit wil behouden voor andere tegenvallers. Men ‘kijkt’ het dan nog wel even aan!
Verder spreekt Hennink over iedere euro, die ‘ten koste gaat van de spaarrekening’. Heeft dokter Hennink zich wel eens gerealiseerd, dat deze mensen helemaal geen kans zien om  iets te sparen. Ze moeten ieder dubbeltje omdraaien om rond te komen. Veel van hen komen uit de zwaarste beroepen met lage inkomens. Hennink vindt dat die teruggave aanvult als een soort tantième!

Dit is nu precies de kern van het probleem, die door velen niet wordt begrepen. Deze mensen ervaren het al als straf om ziek te zijn. Zij hebben het geld niet, ook niet in termijnen! Als je chronisch ziek bent moet je vaak rondkomen van een WIA uitkering. Dat zijn inkomsten onder het sociaal minimum! Wordt dat wel eens gerealiseerd?
En dan het eigen risico, dat gebaseerd is op de zorgkostenstijging. Er wordt naar een totaal plaatje van zorgkosten gekeken, maar niet naar de uitgaven. Daar kunnen miljarden op bezuinigd worden, maar men wil dit niet zien!

Ik vind het betreurenswaardig dat zoveel beleidsmakers en mensen met midden en hogere inkomens zich niet kunnen verplaatsen in de schoenen van mensen met lage inkomens en dan nog degenen die ziek zijn.
Waar ik me het meest aan stoor is het feit, dat de kosten van de zorg niet worden aangepakt. Er moeten veel heilige huisjes aangepakt, waardoor er een halt wordt geroepen aan de eindeloze geldstroom naar instanties, die weinig tot niets met zorg van doen hebben.
Zo worden de zorggelden onzorgvuldig verdeeld. Waarom moeten mensen die niets hebben en ziek zijn dan toch nog de eigen bijdrage betalen, waardoor ze nog meer in de problemen komen. Om het ziekzijn hebben ze ook niet gevraagd.

Het voorstel van de heer Hennink vind ik dan ook schaamteloos! Laat hij zich eens verplaatsen in de schoenen van deze groep mensen, maar dat schijnt toch moeilijk te zijn, vooral vanuit ivoren torens!

Logica ontgaat mij volledig!

Als je vanaf de weg naar een gebouw kijkt, kun je zeggen: dat ziet er goed uit! Niets meer aan doen! Hooguit nog enkele aanpassingen aan de tuin er omheen. Je kijkt niet naar de constructie van het gebouw en of er wel vloeren, trappen en liften aanwezig zijn. En of het überhaupt leefbaar is.

Zo ziet minister Schippers het zorgstelsel. Het staat, dus we borduren daarop verder. Niets meer aan de inhoud doen! Er ontstaat nu symptoombestrijding op symptoombestrijding, terwijl men ziet, dat het niet goed gaat.
Je kunt nu wel stellen dat Nederland de beste zorg biedt van Europa, maar dat is wel aan de zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, eerste lijn, etc) te danken, niet aan de minister of VWS of haar tientallen advies, automatisering- en consultancyclubs en zeker niet aan de zorgverzekeraars. Het is ook bekend, dat we, volgens de OESO, op de VS na, op basis van het BBP voor de zorg het duurste land ter wereld zijn.

Iedere motie, die enige verbetering zouden kunnen aanbrengen in het zorgstelsel, worden door de minister zondermeer de grond ingestampt.
Als je enige kennis hebt hoe het systeem nu in elkaar steekt en je denkt logisch na, dan valt je op dat hier sprake is van een enorm bord voor de kop. Iemand die het niet wil begrijpen! Of een enorme kokervisie, gericht op positieve resultaten van commerciële bedrijven, zoals zorgverzekeraars.
In en in triest, dat men zich zo laat leiden. En dat voor een gehele bevolking, die een verplichte basisverzekering door de strot geduwd krijgt. Een verplichte basisverzekering, die uit 70 verschillende polissen bestaat!

Wat zit daar achter?

Zorgverzekeraars betrouwbaar?

De media staan bol met de proefballonnen die de zorgverzekeraars oplaten. Om er twee te noemen: de geplande afschaffing van de restitutiepolis en duizenden onnodig uitgevoerde operaties. Het afschaffen van de restitutiepolis koppelt de patiënt aan het ziekenhuis waar zijn zorgverzekeraar een contract mee afsluit.

De restitutiepolis
Onder het mom van de kosten in de hand houden is je vrije artsenkeuze weg. Zo ben je straks uren onderweg om het ziekenhuis van de zorgverzekeraar te bereiken. Dat wordt dus een dagje vrij nemen voor het consult waar de arts vijf minuten aan mag besteden. Want je werkgever staat niet te trappelen om je door te betalen terwijl je niets voor hem produceert. Trouwens als hij je wel door zou betalen zou de winst die de zorgverzekeraar behaalt op macro-economisch niveau wel eens verlies kunnen betekenen.

De onnodige operaties
Dat was schrikken. Ben ik nu terecht of onterecht geopereerd? De zorgverzekeraar kan het niet vertellen, want die heeft natuurlijk geen inzage in mijn medisch dossier. En in dat medisch dossier, dat voor iedere buitenstaander gesloten blijft door het beroepsgeheim van mijn arts, staat waarom ik zo nodig geopereerd moest worden. Hoe komt de zorgverzekeraar dan aan die gegevens? Weten ze iets wat ik niet weet en hebben ze stiekem toch wat informatie over mij in hun databases gestopt?

Nee, zeggen ze, we doen dat op basis van vergelijkingen. Vergelijkingen? Waar vergelijken ze me mee? Natuurlijk kunnen ze mijn gegeven tegen gestandaardiseerde gegevens houden, maar welke gegevens hebben ze dan wel gebruikt? Hoe meer ik erover nadenk, hoe kriegeliger ik ervan word.
De volgende keer laat ik me maar in België opereren. Daar hebben de zorgverzekeraars helemaal geen probleem mee. En als ze dat wel hebben, moeten ze met een heel goede verklaring komen waarom ze zoveel miljoenen euro’s klakkeloos betalen om die 150.000 opnamen in de Belgische ziekenhuizen te betalen. Ben je tenminste niet onnodig geopereerd.

Wat wil de zorgverzekeraar werkelijk?
Proefballonnetjes hebben in de politiek, en daartoe rekenen we ook de zorgverzekeraars als verlengstuk van VWS, een doel. Wat zou het doel zijn? Niet moeilijk als je de discussie volgt over het uit de hand lopen van de kosten van de zorg. De overheid heeft er totaal geen controle meer over en iedere afspraak die ze met de zorg maken over de kostenontwikkeling wordt met voeten getreden. Het stereotype antwoord is: we kunnen niet anders, er is een groeiende vraag die we moeten beantwoorden.
Dat is maar een deel van het verhaal. De OESO heeft immers becijferd dat Nederland het op één na duurste land voor zorg ter wereld is. Alleen de VS moeten we nog voor ons laten. Kenners van de ziekenhuiszorg weten je te vertellen dat het DBC/DOT factureringsysteem daar de reden van is en dat door het ontbreken van een goede medische registratie ieder inzicht in de feitelijk behandelde morbiditeit en dus de sturing, ontbreekt. Patiënten klagen dan ook niet voor niets over nota’s met onbegrijpelijke omschrijvingen.

Het doel van de ballonnetjes is dat de zorgverzekeraars grip krijgen op de ziekenhuizen. Het bestuur van het ziekenhuis buitenspel, de medisch specialisten onder curatele en de zorgverzekeraars aan het roer. Zij gaan de inhoud van de zorg en de prijzen bepalen die ze ervoor betalen. En dat er minder ziekenhuizen overblijven is colleteral damage.

Heeft u nog vertrouwen in uw zorgverzekeraar?

Zorgregistratie nog niet voor morgen!

In het NTvG van 16 mei jl. las ik het volgende artikel: ‘Niet blindvaren op registratiegegevens’. Zelfs met een bril van maximale sterkte zou ik de huidige zorgregistratie nog terzijde leggen. De zorgregistratie, of met de modernistische term “medical intelligence’ is in de meeste ziekenhuizen immatuur.

Wil de eenmalige zorgregistratie werkelijk van de grond komen en de verwachtingen van hergebruik voor diverse doeleinden waar maken, zullen er nog bergen verzet moeten worden.
Zo maar drie knelpunten uit een analyse over de eenmalige zorgregistratie die kort geleden is gehouden:

  • de automatisering schiet te kort (het EPD),
  • de referentietabellen van Dutch Hospital Data, waarmee we diagnosen en binnenkort verrichtingen vastleggen, zijn verre van volledig; eigenlijk niet geschikt voor een eenmalige vastlegging van de zorggegevens
  • het ontbreekt aan afspraken over de verantwoordelijkheid van de kwaliteit van de registratie.

Talloze medewerkers van arts tot poli-assistente zijn bij de zorgregistratie betrokken, maar de verantwoordelijkheid voor het eindproduct is niemand bekend.

Die automatisering is een heikel onderwerp. De ziekenhuizen tezamen hebben de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in de aanschaf van EPD’s en de ombouw daarvan naar de DBC-systematiek. Nu zullen weer honderden miljoenen geïnvesteerd moeten worden om de eenheid van zorgregistratie – we hebben het over uniformiteit – te realiseren.
Nu blijkt de ziekenhuisautomatisering één grote verbrandingsoven van euro’s te zijn. Misschien wordt het eens tijd om vanuit één centraal punt de organisatie en het afstemming van het primaire proces, het documentatieproces en registratieproces aan te sturen.
Laten we als voorbeeld het ‘automatisch autorijden’. De ontwikkeling in de automotive industry gaat als een speer, de betrokken overheden nemen de uitdaging op, ondersteunen de ontwikkeling en scheppen het kader voor de praktijk.

Schandelijk voor de rijke westerse landen dat ze de zorg en daarmee hun inwoners overlaten aan goedwillende amateurs, die gezien de historie, er weinig van bakken.

Zorgkostengereedschapskist

Graag nodig ik de lezers uit om ideeën over verbetering en verandering van de zorg te ventileren. Vanuit een perspectief als bv patiënt (wat valt je op, waar erger jij je aan, wat gaat er goed), vanuit het perspectief van medewerker in de zorg, vanuit het perspectief van manager, vanuit de zorgverzekeraar, etc. zijn uw reacties meer dan welkom.

Gereedschap
De kosten van de zorg en daarbij ‘de gereedschapskist’ met begrippen als efficiency, capaciteit, voorkomen van dubbele onderzoeken, zijn vierjaarlijks terugkerende woorden met de verkiezingen in aantocht. Immers, iedere Nederlander heeft wel op één of andere manier met zorg te maken, betaalt zorgkosten, leest en hoort erover.
Scoren met die kist vol aftands gereedschap voor die jongens en meisjes, die als beroepspoliticus door het leven gaan. En achter hen komt een vloed van meelopers: directies van zorgverzekeraars, ziekenhuisbestuurders en hoogleraren in een of andere managementtak, die het gereedschap wat polijsten en voorzien van nieuwe handvatten, zodat het er weer helemaal nieuw uitziet. Iedere publiciteit waarmee ze zich kunnen profileren als vertegenwoordiger van de premiebetalende patiënt is mooi meegenomen.
Als je een oordeel wilt kunnen vellen over de hoogte van de zorgkosten moet je twee dingen heel erg goed weten: je moet een diepgaande kennis van de gezondheidszorg en de processen hebben en je moet een norm hebben waaraan je de kosten spiegelt. Nog nooit heb ik iemand ontmoet die voldoende kennis van beide onderwerpen had om ook maar een uitspraak over de kosten en efficiency te kunnen doen.

Entiteit
Wie praat er nu echt met de werkers in de zorg, de verpleegkundigen, de paramedici, de dokters hoe het er aan toe gaat en hoe zij over veranderingen en verbeteringen in hun werk denken? Dat doet geen enkele manager onder het mom dat de cijfers hem voldoende duidelijkheid geven hoe de stand van zaken is, waar de verbeterpunten te vinden zijn en wat dat aan euro’s oplevert.
En daarmee is eigenlijk alles gezegd wat er zich in de zorg afspeelt: de medewerker is voor het management tot entiteit verwoorden. Met entiteiten kun je spelen, schuiven, rekenen en er de meest fantastische managementtheorieën op loslaten.

Nog even en de patiënt is ook niet meer dan een…….!

Zorgstelsel: hoe ver nog…….

In de jaren 80 en 90 heb ik vanuit mijn positie binnen het academisch ziekenhuis Leiden (thans LUMC) een zelfstandige organisatie opgezet voor de digitale registratie en verwerking van medische handelingen. De basis werd gevormd door de medische registratie en de financiële administratie gebruikte dit voor de declaraties, grootboek en de statistiek. Ook putte de visitatiecommissies gegevens uit dit bestand. Tevens waren alle (inter)nationale codestelsels aan het systeem gekoppeld. Gestart binnen mijn ziekenhuis sloten binnen drie jaar 43 andere ziekenhuizen hierop aan. Op basis van onze gegevens kon er voor ruim 6 miljard gulden aan declaraties worden verantwoord.

Uiteraard kon ik dit niet alleen. Naast het bureau, bestaande uit 5 medewerkers, had ik een club van uitstekende adviseurs, die ik kon raadplegen en in dienst waren bij de aangesloten ziekenhuizen. De declaraties waren toen een stuk ingewikkelder en arbeidsintensiever dan tegenwoordig.
Nu heb je een basisverzekering, die geldt voor alle burgers, met eventueel een aanvullende verzekering. In die tijd waren er drie verschillende zorgverzekeringen: ziekenfonds, particuliere en privépatiënten en daarbinnen verschillende verzekeringsklassen.
Per jaar waren er drie tariefmutaties, waarbij er per keer circa 120.000 tarieven moesten worden aangepast! Toch konden wij het met z’n vijven aan, met beperkte financiële- en automatiseringsmiddelen. Computers waren er nog niet. Wij bedienden ons met aan het ZIS aangesloten monochrome terminals. De gegevens moesten op 44 tapes worden gezet en naar de ziekenhuizen gestuurd, waar ze in het ZIS werden ingelezen.

De gehele opzet van het systeem, de problemen waar we tegenaan liepen en alle verbeteringen staan me nog bij als de dag van gisteren. Daarom erger ik me mateloos aan het ondoordachte beleid dat nu wordt gevoerd. Er wordt geroepen, dat de zorg zo duur wordt. En dan weer een bericht, dat men kans zag om toch weer een paar miljoen te bezuinigen, terwijl het basisprobleem niet wordt aangepakt.
We gaan binnenkort over de honderd miljard kosten per jaar heen! De DBC’s, een zeer fraudegevoelig systeem, dat financieel alles eruit haalt wat maar mogelijk is, zonder dat de gedeclareerde handelingen hebben plaatsgevonden, blijft men hanteren.
Andere landen werken met DRG’s, dus van vergelijking met andere landen is geen sprake. Hiervoor moeten voor de EU weer conversietabellen worden opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten.
Honderden organisaties, particuliere bedrijven, consultantsbureaus, managers, overheidinstanties, etc hangen aan het infuus van de zorggelden, maken het zorgstelsel ondoorzichtiger en bewerkelijker (uurtje-factuurtje) en de burger draait op voor de kosten!

En wat is nu werkelijk het basisgegeven: een patiënt heeft een ongemak/aandoening, dat moet worden verholpen en daarvoor moet een rekening worden uitgeprint. Meer niet! Als je ziet hoeveel mensen zich hiermee bemoeien….. Het wordt de zorgverlener onmogelijk gemaakt om het werk nog naar behoren uit te voeren.
De patiënt volstorten met geneesmiddelen en als die niet werken de volgende lading laten aanrukken, is geen therapie. Mijns inziens worden de medische studieboeken betaald door de farmacie. Een gezamenlijke (landelijke) inkoop van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen zal de kosten drukken. Ook meer gebruik van generieke middelen. Multidisciplinair overleg hebben vele artsen nog niet van gehoord. Er wordt vaak aangemodderd als men niet zeker is van een diagnose, waardoor de patiënt langer in het ziekenhuis verblijft.

De ICT binnen de zorg is bar slecht. Sinds 2002 wordt er al over een EPD gesproken (zelfs de eerste letter hiervan: elektronisch, is al 30 jaar uit de tijd!), heeft honderden miljoenen gekost en werkt ook niet. Op deze manier gaat het ook nooit werken! Het landelijk schakelpunt, opgezet en in stand gehouden door een vele tientallen miljoenen subsidiekostende organisatie, werkt niet en zal ook niet gaan werken.
Als je bij een andere zorgverlener komt, een ziekenhuis, HAP of apotheek, kunnen ze alleen je naam in hun systeem terugvinden en de rest van de gegevens kun je, voor ze naar je klachten luisteren, aanvullen!

Hoewel ik de pensioengerechtigde leeftijd al ben gepasseerd, jeuken mijn handen om hier iets aan te doen. Niet om mijn zakken te vullen of volop declaraties te gaan sturen, maar om eerlijkheid, efficiëntie en transparantie in de zorg aan te brengen.
Je kunt de laagstbetaalden niet straks 40% van hun inkomen aan zorg laten betalen, dat merendeels in de verkeerde zakken terecht komt!

Ik ben er sterk van overtuigd, dat ik met een team van mensen (oudgedienden en enkele huidige zorgsysteem kenners) het zorgstelsel weer kan terugbrengen naar normale proporties. Dan wel zonder overheidsbemoeienis en zogenaamde beleidsadviseurs en -managers! Er zal heel wat (moeten) gaan veranderen! Minimaal twintig procent bezuinigen zal zeker haalbaar zijn.

Alleen dit soort inspanningen leiden dan meestal tot een rapport, waarbij slechts de conclusie globaal wordt gelezen, er verder niets mee gebeurt en men vervolgens overgaat tot de orde van de dag…

De zorg moet terug naar de dokter!

Doolhof zorgdeclaratiesysteem

In het kader van de discussie over fraude in de zorg wordt men de laatste weken getorpedeerd met termen als DBC, DOT, EPD, grouper, upcoden, etc.
In de media wordt bij het declareren door ziekenhuizen vaak het woord fraude gebruikt. Dit zou ik niet direct willen beweren. De fout ligt in het systeem dat is ontwikkeld. Hierdoor wordt fraude mogelijk en eenvoudig. Daarbij faalt ook het controlemechanisme.

Zogenaamde ‘verschrijvingen’ hebben altijd al plaatsgevonden, ook in het oude declaratiesysteem. De specialist hanteert een medisch dossier (decursus) al dan niet elektronisch. Bij de declaratie (DOT) wordt ook een diagnose gebruikt. Deze wordt niet gematcht met de decursus. In het medisch dossier vind je dus twee diagnoses:

  • één voor de medisch inhoudelijke diagnose (de diagnose waarvoor de patiënt wordt behandeld);
  • een financiële diagnose (de diagnose die in combinatie met de activiteiten leidt tot een prestatiecode die wordt vergoed).

De methode

  • Dokters registreren een DBC-diagnosecode en vragen activiteiten aan en/of voeren die uit.
  • Op basis van de afsluitregels, die vastgesteld zijn door DBC-onderhoud, wordt de combinatie van de DBC-diagnose en de uitgevoerde activiteiten aangeboden als declaratiedataset aan een softwarepakket binnen een specifieke computerde, de grouper van DBC-onderhoud .
  • De grouper leidt hiervan de declaratiecodes af (nog zonder de tarieven) en stuurt deze codes terug naar het ziekenhuis, waar de patiënt is behandeld;
  • Het ziekenhuis koppelt de prijs aan de prestaties (de ziekenhuizen zijn die overeengekomen met de zorgverzekeraars) en stuurt de declaratie naar de verzekeraar van de patiënt en de gedeclareerde dataset naar het DBC Informatiesysteem (DIS). Het DIS is de informatiedatabank met DBC-gegevens en wordt beheerd door DBC-onderhoud (sinds 2015 de NZa).

DBC

Binnen de DBC-systematiek wordt de geleverde zorg aan een patiënt dus aan het einde van een afgebakende periode aan de grouper aangeboden in de vorm van een declaratieset. Deze gegevens worden in de grouper door een set beslisbomen gehaald en die leiden tot een declarabel zorgproduct. Allereerst gaat de dataset door de topboom, die bepaalt in welke zorgproductgroep de dataset verder gaat. In de zorgproductgroep wordt vervolgens het zorgproduct afgeleid.

Schuiven met DBC-diagnosecode en activiteiten
Het is een koud kunstje om het meest gunstige declarabele zorgproduct (= maximale financiële opbrengst) in de combinatie DBC-diagnosecode – activiteiten te kennen. Een beetje schuiven met diagnose- en activiteit kan soms een heel ander financieel plaatje opleveren. Ziekenhuizen en specialistenmaatschappen worden hierbij geadviseerd door tientallen adviesbureaus, van klein tot groot. Ook de ICT-leveranciers werken driftig eraan mee door het bouwen van controles die gericht zijn op een zo hoog mogelijke financiële score. In de managementterminologie noemen ze dit ‘upcoden’. Was het bij de start van de DBC systematiek nog een woord dat niemand hardop durfde uit te spreken, nu is het ingeburgerd in het taalgebruik.

De DBC en de patiënt
Met de patiënt heeft de DBC geen echte relatie. Je zou het misschien denken, omdat het woord DBC-diagnose vaak wordt gebruikt. Zo’n DBC-diagnose is per specialisme vastgesteld en wordt de patiënt voor een hoofd- en nevendiagnose door verschillende specialismen behandeld, dan zijn er even zoveel DBC diagnoses en facturen.

DOT, DBC op weg naar transparantie
De DBC-systematiek die per 1 januari 2012 is ingegaan (DOT), had mede tot doel de rol van het specialisme uit te schakelen door het samenstellen van kostenhomogene producten. Werkt dus niet als er meer specialismen bij de behandeling zijn betrokken, want dan ontstaan even zoveel, vaak gelijkwaardige, producten die per specialisme gefactureerd worden.

De rol van de zorgverzekeraar
De zorgverzekeraar maakt jaarlijks afspraken met de ziekenhuizen over aantal, prijs en kwaliteit van de prestaties. De zorgverzekeraars kennen de prijzen, die de ziekenhuizen vragen voor hun prestaties (of producten) en moeten erover onderhandelen. Marktwerking is toch niet voor niets ingevoerd? “Een zorgproduct met goede kwaliteit voor een goede prijs” zou dat moeten opleveren. Helaas is dat niet gelukt, want Nederland heeft de hoogste zorgkosten, direct na de VS, van de OESO-lidstaten (OECD Health data 2012). En het unanieme advies is om eindelijk eens werk te maken van marktwerking om de stijgende zorgkosten in de hand te houden.
Wanneer met de ziekenhuizen de contracten afgesloten zijn en die worden door de ziekenhuizen nageleefd, moeten de zorgverzekeraars de hand in eigen boezem steken en zich afvragen of ze de prijsstelling van de ziekenhuizen wel voldoende controleren en gecontroleerd hebben en de marktwerking stimuleren. De zorgverzekeraars kennen het woordje upcoden namelijk maar al te goed. Echte acties van hun kant zijn er echter niet geweest, behoudens wat controle in de marge.

Rol van de NZa
De vraag is: Wie kan de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars ertoe dwingen om de zorg digitaal op zo’n wijze te registreren en te controleren, dat er van verschrijving geen sprake meer kan zijn?
In de huidige situatie zou dat alleen de NZa kunnen zijn. Die NZa, die de ziekenhuizen en zorgverzekeraars voor foutieve nota’s terecht zou kunnen wijzen en beboeten, maar dat tot op heden (sinds 2006, het jaar dat de wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeringswet van kracht werden) heeft nagelaten. Laat staan een goede controleprocedure heeft opgesteld.
Juist die NZa zou nu een sluitende digitale registratie kunnen voorschrijven? Klinkt natuurlijk niet heel erg geloofwaardig, maar de wegen van politiek Nederland zijn ondoorgrondelijk.

EPD in de ziekenhuizen
De ziekenhuizen implementeren momenteel de Elektronische Patiëntendossiers (EPD), eenmalige vastlegging van de medische gegevens aan de bron. Dat zou mooi zijn, maar de dokters registreren parallel aan de medische gegevens, de financiële gegevens (DBC) nog steeds in het ziekenhuisinformatiesysteem. Dus helemaal geen mapping met diagnosecodes die de diagnose van de patiënt werkelijk typeren, zoals de Nederlandse diagnosethesaurus of het internationale codesysteem als Snomed CT.
Het management vindt het eigenlijk wel prima zo, want die medische diagnosecode levert geen euro op, brengt alleen maar kosten met zich mee in hun opinie. Nee, laat die dokter maar lekker doorgaan met de registratie van de DBC-diagnose, met de controles die ze daarop hebben zit dat financieel wel snor.

Decursus
Controle op foutief factureren met de gegevens uit een EPD is goed mogelijk maar de ziekenhuizen (en de zorgverzekeraars) voeren die niet uit.
In de ‘decursus’ (notities) van het patiëntendossier registreert de dokter de (medische) diagnose(n) van de patiënt en welke activiteiten hiervoor gevraagd en uitgevoerd zijn. Met de gegevens in de decursus verantwoordt de dokter de door hem verleende zorg.
De diagnose- en activiteitgegevens in de decursus moeten volledig matchen met de financiële gegevens in de DBC-systematiek. Dat doen ze dus (te vaak) niet. Niemand die het controleert en waarom ook? Niemand dwingt de ziekenhuizen ertoe.

Mogelijke Oplossing
Een systeem van medical control (de registratie van de werkelijkheid in het medisch dossier), die verplicht wordt gesteld in de ziekenhuizen. De controle erop kan door de zorgverzekeraars worden uitgevoerd. Alleen zo ontstaat:

  • inzicht in de integrale morbiditeit van de patiënt;
  • de geleverde zorg met de kwaliteit ervan;
  • een overzicht van de kosten die de zorgverzekeraar werkelijk moet vergoeden.

En ja, het is dan een heel kleine stap naar de DRG-systematiek die bijna alle Europese lidstaten, de VS, Japan en Australië al gebruiken als factuurvehikel. Internationale vergelijking is ermee verzekerd.

Nomenclatuur *)

  • DBC: diagnosebehandelcombinatie, is een code in de gezondheidszorg, die het geheel van een geleverd zorgproduct omschrijft. Is ingevoerd op 1 januari 2005.
  • Zorgactiviteiten: De DOT-Zorgactiviteiten-Tabel bevat zorgactiviteiten opgebouwd uit een unieke code en bijbehorende omschrijving, inclusief de geldigheidsperiode van deze code. De zorgactiviteiten binnen de DOT-Zorgactiviteiten-Tabel dienen als minimale basis bij de afleiding van zorgproducten.
  • Declaratieset: zie DBC-dataset.
  • Grouper: (spreek uit: groeper) een computersysteem met daarin de DBC-zorgproductstructuur. Op basis van aangeleverde gegevens kan de grouper zorgproducten afleiden.
  • Zorgproduct: een declarabele prestatie binnen de medisch specialistische zorg
  • Upcoden: De verzekeraar betaalt meer voor een bepaalde patiënt dan nodig. Dit kan enerzijds doordat het ziekenhuis een duurder DBC-zorgproduct registreert dan zij werkelijk levert en anderzijds doordat het ziekenhuis een duurdere DBC-zorgproduct levert (en declareert) dan noodzakelijk, gezien de zorgvraag van de patiënt.
  • Marktwerking: De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op de publieke belangen in de zorg: deze moet toegankelijk, kwalitatief goed, en bovendien betaalbaar zijn en blijven voor de consument. Het belangrijkste instrument hiertoe is het invoeren van marktwerking in de zorg, die zorgaanbieders en verzekeraars prikkelt om te concurreren om de gunst van de consument.
  • DOT: Projectnaam voor de vernieuwing van de DBC-systematiek die uiteindelijk per 2012 is ingevoerd. Na de invoering van het DBC-systeem in 2005 zijn knelpunten naar voren gekomen en hebben de betrokken partijen het verbeterplan “Eenvoudig beter (mei 2006)” voor het DBC-systeem opgesteld.
  • Decursus: In de decursus wordt de voortgang en behandeling van de patient beschreven. De decursus in een EPD bestaat globaal uit drie stukken: de Intake, Dagnotities en Samenvatting.
  • NZa: De Nederlandse Zorgautoriteit is marktmeester in de zorg. In haar rol als regelgever stelt de NZa tarieven, prestaties en budgetten vast waar dat moet. Waar het kan, laat ze deze regulering los en mogen verzekeraars en zorgaanbieders zelf onderhandelen over de inhoud, de prijs, de kwaliteit en doelmatigheid van de te leveren zorg.
  • Morbiditeit: Mate waarin een bepaalde ziekte voorkomt onder de bevolking. Dat wil zeggen het aantal personen van een bepaalde bevolkingsgroep dat binnen een bepaalde tijdsperiode aan een bepaalde ziekte (= morbus) lijdt. Morbiditeit dient als karakteristiek van een ziekte (hoge of lage morbiditeit).
  • DRG-systematiek: DRG is een patiëntenclassificatie systeem, dat ziekenhuis patiënten op basis van de ontslaggegevens in Diagnose Relatie Groepen indeelt, die een vergelijkbaar beslag op de ziekenhuis middelen leggen. DRG’s worden toegekend door een grouper programma, op basis van de samenvatting van de klinische opname. ICD diagnoses, operaties, leeftijd en geslacht. Van het oorspronkelijke DRG concept, ontwikkeld aan de Yale Universiteit, zijn vele verschillende varianten ontwikkeld, gebaseerd op dezelfde uitgangspunten. Er bestaat derhalve niet één DRG systeem, maar een verscheidenheid aan vergelijkbare sterk gelokaliseerde toepassingen.
  • Snomet CT: Een internationaal, medisch terminologiestelsel en bevat een grote verzameling standaardtermen met hun synoniemen. De termen worden in de directe patiëntenzorg gebruikt voor de vastlegging van klachten, symptomen, omstandigheden, ziekteprocessen, interventies, diagnosen, resultaten en besluitvorming.
  • DBC-dataset: De dataset die de gegevens bevat, waarmee een DBC/Zorgproduct getypeerd wordt. De onderdelen van de DBC-dataset zijn:
    • algemene startgegevens zoals Start datum, Zorgtraject nummer, DBC traject volgnummer;
    • medisch inhoudelijke informatie (zorgtype, zorgvraag, diagnose, nevendiagnose, behandeling);
    • algemene eindgegevens zoals Einddatum DBC traject;
    • zorgactiviteiten

*) Bron nomenclatuur: DBC-onderhoud, NZa, NICTIZ