Politiek Den Haag, waar is de huisarts?

De zorg was een belangrijk item tijdens de verkiezingen. Niet de kwaliteit en het resultaat van de zorg, die moeilijk meetbaar zijn – omdat we in Nederland de registratie van de zorg hebben laten verslonzen – maar de kosten. Die zijn bekend en daar kun je zo lekker mee optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. De vierde klas lagere school bij uitstek! Als je erg slim bent, dan kies je nog een perspectief, dat liefst zo hoog mogelijke kosten scoort, bijvoorbeeld de ouderenzorg..

Maar waar is het totaalbeeld van de zorg? Noem het maar het architectuurplaatje, waar je romp en aangeplakte puisten duidelijk op ziet? Diep triest dat geen enkele politicus dat kan produceren, maar de grenzen voor onze zorg, op basis van de euro die de overheid ervoor over heeft, gaat bepalen.

Laten we in de basisarchitectuur van de zorg (weer) eens een lans breken voor de rol van de huisarts. Huisarts zijn moet in een tijd van ongebreidelde besparingsdrift van een euroverslindende overheid niet echt een pretje zijn. Of je maar even meer wilt gaan doen tegen gelijke of minder inkomsten. Dat lukt natuurlijk nooit en de huisarts heeft er het beeld van medische ambtenaar, werkt van negen tot vijf, aan overgehouden.

Oh ja hoor, natuurlijk kan een huisarts na kantoortijd patiënten behandelen, maar dan in een huisartsenpost (HAP). De huisartsenpost ontvangt ongeveer tien keer zoveel voor een consult dan de huisarts tijdens zijn bedrijfstijd. Als hij/zij het waagt een vraagteken te zetten waarom een patiënt niet gewoon tijdens de spreekuurtijd op consult komt, wordt hij/zij niet alleen door de patiënt terecht gewezen, maar ook van de zorgverzekeraar mag hij/zij weinig medewerking verwachten. Die betaalt klakkeloos en wil verder geen commentaar. Niet morren, na de nachtdienst is er de volgende morgen gewoon weer de eigen praktijk met de zorgen van de patiënten. Hoezo wet werktijden? De huisarts wordt ten onrechte verguisd en vergeten in de zorg, terwijl deze dicht bij de patiënt zou moeten staan.

Genoeg hierover, laten we eens kijken wat hij/zij, de familievriend(in) van vroeger, zo allemaal kan. Zoals het woord familievriend(in) al zegt, kent hij/zij zijn patiënten door en door. Hij/zij kent hun vragen, wensen en ja, het is immers 2018, ook hun eisen en wensen. Hij/zij kent de gezondheidsrisico’s, weet welke preventie wel en niet aanslaat en is als enige op de hoogte van de veranderingen in de loop der tijd in de gezondheid en het welzijn van zijn/haar individuele patiënten.
Hij/zij is bij uitstek de monitor voor de gezondheidstoestand van de populatie en de veranderingen die zich erin voltrekken. Met recht kan hij/zij vertellen en documenteren wat de vragen en behoeften van de oudere patiënt zijn en hoe deze op individuele wijze ingevuld kunnen worden zonder dat daar een heel administratief, bureaucratische organisatie onder leiding van niet-wetende managers voor opgetuigd moet worden. Hij/zij levert de basiszorg en kan bepalen of de patiënt voor de zorg naar een ander echelon in ons zorgstelsel moet, of dat deze daar moet blijven of gewoon terug kan keren voor verdere zorg. Hij/zij kan met recht de regievoerder van de zorg op menselijke maat genoemd worden.

Om de huisarts als regievoerder van de zorg te bombarderen moet je natuurlijk wel een aantal randvoorwaarden opstellen. Zo is er het aantal huisartsen en de onderlinge concurrentie. We zullen meer huisartsen nodig hebben, die een gezonde onderlinge concurrentie voeren. De bedrijfstijden die nu voor de werkende patiënt verre van optimaal zijn, zullen aangepast moeten worden aan de veranderde vraag en het aanbod.
De huisartsen gaan de concurrentie aan met de poliklinieken van de ziekenhuizen. Die poliklinieken zijn nog steeds een gehannes met slechte logistiek, te lange toegangstijden en als je er eenmaal bent, lange wachttijden voor je eindelijk in de spreekkamer je zegje in drie minuten mag doen. Dat kan gewoonweg heel wat beter. Een blik op de geregistreerde DBC-codes, een financiële registratie op basis waarvan de ziekenhuizen betaald worden, leert je heel snel dat meer dan 30% van de poliklinische diagnoses met verrichtingen heel goed door een huisarts gedaan kunnen worden. En dat kost héél wat minder, omdat de overheadkosten van de huisarts heel wat lager zijn. Natuurlijk zal de huisarts een eerlijke prijs moeten krijgen voor de diagnosen en verrichtingen die hij erbij krijgt. Maar dan nog: een heel goede, snel toegankelijke zorg dichtbij de patiënt tegen een heel goede prijs.

Een topbesparing is er in de ondersteuning van de zorg, wanneer de huisarts echt de regie zou voeren in de kosten voor het elektronisch patiënten dossier, kortweg het EPD (veel beter is overigens de term Patiëntgebonden dossier, kortweg PGD). Geef de huisarts de regie over de digitale zorggegevensverzameling van zijn/haar patiënt. Alle dikke managementadviezen, overbetaalde consultants en overprijsde EPD’s die de ziekenhuizen voor tientallen miljoenen aanschaffen en voor evenzo vele miljoenen proberen in de lucht te krijgen en te houden ten spijt, gaat het in de basis om een slimme registratie van de zorgvraag, de diagnose, de verrichting en de medicatie.
Geef de huisarts voor een gestandaardiseerd landelijk EPD een vast bedrag per verzekerde per jaar, waarmee het systeem en de basiseisen (bijvoorbeeld de gegevensuitwisseling), die je eraan stelt, betaald kunnen worden en schrijf de uniforme codering van zorgvraag, diagnose, verrichting en medicatie voor met Internationale Classificaties. De uitwisseling van de persoonsgegevens gebeurt met een extract uit die geüniformeerde gegevens en betekent een betere kwaliteit van gegevens, een verhoging van de patiëntveiligheid en eenvoud.
De ziekenhuizen hebben het huisartssysteem dat dus bestaat uit een EPD en een gestandaardiseerde gegevensverzameling maar te volgen en te incorporeren in hun bedrijfssysteem. En dat systeem is in ieder geval vele miljoenen goedkoper dan wat ze nu invoeren en kan echt een rol spelen bij het verbeteren van hun bedrijfsproces. En laten we het dan nog maar niet over de eenheid van taal (de classificaties) hebben, die de ziekenhuizen niet of slecht gebruiken. Hoe komen ze erbij dat ze kennis over patiënten en ontwikkelingen hebben?

Je vraagt je af: Wat let de politiek om dit nu eens echt van de grond te krijgen? Het ontbreken van het architectuurplaatje op het netvlies? Zo moeilijk is het echt niet als je de moed maar hebt om echt te willen veranderen, je doelstellingen scherp formuleert, de criteria concreet definieert en het eigenaarschap van de zorgregie eindelijk eens vastlegt bij de huisarts en hem/haar er eerlijk voor honoreert.

Dokter, behandel met je hart en neem je verantwoordelijkheid!

Vrijdagnacht, Nicole wordt wakker met een hevige zeurende pijn, rechts in de bovenbuik, uitstralend naar de rug. Daarnaast is ze erg misselijk. De volgende dag heeft ze een bezoek gebracht aan de huisartsenpost. De wat oudere, ervaren huisarts had sterke vermoedens van een galblaasontsteking en hij verwees haar naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis.

Opname
Nicole werd daar onderzocht door een assistent-chirurg, die besloot om haar op te nemen. De volgende dag zouden er meer onderzoeken plaatsvinden, waaronder het maken van een echo. De dienst van de eerste arts zat erop en die volgende ochtend kwam er een andere assistent-chirurg aan haar bed. Zij gaf aan, dat verder onderzoek niet nodig was, ook geen echo. Nicole kon naar huis met het advies eenmaal daags 80 mg Omeprazol (een maagzuurremmer) te nemen en 8 tabletten paracetamol, of meer, tegen de pijn.

Naar huis
Thuisgekomen ging het niet goed met Nicole. De misselijkheid was enorm, ze kon niets eten. Daarbij was de pijn ondraaglijk! Nicole is alleenstaande moeder met nog twee kinderen thuis, waar ze nu niet voor kon zorgen. Daarnaast maakte ze zich zorgen over haar nieuwe baan waar ze kort geleden is begonnen.
Woensdag was haar situatie zo heftig dat ze een bezoek bracht aan de huisarts. Deze wilde toch een echo hebben en bloeduitslagen. Een echo aanvragen duurt drie tot vier weken, tenzij Nicole bereid is naar een gemeente 20 km verderop te gaan (het ziekenhuis waar ze was opgenomen is nog geen tien minuten van haar woning, maar daar had men geen tijd). Dit zou de volgende dag kunnen. Ze moest familie met een auto vragen om met haar mee te gaan, het openbaar vervoer zou uren extra kosten.

Uitslag echo
De dag daarop (vrijdag) zou de uitslag bekend zijn. Haar eigen huisarts belde haar die middag op. Bij de eerste blik was het al duidelijk: een hevige galblaasontsteking, waaraan ze op korte termijn geholpen dient te worden. Maar met het weekend en de Kerstdagen voor de deur, zal dit nog minstens een week duren.

Wat is het resultaat?
Als de assistent-chirurg haar werk goed had gedaan en haar supervisor de moeite had genomen om haar ook te onderzoeken, was er direct een echo gemaakt en was Nicole niet al die ellende aangedaan. De leidinggevende vindt het blijkbaar niet nodig om betere controle uit te oefenen. Stel je voor zeg, in je weekend! Als je zo met patiënten omgaat had je tuinman op een begraafplaats moeten worden en geen arts!
Dat door deze verzaking van hun taak:

  • Nicole minstens 14 dagen behoorlijk ziek is;
  • Ze met haar kinderen vreselijke Kerstdagen ingaat;
  • Het hele circus met opname weer opnieuw gaat beginnen;
  • Zij langdurig haar werk niet kan oppakken;
  • Als het tegenzit zij haar nieuw verworven baan kwijt is;
  • De zorgkosten enorm oplopen; het eerste weekend, waaronder twee opname dagen worden doorberekend, zonder dat er iets is gebeurd.

In deze gevallen dienen patiënten toch mondiger te worden en klachten over zulke zaken in te dienen. Krijgt men geen bevredigend antwoord, stap dan naar het medisch tuchtcollege, want dit soort wanprestaties, waaraan nog een hoop geld aan wordt verdiend, dient de kop te worden ingedrukt.

Om privacyredenen heb ik voor de patiënte de naam Nicole toegekend.

Logica ontgaat mij volledig!

Als je vanaf de weg naar een gebouw kijkt, kun je zeggen: dat ziet er goed uit! Niets meer aan doen! Hooguit nog enkele aanpassingen aan de tuin er omheen. Je kijkt niet naar de constructie van het gebouw en of er wel vloeren, trappen en liften aanwezig zijn. En of het überhaupt leefbaar is.

Zo ziet minister Schippers het zorgstelsel. Het staat, dus we borduren daarop verder. Niets meer aan de inhoud doen! Er ontstaat nu symptoombestrijding op symptoombestrijding, terwijl men ziet, dat het niet goed gaat.
Je kunt nu wel stellen dat Nederland de beste zorg biedt van Europa, maar dat is wel aan de zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, eerste lijn, etc) te danken, niet aan de minister of VWS of haar tientallen advies, automatisering- en consultancyclubs en zeker niet aan de zorgverzekeraars. Het is ook bekend, dat we, volgens de OESO, op de VS na, op basis van het BBP voor de zorg het duurste land ter wereld zijn.

Iedere motie, die enige verbetering zouden kunnen aanbrengen in het zorgstelsel, worden door de minister zondermeer de grond ingestampt.
Als je enige kennis hebt hoe het systeem nu in elkaar steekt en je denkt logisch na, dan valt je op dat hier sprake is van een enorm bord voor de kop. Iemand die het niet wil begrijpen! Of een enorme kokervisie, gericht op positieve resultaten van commerciële bedrijven, zoals zorgverzekeraars.
In en in triest, dat men zich zo laat leiden. En dat voor een gehele bevolking, die een verplichte basisverzekering door de strot geduwd krijgt. Een verplichte basisverzekering, die uit 70 verschillende polissen bestaat!

Wat zit daar achter?

Zorgkostengereedschapskist

Graag nodig ik de lezers uit om ideeën over verbetering en verandering van de zorg te ventileren. Vanuit een perspectief als bv patiënt (wat valt je op, waar erger jij je aan, wat gaat er goed), vanuit het perspectief van medewerker in de zorg, vanuit het perspectief van manager, vanuit de zorgverzekeraar, etc. zijn uw reacties meer dan welkom.

Gereedschap
De kosten van de zorg en daarbij ‘de gereedschapskist’ met begrippen als efficiency, capaciteit, voorkomen van dubbele onderzoeken, zijn vierjaarlijks terugkerende woorden met de verkiezingen in aantocht. Immers, iedere Nederlander heeft wel op één of andere manier met zorg te maken, betaalt zorgkosten, leest en hoort erover.
Scoren met die kist vol aftands gereedschap voor die jongens en meisjes, die als beroepspoliticus door het leven gaan. En achter hen komt een vloed van meelopers: directies van zorgverzekeraars, ziekenhuisbestuurders en hoogleraren in een of andere managementtak, die het gereedschap wat polijsten en voorzien van nieuwe handvatten, zodat het er weer helemaal nieuw uitziet. Iedere publiciteit waarmee ze zich kunnen profileren als vertegenwoordiger van de premiebetalende patiënt is mooi meegenomen.
Als je een oordeel wilt kunnen vellen over de hoogte van de zorgkosten moet je twee dingen heel erg goed weten: je moet een diepgaande kennis van de gezondheidszorg en de processen hebben en je moet een norm hebben waaraan je de kosten spiegelt. Nog nooit heb ik iemand ontmoet die voldoende kennis van beide onderwerpen had om ook maar een uitspraak over de kosten en efficiency te kunnen doen.

Entiteit
Wie praat er nu echt met de werkers in de zorg, de verpleegkundigen, de paramedici, de dokters hoe het er aan toe gaat en hoe zij over veranderingen en verbeteringen in hun werk denken? Dat doet geen enkele manager onder het mom dat de cijfers hem voldoende duidelijkheid geven hoe de stand van zaken is, waar de verbeterpunten te vinden zijn en wat dat aan euro’s oplevert.
En daarmee is eigenlijk alles gezegd wat er zich in de zorg afspeelt: de medewerker is voor het management tot entiteit verwoorden. Met entiteiten kun je spelen, schuiven, rekenen en er de meest fantastische managementtheorieën op loslaten.

Nog even en de patiënt is ook niet meer dan een…….!

Wat de zorgsector van de bank- en verzekeringssector kan leren

De zorgkosten, het jaarlijks zorgnieuws in september en oktober. Ik ben te rade gegaan bij de banken- en verzekeringssector en heb eruit gehaald waar de zorgsector van kan leren; ICT op hoog niveau en aandeelhouders in plaats van een RvT. Natuurlijk dient zo’n ontwikkeling met cijfers onderbouwd te worden, beschouw ze dus als krijtlijnen naar een conversie die veel losmaakt.

Op 28 september jl. stond in Zorgvisie een artikel van Wim Groot, die een forse stijging van de zorgkosten verwacht. De beteugeling van de zorguitgaven was van een tijdelijke aard en de komende jaren staan kostenstijgingen van circa 8 procent voor de deur.
Oorzaken als vergrijzing en medisch technische ontwikkelingen zijn ondertussen grijs geschreven. Prima om de oorzaken te kennen, maar het probleemgericht denken lost de kostenstijging niet op. Resultaat gericht denken en handelen wordt gevraagd. Laten we de zorgsector eens, heel kort de bocht, ik weet het, vergelijken met de banken- en verzekeringssector. In die sectoren speelt kostenbeheersing een extreme rol, willen ze niet door de concurrentie opgeslokt of uit de markt geduwd worden. Kostenbeheersing ingegeven door meer winst, ook dat heeft u juist, omdat de aandeelhouders het maximale eruit willen halen. Kostenbeheersing door de cliënt zoveel mogelijk zelf te laten doen met ter beschikking gestelde software. Niet willen is geen optie. De recente voorbeelden van RABO en ING spreken voor zichzelf.

De zorgsector is een kostenintensieve sector. Niemand zal dat ontkennen, En die sector is op een bijzonder chaotische wijze georganiseerd, als die al georganiseerd is. Hebt u wel eens geprobeerd de kosten voor de zorg uitgesplitst naar sector, te achterhalen? Hebt u na alle sites, die u bezocht, een consistent beeld wat de kosten zijn? Het is maar een voorbeeld.
De marktwerking dan, die goed tien jaar geleden met veel bombarie is ingevoerd. Wat merkt u er ervan? Niets anders dan dat een handjevol verzekeringsmaatschappijen ieder jaar opnieuw naar uw portemonnee lonkt. En de overheid haalt nog een duit uit uw loonzakje door de belastingen te verhogen, deels voor de financiering van de zorg. Hebt u trouwens een rekenmodel, of een idee, hoeveel u in het totaal per jaar aan de zorg bijdraagt?
Om nu te lezen dat de marktwerking de kostenstijging de afgelopen jaren beteugeld heeft, is gewoonweg kort door de bocht. Dat vraagt bewijs en dat is niet eenvoudig, gezien het aantal variabelen dat een rol speelt. Spreekt u wel eens mensen die in de zorg op de werkvloer werken? Zeker eens doen en goed luisteren. Als de commercie zijn onderneming zo zou organiseren en leiden, was het snel gebeurd. Over en uit. Het ‘driedelig streep’ heeft het voor het zeggen in de zorg en heeft carte blanche. Leuke ideeën, maar actie?

Wat kan de banksector de zorgsector leren? Luister naar je klanten en wees ze een stap voor. Zo kun je, als je klanten een computer hebben, deze heel veel zelf laten doen. Oké, het vraagt een heel andere benadering en natuurlijk zullen niet alle cliënten staan te juichen. Maar wil je de kosten in de hand houden en snel betaalbaar kunnen inspelen op de ontwikkelingen, kun je gewoonweg niet anders. En met ICT vervang je fysieke ziekenhuizen door een centraal virtueel ziekenhuis. Van het decentraal denken, veelal ingegeven en gekoesterd door de artsen, naar centralisatie van processen.

Vervang het ‘driedelig streep’ door het T-shirt van de ICT’er, van praten, nog eens praten, overwegen, opnieuw praten naar: actie! Niet langer een gezellig keuvelende Raad van Toezicht: ‘de afspraken met de zorgverzekeraar zijn weer rond, we kunnen weer een jaar’, maar kritische aandeelhouders. Wordt koploper en verover je cliënten met de juiste informatie, communicatie en prijs. Drie onderwerpen waar de zorgsector nog steeds schandalig slecht in is.

De bouwstenen liggen klaar, het is enkel nog een stap naar de bouw. En ja, dat gebouw wordt dan een stuk kleiner dan de megalomane bouw die nu nog steeds wordt gepleegd. Maar wel veel functioneler!

Zorgkosten stijgen door!

(gepubliceerd op 26 november 2015 door Koos Dirkse)

Heeft u het ook gelezen? Uw zorgpremie kan in de komende twee jaar wel met 20% stijgen. Dat is voor een modaal Nederlands gezin een fors bedrag. Afgezet tegen de verwachte salarisontwikkeling betekent het opnieuw bezuinigen.
Als we ten opzichte van onze buurlanden goedkope zorg hebben, kan er sprake zijn van een inhaalbeweging, Is dat ook zo?

Nee, absoluut niet. Sla de cijfers van de OECD erop na en je ziet dat Nederland, na Amerika, de duurste zorg kent. Nederland is daar trouwens al eens over gewaarschuwd door de OECD en tot actie gemaand om de zorguitgaven te verminderen.

Vraagt u zich ook af hoe het zo ver heeft kunnen komen?
Het antwoord blijft duister. Het enige wat er met zekerheid over te vertellen is, dat de zorgverzekeraars een bedenkelijke rol spelen. De Nederlander stort zijn verzekeringspenningen in hun kas en de overheid maakt op haar beurt een fors deel van de belastinggelden over. Zo betaalt de burger per jaar een bedrag van 5.500 euro aan zorg! In ruil daarvoor zou de burger kwalitatieve zorg aangeboden krijgen tegen een goede prijs. Daarmee is de rol van de zorgverzekeraar bepaald, namelijk de regie over productvolume en productprijs.

Als je het over de glazenbol hebt die vertelt dat de zorgpremie de komende jaren mateloos stijgt, dan vraag je je af hoe de streepjespakken voor zorginkoop onderhandeld hebben voor 2016? Welk volume tegen welke prijs hebben ze afgesproken? En, hoe steekt die prijsopbouw in elkaar? En, wat houdt de zorginstelling, de zorgverlener en de zorgverzekeraar daaraan over? Hoeveel wordt er aan niet zorggerelateerde kosten, “de strijkstok”, uitgekeerd? Het is allemaal niet bekend.

Alle ontwikkelingen ten spijt, zoals ondermeer de ketenzorg, de DBC-systematiek, het loslaten van het vastgesteld honorarium voor de medische specialist in de DBC-prijs, zouden geen ander resultaat op de prijs hebben dan een continue stijging.
Of is er meer aan de hand? Is er verzet om een werkelijke scherp volume tegen een scherpe prijs af te spreken? Verzet is wel de slechtste meester voor verandering! En zijn de zorgmanagers dan wel geschikt voor het traject van verandering, zoals de onderhandelingen met de medische specialisten over de hoogte van hun honorarium? Willen en kunnen die managers hun vaak megalomane ideeën over hun ziekenhuis, bouw en organisatie, beteugelen om de overhead in hun kosten op een zo laag mogelijk niveau te brengen? Hebben zorgverzekeraar en zorginstelling wel behoefte aan transparantie, omdat ze allebei winst willen en moeten maken?
In het hele verhaal komt de patiënt niet meer voor, anders dan als geldschieter voor het managementspel tussen zorgverzekeraar en zorgverlener/zorginstelling.

Het wordt tijd dat de patiënt, als geldschieter, dus in feite als eigenaar van het zorgaanbod, zijn/haar stem eens duidelijk gaat laten horen en zal worden gehoord!

Wat hebt u als patiënt eraan?

Ondanks de digitale revolutie lopen de zorgkosten steeds verder op en wordt de administratieve werklast steeds groter en blijft de communicatie en informatie ondermaats. Is dat wat we als patiënt willen?
Terwijl aan de ene kant de regering/overheid zich grote zorgen maakt over de toenemende kosten in de zorg, laat men de zorgverlener steeds minder tijd aan zijn patiënten besteden.

Zorgkosten
De administratieve lasten worden geschat op 15 tot 20% van de totale zorgkosten. Het gaat hier over een bedrag van ruim 15 miljard euro per jaar!
Alles dat wordt aangepakt om systemen te verbeteren wordt een fiasco. Steeds meer bedrijven, waaronder organisatieadviesbureaus en consultants, zien de zorgsector als een gewillige melkkoe. Hoe ingewikkelder het systeem is, des te meer er vraag is naar experts, des te meer de euro rolt.
Het is beschamend dat in Nederland, dat zich de rol van ICT-expertise toedicht, dit schimmige spel van de administratieve werklastberg als een onblusbare veenbrand woedt. Denk aan subsidies voor zogenaamde verbeterplannen, niet-functionele, megalomane softwareontwikkelingen, die uit de tijd en begroting lopen, controle en statistiek gebaseerd op ondeugdelijke basisinformatie,

Twee voorbeelden

  • Twintig jaar geleden, in 1995, kostte het vervangen van een heup circa 10.200 gulden (4.600 euro). Naast een kleine dag gebruik van de OK, werden er nog 2 tot 3 weken ziekenhuisopname aan gekoppeld. Nu is dezelfde operatie bijna 4x zo duur, terwijl veel patiënt in dagbehandeling worden geholpen.
  • In de negentiger jaren werd de zorg door de ziektekostenverzekering (ziekenfonds/ zorgverzekeraar) vergoed. Nu is er sprake van een basispakket, waarin een deel van de zorg is ondergebracht, een eigen risico geldt en vaak nog een eigen bijdrage wordt gevraagd.

Natuurlijk is het systeem van ziekenfonds-/particulier verzekerde niet één op één te vergelijken met het huidige systeem van zorgverzekering. Zo valt de bouw en afschrijving onder de verantwoordelijkheid van de ziekenhuizen zelf. De verzekerde heeft echter geen invloed op het megalomaan gedrag van veel ziekenhuisbestuurders, die hun CV willen opleuken met de bouw van een nieuw, nog groter ziekenhuis. Vraag je eens af: wat heb ik eraan als patiënt?

Declaratiesysteem
De meeste landen om ons heen hebben een gezamenlijk declaratiesysteem ontwikkeld: de DRG’s: Diagnosis Related Groups. Nederland heeft zijn eigen wereldje, de DBC’s, ondertussen uitgegroeid tot een miljarden project. Ondanks alle inspanningen werkt het nog steeds verre van optimaal, is de informatie patiëntonvriendelijk en de communicatiemogelijkheid wel heel erg beperkt tot enkel en alleen declaratie. Ondertussen is het opgepoetst tot DOT, of te wel ‘DBC’s op weg naar transparantie’. Het is maar wat je onder transparantie verstaat!
Zo zal een patiënt die informatie over de ziekenhuisrekening wil, omdat hij daarvoor zijn eigen risico moet aftikken, van het kastje naar de muur gestuurd worden. Van zorgverzekering tot ziekenhuisadministratie: nergens krijgt hij een deugdelijk antwoord op zijn vraag: Wat het ontstaan en de betekenis is van de reeks codes op de nota.
Jammer genoeg laten te veel patiënten het erbij en betalen voor iets dat zij nooit ofte nimmer zullen weten.
Ondertussen blijft de overheid roepen dat er duidelijke nota’s komen en de patiënt die moet controleren.

Het huidige declaratiesysteem heeft niet het eeuwig leven, omdat het binnen Europa weinig medestanders vindt. Nederland is gewoon te klein voor het tafellaken en misschien iets te groot voor het servet, maar ondanks alle lobby zullen we in de komende jaren geconfronteerd worden met een gedwongen overstap naar een Europees, vergelijkbaar registratie-, informatie-, en declaratiesysteem voor de zorg.
Een wijze les: Minder eigenwijs zijn, je aansluiten bij een internationaal systeem, dat ook zijn falen kent en je kunnen vergelijken op vlak van zorg en financiën.

Het EPD
Begin deze eeuw zijn de ziekenhuizen begonnen met het inrichten van de EPD’s: Elektronisch Patiënten Dossier. Nu, 15 jaar later, zijn de resultaten nog steeds teleurstellend. Kapitale missers, geen tot weinig communicatie tussen de verschillende EPD’s, informatie die ver onder de maat blijft.
Als klap op de financiële vuurpijl is er het Landelijk SchakelPunt (LSP), een instelling met exorbitante kosten voor gebrekkige en trage informatie.
Waar het om draait is het gebrek aan eenmalige, gestructureerde registratie van de zorg. Een doorsnee arts is vandaag de dag tussen de 30% en 40% van zijn tijd kwijt aan administratie. Menslief, wat is dat treurig!
Is de gezondheidszorg nu zoveel anders dan ander bedrijven die de ICT-goed benutten?
Het antwoord is eenvoudig weg: nee. Als dienstverlenende organisatie is de basis: data, de relaties daartussen en communicatie en informatie met zijn klanten. De basis is een gestructureerde registratie voor communicatie, informatie en declaratie. En doe dat ook dan nog een keertje eenmalig voor meerdere doeleinden. Back to basics!
Vraag je eens af: wat heb ik als patiënt aan het ziekenhuis EPD?

De Zorgverzekeraars
De Zorgverzekeraars zijn aangesteld als regievoerder op de zorg. Met toezicht op kosten, bereikbaarheid en toegankelijkheid. Dan mag je toch verwachten dat ze een kritische rol spelen bij het vaststellen van de kosten, de kwaliteit, de communicatie en informatie? Daar valt nog heel veel te verbeteren. Vraag je ook hier een af: wat heb ik eraan als patiënt?

Onderzoeksrapport
In het advies, dat Actal over het Kwaliteitsinstituut voor de Zorg aan minister Schippers heeft aangeboden staat dat de verschillende organisaties, waaraan zorgverleners verantwoording moeten afleggen over de kwaliteit van de geleverde zorg, ieder hun eigen werkwijze hebben, die niet op elkaar zijn afgestemd. Dit kost onnodig veel tijd. De zorgverleners hebben die gegevens vaak al in hun systeem staan, maar de aanlevering moet net weer even anders.
Zorgaanbieders moeten in de praktijk nog veel andere kwaliteitsgegevens aanleveren, ook aan onder andere de zorgverzekeraars, de brancheorganisatie van verzekeraars, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Nederlandse Zorgautoriteit, de stichting Dutch Institute for Clinical Auditing en MediQuest BV. Stel je eens de vraag: wat heb ik er als patiënt aan die diverse registraties?

Kortom
We hebben bij een aantal paragrafen de vraag aan u gesteld: wat heeft u als patiënt eraan? Was het moeilijk om daar een antwoord op te geven? Dat zou toch écht niet mogen, omdat zorg en zorgverzekering de patiënt centraal stellen. Ok, dat zeggen ze tenminste.

Willen we het als patiënten anders?
In ieder geval willen we meer regie op de zorg, zelf keuzes maken en de kosten zelf beïnvloeden.
Moeten we daarmee wachten tot de logge, managementoverladen zorg daarmee komt?
Zouden we beter niet kunnen doen. Uw dokter en dossier zitten in uw broekzak, of ligt op tafel, naast uw notebook. Precies die smartphone van u is de diagnose stellende dokter, uw gezondheidsmonitor en uw digitaal dossier.
Een doorsnee smartphone kan binnenkort meer dan het honderden miljoenen verslindend EPD (trouwens een jaren 70 term waar de ziekenhuizen maar niet van los komen) dat ieder ziekenhuis zich nog steeds permitteert. Met de smartphone, sensoren, apps krijgt ons lichaam een dashboard. De diagnose is gesteld, de dokter kan komen. Het wordt dan niet langer ‘de dokter kan u ontvangen’ maar ‘de patiënt kan de dokter ontvangen’. De rol van de dokter verschuift van de diagnosestellen tot behandelen. Dat bekent nogal wat voor de zorg, waar we met z’n allen miljarden betalen voor de diagnose en dan nog eens miljarden voor de behandeling. Wake up dagdromend zorgmanagement!

Natuurlijk zullen we attent moeten zijn op de validatie van de zorgapps die we gaan gebruiken en de privacy. En natuurlijk zullen er afspraken moeten worden gemaakt over de data die we zelf gaan verzamelen. Data is immers kapitaal. Maar het mag nooit ofte nimmer de rem zijn waar het management van het wankelend zorgbedrijf naar grijpt.

Stel je nu ook weer de vraag: wat heb ik er aan als patiënt?
Makkelijk, toch?