Zorgverzekeraars betrouwbaar?

De media staan bol met de proefballonnen die de zorgverzekeraars oplaten. Om er twee te noemen: de geplande afschaffing van de restitutiepolis en duizenden onnodig uitgevoerde operaties. Het afschaffen van de restitutiepolis koppelt de patiënt aan het ziekenhuis waar zijn zorgverzekeraar een contract mee afsluit.

De restitutiepolis
Onder het mom van de kosten in de hand houden is je vrije artsenkeuze weg. Zo ben je straks uren onderweg om het ziekenhuis van de zorgverzekeraar te bereiken. Dat wordt dus een dagje vrij nemen voor het consult waar de arts vijf minuten aan mag besteden. Want je werkgever staat niet te trappelen om je door te betalen terwijl je niets voor hem produceert. Trouwens als hij je wel door zou betalen zou de winst die de zorgverzekeraar behaalt op macro-economisch niveau wel eens verlies kunnen betekenen.

De onnodige operaties
Dat was schrikken. Ben ik nu terecht of onterecht geopereerd? De zorgverzekeraar kan het niet vertellen, want die heeft natuurlijk geen inzage in mijn medisch dossier. En in dat medisch dossier, dat voor iedere buitenstaander gesloten blijft door het beroepsgeheim van mijn arts, staat waarom ik zo nodig geopereerd moest worden. Hoe komt de zorgverzekeraar dan aan die gegevens? Weten ze iets wat ik niet weet en hebben ze stiekem toch wat informatie over mij in hun databases gestopt?

Nee, zeggen ze, we doen dat op basis van vergelijkingen. Vergelijkingen? Waar vergelijken ze me mee? Natuurlijk kunnen ze mijn gegeven tegen gestandaardiseerde gegevens houden, maar welke gegevens hebben ze dan wel gebruikt? Hoe meer ik erover nadenk, hoe kriegeliger ik ervan word.
De volgende keer laat ik me maar in België opereren. Daar hebben de zorgverzekeraars helemaal geen probleem mee. En als ze dat wel hebben, moeten ze met een heel goede verklaring komen waarom ze zoveel miljoenen euro’s klakkeloos betalen om die 150.000 opnamen in de Belgische ziekenhuizen te betalen. Ben je tenminste niet onnodig geopereerd.

Wat wil de zorgverzekeraar werkelijk?
Proefballonnetjes hebben in de politiek, en daartoe rekenen we ook de zorgverzekeraars als verlengstuk van VWS, een doel. Wat zou het doel zijn? Niet moeilijk als je de discussie volgt over het uit de hand lopen van de kosten van de zorg. De overheid heeft er totaal geen controle meer over en iedere afspraak die ze met de zorg maken over de kostenontwikkeling wordt met voeten getreden. Het stereotype antwoord is: we kunnen niet anders, er is een groeiende vraag die we moeten beantwoorden.
Dat is maar een deel van het verhaal. De OESO heeft immers becijferd dat Nederland het op één na duurste land voor zorg ter wereld is. Alleen de VS moeten we nog voor ons laten. Kenners van de ziekenhuiszorg weten je te vertellen dat het DBC/DOT factureringsysteem daar de reden van is en dat door het ontbreken van een goede medische registratie ieder inzicht in de feitelijk behandelde morbiditeit en dus de sturing, ontbreekt. Patiënten klagen dan ook niet voor niets over nota’s met onbegrijpelijke omschrijvingen.

Het doel van de ballonnetjes is dat de zorgverzekeraars grip krijgen op de ziekenhuizen. Het bestuur van het ziekenhuis buitenspel, de medisch specialisten onder curatele en de zorgverzekeraars aan het roer. Zij gaan de inhoud van de zorg en de prijzen bepalen die ze ervoor betalen. En dat er minder ziekenhuizen overblijven is colleteral damage.

Heeft u nog vertrouwen in uw zorgverzekeraar?

De zorg wordt te duur betaald

De zorgverzekering wordt maar weer eens een stuk duurder. Minimaal 30 euro gaat u per jaar meer betalen voor de basisverzekering in 2018. De reden die de zorgverzekeraars daarvoor geven klinkt bizar: “we hebben een onverwachte tegenvaller van 400 miljoen euro in 2016”.

Om die financiële tegenvaller te kunnen plaatsen, eerst een korte les over de inkomsten van de zorgverzekeraar.
De zorgverzekeraar haalt zijn inkomsten uit de premies van zijn verzekerden, uit het zorgverzekeringsfonds dat is opgebouwd uit de werkgeversbijdragen en de subsidies van de overheid en het rendement uit hun beleggingen.
Na een herberekening krijgen de zorgverzekeraars over 2016 minder inkomsten uit het zorgverzekeringsfonds. Dat is die 400 miljoen die ze verwacht hadden te zullen krijgen als compensatie voor risicogroepen, bijvoorbeeld voor opnamen van chronisch zieken in het ziekenhuis.
Het aantal declaraties voor de risicogroepen was in 2016 minder dan verwacht en er is dus sprake van een overcompensatie. Dat geld moet terug naar de overheid.
Hadden de zorgverzekeraars dat niet kunnen voorzien? Als ze een deugdelijke medische registratie voeren, hebben ze dat zeker gezien. Er is dan geen sprake van een onverwacht ‘financieel gat’, maar gewoonweg sprake van wanbeheer.

In de eerste zin kon u het al lezen, de premie gaat minimaal 30 euro omhoog. Want ook de toename van de zorguitgaven willen de zorgverzekeraars gecompenseerd zien. Het CBS zet ieder jaar de zorguitgaven op een rijtje en dat overzicht vertelt ons het volgende.
“In 2016 is ruim 96 miljard euro uitgegeven aan zorg. Dat is 1,7 miljard euro (1,8 procent) meer dan in 2015. Het grootste deel, bijna 60 miljard euro, is gefinancierd via de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Het was het vierde jaar op rij dat de zorgkosten minder toenamen dan het bruto binnenlands product (BBP).”
Grote veranderingen in de uitgaven aan de aanbieders van zorg zijn er in 2016 niet geweest. Aan ziekenhuizen (inclusief medisch specialisten) is 27 miljard euro uitgegeven, 0,6 miljard (2,5 procent) meer dan in 2015. De uitgaven aan geneesmiddelen via openbare apotheken, drogisten en supermarkten waren 5,6 miljard euro, ruim 3 procent meer dan in 2015. De uitgaven aan langdurige zorg (ouderenzorg en gehandicaptenzorg) zijn licht gestegen, na een daling in 2015. Vooral de betalingen via het persoonsgebonden budget van de Wet langdurige zorg namen fors toe, met 11,5 procent. (CBS op basis van de nieuwste, voorlopige, cijfers over de zorguitgaven over 2016).”

Het nieuwe zorgverzekeringsstelsel is ruim tien jaar geleden ingevoerd met het doel de zorgkosten door marktwerking te beheersen. Beheersen is een containerbegrip: een continue stijging die minder is dan verwacht, is ook beheersen. En die stijging is inderdaad afgevlakt. Maar om dat aan de marktwerking toe te schrijven gaat toch echt een stap te ver.
Wat we als premiebetaler van de zorgverzekeraar mogen verwachten is dat er een einde komt aan de stijging van de zorguitgaven als die een negatief effect, een stijging van de premie hebben. De prijs van de zorg, in verzekeringstermen ‘het product’, is te hoog. Immers productie maal prijs is jaarlijkse premiestijging. Zorgingewijden kunnen u een reeks mogelijke besparingen uiteenzetten. Ik ga er niet te diep op in, maar denk eens aan overmanagement, overburaucratisering, overregistratie.

Een andere bron van inkomsten, is het rendement uit de beleggingen. En daarmee wordt veel gezegd over ons huidig zorgverzekeringsstelsel. U en ik hebben een verplichte schadelastverzekering opgedrongen gekregen. Dat onze zorgverzekering een schadelastverzekering is, wordt onderschreven door de EU. Zo heffen veel landen waar Nederlanders met een verplichte Nederlandse zorgverzekering wonen, een extra belasting, omdat de zorg via een commerciële verzekering wordt gedekt.
De zorgverzekering valt dus onder de regelgeving die voor alle commerciële verzekeringen geldt. Een belangrijk item is de hoogte van het eigen vermogen. Weet u hoeveel procent van uw zorgpremie “op de plank” bij uw verzekeraar ligt? Nee dus, niemand die u dat vertelt. En kent u het rendement van de spaarcentjes bij uw zorgverzekeraar? Nee, ook al onbekend.

Ik ga niet zeggen dat er financieel wanbeheer is, maar een financieel slecht uitgevallen belegging betalen we dubbel en dwars terug in onze premie.

De zorgverzekeraar en de zaterdagkrant…

Zo maar drie artikelen uit De Telegraaf van zaterdag 19 december 2016: de medicatie wordt opgedrongen, met andere woorden de zorgverzekeraar bepaalt het merk. De polissen van de zorgverzekeraars zijn zo ingewikkeld dat vergelijk bijna onmogelijk is en de zorgverzekeraar kan de kosten van het ziekenhuis niet sturen als dat een monopoliepositie in de regio heeft.

In de verhalen wordt de patiënt niet genoemd. Voor de manager is de individuele patiënt een niet bestuurbaar object en wordt gedevalueerd tot product. Maar, een product veronderstelt marktwerking en daar hebben die managers nog weinig tot niets van terecht gebracht!

De zorgverzekeraars zwaaien de scepter over de apotheek en bepalen of u het merk van geneesmiddel dat uw zorgverlener heeft voorgeschreven krijgt, of dat u wordt afgescheept met een goedkoop vervang preparaat met alle gevolgen voor uw gezondheid van dien. Daarmee heeft de apotheek zichzelf gedevalueerd tot een dozenschuiver voor de zorgverzekeraar. Niets anders dan een te vervangen tussenhandeltje. Nog een stapje verder en uw recept gaat direct digitaal naar uw zorgverzekeraar en u ontvangt per koerier uw medicatie van de verzekeraar. Nog een stapje verder en het recept wordt vervangen door de diagnose en de zorgverzekeraar bepaalt wat u slikt.
De hele procedure gaat voorbij aan de behandelrelatie tussen zorgverlener en patiënt. De zorgverlener kent de individuele patiënt en zal de juiste medicatie in de juiste samenstelling voorschrijven. Daar valt niet aan te tornen, zou je toch mogen denken? Nee, dus. De apotheker als vazal van de zorgverzekeraar past het voorschrift gewoonweg aan. Een inacceptabele werkwijze, die indruist tegen de behandelings-overeenkomst met de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden, maar ook bevoegdheden van de zorgverlener.

De zorgverzekeraars hebben de kracht van het woord ontdekt. Alleen dan wel op een wel heel erg negatieve manier. Door hun verstrekkingen in de polisvoorwaarden op zo’n ingewikkelde manier te verwoorden, is het voor de verzekerde bijna onmogelijk om een vergelijking tussen het aanbod van verzekeringsproducten te maken. De meest hautaine houding is de verzekerde te verwijzen naar een makelaar die voor hem de polissen kan vergelijken en helpen bij de keuze. Dit is wel de meest onbetamelijke wijze waarop je met je klanten kan omgaan. Alleen mogelijk door de monopoliepositie die de zorgverzekeraars innemen. Van echte concurrentie is er geen sprake. En wanneer er geen sprake is van concurrentie, is er geen marktwerking en hebben die zorgverzekeraars niet langer een reden van bestaan.

De zorgverzekeraars stellen zelf dat er geen afspraken te maken zijn met een ziekenhuis dat een monopoliepositie heeft in een regio. De patiënten kunnen gewoonweg niet verwezen worden naar een ziekenhuis in een andere regio. Dat betekent dus ongelijkheid voor de verzekerden. Woon je in een verstedelijkt gebied met meerdere ziekenhuizen, dan maakt de zorgverzekeraar voor jou de keuze waar je behandeld wordt. Woon je in een plattelandsregio, dan kun je gewoon naar het ziekenhuis waarnaar je altijd al ging. En, de verzekerden in de verstedelijkte gebieden betalen dus mee aan die ongelijkheid. Als de overheid het heeft over marktwerking in de zorg, kan deze feitelijke situatie toch niet de bedoeling zijn? Die werkwijze doet namelijk geen recht aan marktwerking en daarmee onderschrijven de zorgverzekeraars hun onvermogen tot regievoerder.
Dus toch een overbodige, geldverslindende constructie?