Zorgstelsel: hoe ver nog…….

In de jaren 80 en 90 heb ik vanuit mijn positie binnen het academisch ziekenhuis Leiden (thans LUMC) een zelfstandige organisatie opgezet voor de digitale registratie en verwerking van medische handelingen. De basis werd gevormd door de medische registratie en de financiële administratie gebruikte dit voor de declaraties, grootboek en de statistiek. Ook putte de visitatiecommissies gegevens uit dit bestand. Tevens waren alle (inter)nationale codestelsels aan het systeem gekoppeld. Gestart binnen mijn ziekenhuis sloten binnen drie jaar 43 andere ziekenhuizen hierop aan. Op basis van onze gegevens kon er voor ruim 6 miljard gulden aan declaraties worden verantwoord.

Uiteraard kon ik dit niet alleen. Naast het bureau, bestaande uit 5 medewerkers, had ik een club van uitstekende adviseurs, die ik kon raadplegen en in dienst waren bij de aangesloten ziekenhuizen. De declaraties waren toen een stuk ingewikkelder en arbeidsintensiever dan tegenwoordig.
Nu heb je een basisverzekering, die geldt voor alle burgers, met eventueel een aanvullende verzekering. In die tijd waren er drie verschillende zorgverzekeringen: ziekenfonds, particuliere en privépatiënten en daarbinnen verschillende verzekeringsklassen.
Per jaar waren er drie tariefmutaties, waarbij er per keer circa 120.000 tarieven moesten worden aangepast! Toch konden wij het met z’n vijven aan, met beperkte financiële- en automatiseringsmiddelen. Computers waren er nog niet. Wij bedienden ons met aan het ZIS aangesloten monochrome terminals. De gegevens moesten op 44 tapes worden gezet en naar de ziekenhuizen gestuurd, waar ze in het ZIS werden ingelezen.

De gehele opzet van het systeem, de problemen waar we tegenaan liepen en alle verbeteringen staan me nog bij als de dag van gisteren. Daarom erger ik me mateloos aan het ondoordachte beleid dat nu wordt gevoerd. Er wordt geroepen, dat de zorg zo duur wordt. En dan weer een bericht, dat men kans zag om toch weer een paar miljoen te bezuinigen, terwijl het basisprobleem niet wordt aangepakt.
We gaan binnenkort over de honderd miljard kosten per jaar heen! De DBC’s, een zeer fraudegevoelig systeem, dat financieel alles eruit haalt wat maar mogelijk is, zonder dat de gedeclareerde handelingen hebben plaatsgevonden, blijft men hanteren.
Andere landen werken met DRG’s, dus van vergelijking met andere landen is geen sprake. Hiervoor moeten voor de EU weer conversietabellen worden opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten.
Honderden organisaties, particuliere bedrijven, consultantsbureaus, managers, overheidinstanties, etc hangen aan het infuus van de zorggelden, maken het zorgstelsel ondoorzichtiger en bewerkelijker (uurtje-factuurtje) en de burger draait op voor de kosten!

En wat is nu werkelijk het basisgegeven: een patiënt heeft een ongemak/aandoening, dat moet worden verholpen en daarvoor moet een rekening worden uitgeprint. Meer niet! Als je ziet hoeveel mensen zich hiermee bemoeien….. Het wordt de zorgverlener onmogelijk gemaakt om het werk nog naar behoren uit te voeren.
De patiënt volstorten met geneesmiddelen en als die niet werken de volgende lading laten aanrukken, is geen therapie. Mijns inziens worden de medische studieboeken betaald door de farmacie. Een gezamenlijke (landelijke) inkoop van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen zal de kosten drukken. Ook meer gebruik van generieke middelen. Multidisciplinair overleg hebben vele artsen nog niet van gehoord. Er wordt vaak aangemodderd als men niet zeker is van een diagnose, waardoor de patiënt langer in het ziekenhuis verblijft.

De ICT binnen de zorg is bar slecht. Sinds 2002 wordt er al over een EPD gesproken (zelfs de eerste letter hiervan: elektronisch, is al 30 jaar uit de tijd!), heeft honderden miljoenen gekost en werkt ook niet. Op deze manier gaat het ook nooit werken! Het landelijk schakelpunt, opgezet en in stand gehouden door een vele tientallen miljoenen subsidiekostende organisatie, werkt niet en zal ook niet gaan werken.
Als je bij een andere zorgverlener komt, een ziekenhuis, HAP of apotheek, kunnen ze alleen je naam in hun systeem terugvinden en de rest van de gegevens kun je, voor ze naar je klachten luisteren, aanvullen!

Hoewel ik de pensioengerechtigde leeftijd al ben gepasseerd, jeuken mijn handen om hier iets aan te doen. Niet om mijn zakken te vullen of volop declaraties te gaan sturen, maar om eerlijkheid, efficiëntie en transparantie in de zorg aan te brengen.
Je kunt de laagstbetaalden niet straks 40% van hun inkomen aan zorg laten betalen, dat merendeels in de verkeerde zakken terecht komt!

Ik ben er sterk van overtuigd, dat ik met een team van mensen (oudgedienden en enkele huidige zorgsysteem kenners) het zorgstelsel weer kan terugbrengen naar normale proporties. Dan wel zonder overheidsbemoeienis en zogenaamde beleidsadviseurs en -managers! Er zal heel wat (moeten) gaan veranderen! Minimaal twintig procent bezuinigen zal zeker haalbaar zijn.

Alleen dit soort inspanningen leiden dan meestal tot een rapport, waarbij slechts de conclusie globaal wordt gelezen, er verder niets mee gebeurt en men vervolgens overgaat tot de orde van de dag…

De zorg moet terug naar de dokter!

Doolhof zorgdeclaratiesysteem

In het kader van de discussie over fraude in de zorg wordt men de laatste weken getorpedeerd met termen als DBC, DOT, EPD, grouper, upcoden, etc.
In de media wordt bij het declareren door ziekenhuizen vaak het woord fraude gebruikt. Dit zou ik niet direct willen beweren. De fout ligt in het systeem dat is ontwikkeld. Hierdoor wordt fraude mogelijk en eenvoudig. Daarbij faalt ook het controlemechanisme.

Zogenaamde ‘verschrijvingen’ hebben altijd al plaatsgevonden, ook in het oude declaratiesysteem. De specialist hanteert een medisch dossier (decursus) al dan niet elektronisch. Bij de declaratie (DOT) wordt ook een diagnose gebruikt. Deze wordt niet gematcht met de decursus. In het medisch dossier vind je dus twee diagnoses:

  • één voor de medisch inhoudelijke diagnose (de diagnose waarvoor de patiënt wordt behandeld);
  • een financiële diagnose (de diagnose die in combinatie met de activiteiten leidt tot een prestatiecode die wordt vergoed).

De methode

  • Dokters registreren een DBC-diagnosecode en vragen activiteiten aan en/of voeren die uit.
  • Op basis van de afsluitregels, die vastgesteld zijn door DBC-onderhoud, wordt de combinatie van de DBC-diagnose en de uitgevoerde activiteiten aangeboden als declaratiedataset aan een softwarepakket binnen een specifieke computerde, de grouper van DBC-onderhoud .
  • De grouper leidt hiervan de declaratiecodes af (nog zonder de tarieven) en stuurt deze codes terug naar het ziekenhuis, waar de patiënt is behandeld;
  • Het ziekenhuis koppelt de prijs aan de prestaties (de ziekenhuizen zijn die overeengekomen met de zorgverzekeraars) en stuurt de declaratie naar de verzekeraar van de patiënt en de gedeclareerde dataset naar het DBC Informatiesysteem (DIS). Het DIS is de informatiedatabank met DBC-gegevens en wordt beheerd door DBC-onderhoud (sinds 2015 de NZa).

DBC

Binnen de DBC-systematiek wordt de geleverde zorg aan een patiënt dus aan het einde van een afgebakende periode aan de grouper aangeboden in de vorm van een declaratieset. Deze gegevens worden in de grouper door een set beslisbomen gehaald en die leiden tot een declarabel zorgproduct. Allereerst gaat de dataset door de topboom, die bepaalt in welke zorgproductgroep de dataset verder gaat. In de zorgproductgroep wordt vervolgens het zorgproduct afgeleid.

Schuiven met DBC-diagnosecode en activiteiten
Het is een koud kunstje om het meest gunstige declarabele zorgproduct (= maximale financiële opbrengst) in de combinatie DBC-diagnosecode – activiteiten te kennen. Een beetje schuiven met diagnose- en activiteit kan soms een heel ander financieel plaatje opleveren. Ziekenhuizen en specialistenmaatschappen worden hierbij geadviseerd door tientallen adviesbureaus, van klein tot groot. Ook de ICT-leveranciers werken driftig eraan mee door het bouwen van controles die gericht zijn op een zo hoog mogelijke financiële score. In de managementterminologie noemen ze dit ‘upcoden’. Was het bij de start van de DBC systematiek nog een woord dat niemand hardop durfde uit te spreken, nu is het ingeburgerd in het taalgebruik.

De DBC en de patiënt
Met de patiënt heeft de DBC geen echte relatie. Je zou het misschien denken, omdat het woord DBC-diagnose vaak wordt gebruikt. Zo’n DBC-diagnose is per specialisme vastgesteld en wordt de patiënt voor een hoofd- en nevendiagnose door verschillende specialismen behandeld, dan zijn er even zoveel DBC diagnoses en facturen.

DOT, DBC op weg naar transparantie
De DBC-systematiek die per 1 januari 2012 is ingegaan (DOT), had mede tot doel de rol van het specialisme uit te schakelen door het samenstellen van kostenhomogene producten. Werkt dus niet als er meer specialismen bij de behandeling zijn betrokken, want dan ontstaan even zoveel, vaak gelijkwaardige, producten die per specialisme gefactureerd worden.

De rol van de zorgverzekeraar
De zorgverzekeraar maakt jaarlijks afspraken met de ziekenhuizen over aantal, prijs en kwaliteit van de prestaties. De zorgverzekeraars kennen de prijzen, die de ziekenhuizen vragen voor hun prestaties (of producten) en moeten erover onderhandelen. Marktwerking is toch niet voor niets ingevoerd? “Een zorgproduct met goede kwaliteit voor een goede prijs” zou dat moeten opleveren. Helaas is dat niet gelukt, want Nederland heeft de hoogste zorgkosten, direct na de VS, van de OESO-lidstaten (OECD Health data 2012). En het unanieme advies is om eindelijk eens werk te maken van marktwerking om de stijgende zorgkosten in de hand te houden.
Wanneer met de ziekenhuizen de contracten afgesloten zijn en die worden door de ziekenhuizen nageleefd, moeten de zorgverzekeraars de hand in eigen boezem steken en zich afvragen of ze de prijsstelling van de ziekenhuizen wel voldoende controleren en gecontroleerd hebben en de marktwerking stimuleren. De zorgverzekeraars kennen het woordje upcoden namelijk maar al te goed. Echte acties van hun kant zijn er echter niet geweest, behoudens wat controle in de marge.

Rol van de NZa
De vraag is: Wie kan de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars ertoe dwingen om de zorg digitaal op zo’n wijze te registreren en te controleren, dat er van verschrijving geen sprake meer kan zijn?
In de huidige situatie zou dat alleen de NZa kunnen zijn. Die NZa, die de ziekenhuizen en zorgverzekeraars voor foutieve nota’s terecht zou kunnen wijzen en beboeten, maar dat tot op heden (sinds 2006, het jaar dat de wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeringswet van kracht werden) heeft nagelaten. Laat staan een goede controleprocedure heeft opgesteld.
Juist die NZa zou nu een sluitende digitale registratie kunnen voorschrijven? Klinkt natuurlijk niet heel erg geloofwaardig, maar de wegen van politiek Nederland zijn ondoorgrondelijk.

EPD in de ziekenhuizen
De ziekenhuizen implementeren momenteel de Elektronische Patiëntendossiers (EPD), eenmalige vastlegging van de medische gegevens aan de bron. Dat zou mooi zijn, maar de dokters registreren parallel aan de medische gegevens, de financiële gegevens (DBC) nog steeds in het ziekenhuisinformatiesysteem. Dus helemaal geen mapping met diagnosecodes die de diagnose van de patiënt werkelijk typeren, zoals de Nederlandse diagnosethesaurus of het internationale codesysteem als Snomed CT.
Het management vindt het eigenlijk wel prima zo, want die medische diagnosecode levert geen euro op, brengt alleen maar kosten met zich mee in hun opinie. Nee, laat die dokter maar lekker doorgaan met de registratie van de DBC-diagnose, met de controles die ze daarop hebben zit dat financieel wel snor.

Decursus
Controle op foutief factureren met de gegevens uit een EPD is goed mogelijk maar de ziekenhuizen (en de zorgverzekeraars) voeren die niet uit.
In de ‘decursus’ (notities) van het patiëntendossier registreert de dokter de (medische) diagnose(n) van de patiënt en welke activiteiten hiervoor gevraagd en uitgevoerd zijn. Met de gegevens in de decursus verantwoordt de dokter de door hem verleende zorg.
De diagnose- en activiteitgegevens in de decursus moeten volledig matchen met de financiële gegevens in de DBC-systematiek. Dat doen ze dus (te vaak) niet. Niemand die het controleert en waarom ook? Niemand dwingt de ziekenhuizen ertoe.

Mogelijke Oplossing
Een systeem van medical control (de registratie van de werkelijkheid in het medisch dossier), die verplicht wordt gesteld in de ziekenhuizen. De controle erop kan door de zorgverzekeraars worden uitgevoerd. Alleen zo ontstaat:

  • inzicht in de integrale morbiditeit van de patiënt;
  • de geleverde zorg met de kwaliteit ervan;
  • een overzicht van de kosten die de zorgverzekeraar werkelijk moet vergoeden.

En ja, het is dan een heel kleine stap naar de DRG-systematiek die bijna alle Europese lidstaten, de VS, Japan en Australië al gebruiken als factuurvehikel. Internationale vergelijking is ermee verzekerd.

Nomenclatuur *)

  • DBC: diagnosebehandelcombinatie, is een code in de gezondheidszorg, die het geheel van een geleverd zorgproduct omschrijft. Is ingevoerd op 1 januari 2005.
  • Zorgactiviteiten: De DOT-Zorgactiviteiten-Tabel bevat zorgactiviteiten opgebouwd uit een unieke code en bijbehorende omschrijving, inclusief de geldigheidsperiode van deze code. De zorgactiviteiten binnen de DOT-Zorgactiviteiten-Tabel dienen als minimale basis bij de afleiding van zorgproducten.
  • Declaratieset: zie DBC-dataset.
  • Grouper: (spreek uit: groeper) een computersysteem met daarin de DBC-zorgproductstructuur. Op basis van aangeleverde gegevens kan de grouper zorgproducten afleiden.
  • Zorgproduct: een declarabele prestatie binnen de medisch specialistische zorg
  • Upcoden: De verzekeraar betaalt meer voor een bepaalde patiënt dan nodig. Dit kan enerzijds doordat het ziekenhuis een duurder DBC-zorgproduct registreert dan zij werkelijk levert en anderzijds doordat het ziekenhuis een duurdere DBC-zorgproduct levert (en declareert) dan noodzakelijk, gezien de zorgvraag van de patiënt.
  • Marktwerking: De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op de publieke belangen in de zorg: deze moet toegankelijk, kwalitatief goed, en bovendien betaalbaar zijn en blijven voor de consument. Het belangrijkste instrument hiertoe is het invoeren van marktwerking in de zorg, die zorgaanbieders en verzekeraars prikkelt om te concurreren om de gunst van de consument.
  • DOT: Projectnaam voor de vernieuwing van de DBC-systematiek die uiteindelijk per 2012 is ingevoerd. Na de invoering van het DBC-systeem in 2005 zijn knelpunten naar voren gekomen en hebben de betrokken partijen het verbeterplan “Eenvoudig beter (mei 2006)” voor het DBC-systeem opgesteld.
  • Decursus: In de decursus wordt de voortgang en behandeling van de patient beschreven. De decursus in een EPD bestaat globaal uit drie stukken: de Intake, Dagnotities en Samenvatting.
  • NZa: De Nederlandse Zorgautoriteit is marktmeester in de zorg. In haar rol als regelgever stelt de NZa tarieven, prestaties en budgetten vast waar dat moet. Waar het kan, laat ze deze regulering los en mogen verzekeraars en zorgaanbieders zelf onderhandelen over de inhoud, de prijs, de kwaliteit en doelmatigheid van de te leveren zorg.
  • Morbiditeit: Mate waarin een bepaalde ziekte voorkomt onder de bevolking. Dat wil zeggen het aantal personen van een bepaalde bevolkingsgroep dat binnen een bepaalde tijdsperiode aan een bepaalde ziekte (= morbus) lijdt. Morbiditeit dient als karakteristiek van een ziekte (hoge of lage morbiditeit).
  • DRG-systematiek: DRG is een patiëntenclassificatie systeem, dat ziekenhuis patiënten op basis van de ontslaggegevens in Diagnose Relatie Groepen indeelt, die een vergelijkbaar beslag op de ziekenhuis middelen leggen. DRG’s worden toegekend door een grouper programma, op basis van de samenvatting van de klinische opname. ICD diagnoses, operaties, leeftijd en geslacht. Van het oorspronkelijke DRG concept, ontwikkeld aan de Yale Universiteit, zijn vele verschillende varianten ontwikkeld, gebaseerd op dezelfde uitgangspunten. Er bestaat derhalve niet één DRG systeem, maar een verscheidenheid aan vergelijkbare sterk gelokaliseerde toepassingen.
  • Snomet CT: Een internationaal, medisch terminologiestelsel en bevat een grote verzameling standaardtermen met hun synoniemen. De termen worden in de directe patiëntenzorg gebruikt voor de vastlegging van klachten, symptomen, omstandigheden, ziekteprocessen, interventies, diagnosen, resultaten en besluitvorming.
  • DBC-dataset: De dataset die de gegevens bevat, waarmee een DBC/Zorgproduct getypeerd wordt. De onderdelen van de DBC-dataset zijn:
    • algemene startgegevens zoals Start datum, Zorgtraject nummer, DBC traject volgnummer;
    • medisch inhoudelijke informatie (zorgtype, zorgvraag, diagnose, nevendiagnose, behandeling);
    • algemene eindgegevens zoals Einddatum DBC traject;
    • zorgactiviteiten

*) Bron nomenclatuur: DBC-onderhoud, NZa, NICTIZ

Inzicht kosten behandeltraject….

CZ maakte deze maand een prijslijst openbaar. ‘Met de code voor het behandeltraject vindt u de kosten’, schrijft CZ als toelichting op de prijslijst op de website. ‘Het is belangrijk dat u precies weet welke behandeling u krijgt. U kunt het beste de declaratiecodes van uw behandeltraject opvragen bij het ziekenhuis’.

Deze prijslijst van CZ gaat over tweemaal heel weinig. Het klopt zonder meer dat CZ de populaire tour opgaat; dat de patiënt pas na de behandeling de kosten weet, dat de zorg duurder wordt, dat er met cijfers gegoocheld en gelogen wordt.
Maar wat veel en veel belangrijker is, is dat de achilleshiel van het systeem haarscherp wordt blootgelegd: eerst doen, dan coderen en dan factureren. Deze werkwijze heeft met het principe van marktwerking weinig tot niets van doen. Een offerte hoort daar gewoonweg bij.
Het wordt tijd dat we ons unieke DBC-systeem, zowel geprezen als vergruisd, eens goed gaan overdenken. Waarom kan een patiënt geen offerte krijgen voor zijn aanstaande behandeling?
Ik ga u het antwoord niet geven, omdat er vele wijzen zijn waarop het wel mogelijk is.

Maar één advies aan de Nederlanders die in de grensstreek met België wonen wil ik geven: informeer daar eens naar de kosten van uw behandeling: U krijgt ze, ziekenhuiskosten, specialismekosten, extra-kosten.
De artsen moeten in België overigens wel heel wat harder werken om de Nederlandse DBC-bonussen ook maar te kunnen benaderen.

Tja, de zorg wordt duurder……..

 

Betalen ziekenhuiscomplicatie

De zorgverzekeraars staan voor uw veiligheid en kwaliteit in de ziekenhuiszorg. Ze maken immers de afspraken over de zorg, uitgedrukt in DBC-zorgproducten, in termen van prijs en kwaliteit. De IGZ controleert frequent de ziekenhuizen op veiligheid en uit de media weten we dat de uitkomst niet altijd goed uitvalt. Het ziekenhuis wordt dan onder verscherpt toezicht gesteld en moet de zaak op orde krijgen.

Onverwacht Langdurige Opname (OLO)
Toch gaat het nog steeds in forse maat fout. Dutch Hospital Data berekent met de cijfers uit de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg onder meer de indicator “Onverwacht Langdurige Opname” (OLO). De indicator betreft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht langdurige opnameduur. Dat wil zeggen dat de opnameduur minimaal 50% langer is dan verwacht. Het verwachtingscijfer is berekend op basis van vergelijkbare patiënten wat betreft leeftijd, hoofddiagnose en hoofdverrichting. Het landelijk OLO cijfer was in 2015 15,5%. Dat wil zeggen dat minimaal 15,5% van de Nederlandse klinische opnamen een suboptimale kwaliteit van zorg zou hebben. Minimaal, omdat de verlenging van ligduur vaak duidt op vermijdbare schade of complicatie.
Gerelateerd aan de opnamecijfers van het CBS zou dat bijna 305.000 opnamen betreffen. Een schrikbarend aantal.

Aanpassing diagnose door complicatie
Laten we eens kijken naar het registratieproces van deze cases. De patiënt heeft een opnamediagnose, waarvoor de opname en behandeling zijn geïnitieerd. Tijdens de behandeling doet zich een complicatie voor of is er sprake van vermijdbare schade. De opnamediagnose, waarvoor het aantal verpleegdagen en kosten is begroot is niet langer kostendekkend. In de DBC-systematiek wordt de DBC-typering omgezet in de vigerende diagnose die is ontstaan na de complicatie/het ontstaan van vermijdbare schade. Zo is sepsis (bloedvergiftiging) een helaas veel voorkomende complicatie en die aantallen vinden we terug in het aantal DBC’s met sepsis.
Zo wordt de financiële schade die het ziekenhuis leidt door de complicatie/vermijdbare schade afgewenteld op de zorgverzekeraar. Een financiële prikkel om zo optimaal mogelijke kwaliteit van zorg te leveren is er dus absoluut niet.

DRG-systematiek
Een kort onderzoekje over de DRG systematiek (het systeem dat in veel landen om ons heen wordt gebruikt) leert, dat bij een complicatie/vermijdbare schade de opnamediagnose gehandhaafd blijft. De financiële schade wordt dus door het ziekenhuis gedragen. Het is daar dan ook de financiële prikkel om zo min mogelijk opnamen met complicatie/vermijdbare schade te hebben. Iedere medische specialist zal direct aangesproken worden op een verlengde verpleegduur en zal daar verantwoording over moeten afleggen. Het is het zoveelste bewijs dat het DBC-systeem een perfide systeem is.

Kunt u een beroepsgroep noemen waarin slecht werk beloond wordt met een hoger inkomen?

Wie betaalt uw ziekenhuiscomplicatie?

De zorgverzekeraars staan voor uw veiligheid en kwaliteit in de ziekenhuiszorg. Ze maken immers de afspraken over de zorg, uitgedrukt in DBC-zorgproducten, in termen van prijs en kwaliteit. De IGZ controleert frequent de ziekenhuizen op veiligheid en uit de media weten we dat de uitkomst niet altijd goed uitvalt. Het ziekenhuis wordt dan onder verscherpt toezicht gesteld en moet de zaak op orde krijgen.

Onverwacht Langdurige Opname (OLO)
Toch gaat het nog steeds in forse maat fout. Dutch Hospital Data berekent met de cijfers uit de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg onder meer de indicator “Onverwacht Langdurige Opname” (OLO). De indicator betreft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht langdurige opnameduur. Dat wil zeggen dat de opnameduur minimaal 50% langer is dan verwacht. Het verwachtingscijfer is berekend op basis van vergelijkbare patiënten wat betreft leeftijd, hoofddiagnose en hoofdverrichting. Het landelijk OLO cijfer was in 2015 15,5%. Dat wil zeggen dat minimaal 15,5% van de Nederlandse klinische opnamen een suboptimale kwaliteit van zorg zou hebben. Minimaal, omdat de verlenging van ligduur vaak duidt op vermijdbare schade of complicatie.
Gerelateerd aan de opnamecijfers van het CBS zou dat bijna 305.000 opnamen betreffen. Een schrikbarend aantal.

Aanpassing diagnose door complicatie
Laten we eens kijken naar het registratieproces van deze cases. De patiënt heeft een opnamediagnose, waarvoor de opname en behandeling zijn geïnitieerd. Tijdens de behandeling doet zich een complicatie voor of is er sprake van vermijdbare schade. De opnamediagnose, waarvoor het aantal verpleegdagen en kosten is begroot is niet langer kostendekkend. In de DBC-systematiek wordt de DBC-typering omgezet in de vigerende diagnose die is ontstaan na de complicatie/het ontstaan van vermijdbare schade. Zo is sepsis (bloedvergiftiging) een helaas veel voorkomende complicatie en die aantallen vinden we terug in het aantal DBC’s met sepsis.
Zo wordt de financiële schade die het ziekenhuis leidt door de complicatie/vermijdbare schade afgewenteld op de zorgverzekeraar. Een financiële prikkel om zo optimaal mogelijke kwaliteit van zorg te leveren is er dus absoluut niet.

DRG-systematiek
Een kort onderzoekje over de DRG systematiek (het systeem dat in veel landen om ons heen wordt gebruikt) leert, dat bij een complicatie/vermijdbare schade de opnamediagnose gehandhaafd blijft. De financiële schade wordt dus door het ziekenhuis gedragen. Het is daar dan ook de financiële prikkel om zo min mogelijk opnamen met complicatie/vermijdbare schade te hebben. Iedere medische specialist zal direct aangesproken worden op een verlengde verpleegduur en zal daar verantwoording over moeten afleggen. Het is het zoveelste bewijs dat het DBC-systeem een perfide systeem is.

Kunt u een beroepsgroep noemen waarin slecht werk beloond wordt met een hoger inkomen?