De tikkende tijdbom

Een populair onderwerp in een verkiezingstijd is de zorg. Politici, bestuurders van zorgverzekeraars, ziekenhuisbestuurders en hoogleraren laten hun proefballonnetjes op. Zo is de sluiting van ziekenhuizen al ter sprake gekomen, het verkopen van je huis om de zorg op oudere leeftijd te kunnen betalen (nieuw bedachte term hiervoor: opzieken) en het niet langer vergoeden van dure medicatie die, door een beperkte groep van patiënten met zeldzame ziekte gebruikt wordt. Al die onderwerpen draaien maar om één ding: de continu stijgende zorgenkosten, die niet onder controle te krijgen zijn. Een tikkende tijdbom.

Wordt de zorg duur betaald?
Om de hoogte van de zorgkosten te kunnen vergelijken wordt die uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (BBP) en wordt een uniforme, smallere definitie van de zorgkosten gebruikt. Daarin blijven het welzijnswerk en delen van de langdurige zorg buiten beschouwing.
Volgens die definitie heeft Nederland, na de Verenigde Staten (VS) de hoogste zorgkosten ten opzichte van het BBP (OESO, 2009). In de VS ligt het aandeel op 17,4%, in Nederland op 12,0%.
Na Nederland volgen Frankrijk met 11,6%, Duitsland 11,6% en Denemarken met 11,1%.
De conclusie: de zorg wordt in Nederland duur betaald.

Marktwerking
De OECD bevestigt de hoogte en ontwikkeling van de Nederlandse zorgkosten en verpakt het in een waarschuwing in de ‘executive summary’ bij het rapport ‘Economic Surveys Netherlands 2012’: “Greep houden op de gezondheidsuitgaven is essentieel voor de fiscale duurzaamheid. De uitgaven voor de gezondheidszorg gaan omhoog met een vergrijzende bevolking, die er bovendien andere eisen aan stelt. Om eraan tegemoet te komen heeft de regering de concurrentie in de zorg geïntroduceerd (marktwerking). Maar willen we daar de vruchten van plukken dan moet de concurrentie worden gecombineerd met maatregelen, waardoor de zorgverzekeraars meer te zeggen krijgen. Daarvoor zijn prestatiecontracten en de aanpak van de asymmetrische informatieproblemen nodig. Op het gebied van de langdurige zorg moeten zorginkopers voldoende financiële aanmoediging krijgen en moet de zorg gerichter worden aangeboden.”

De ontwikkeling van de zorgkosten.
We gaan op zoek naar het antwoord op de vraag hoe de zorgkosten zich hebben ontwikkeld tot het huidig niveau. Daarvoor gebruiken we de cijfers van het CBS.
In 2010 waren de zorgkosten 66% hoger dan in 2001. Dat betekent een gemiddelde jaarlijks toename van meer dan 6%. In die periode zijn de sterkste stijgers de geestelijke gezondheidszorg met een toename van 91% en de ziekenhuiszorg met 78%.
Minder hard stegen dan weer de kosten voor de huisarts met 55% en de kosten voor de geneesmiddelen met 42%.
De kostentoename wordt veroorzaakt door een groei in het volume en de prijzen. De volumegroei neemt 2/3 deel van de stijging in de zorgkosten voor zijn rekening, de prijstoename 1/3 deel.
Grofweg groeide het zorgvolume in de periode 2001-2010 circa 4 % per jaar. De bevolkingsgroei en de vergrijzing veroorzaakten circa 1% van de toename aan het zorgvolume.
De volumegroei van 4% is hoger dan in de laatste decennia van de vorige eeuw. Tussen 1972 en 2001 groeide die namelijk met gemiddeld 2,7% per jaar.
De cijfers over 2011 laten zien dat de groei in de zorgkosten onverminderd doorgaat. De uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg bedragen dan 90 miljard euro en dat is 3,2% meer dan in 2010.
De grootste kostenpost van de meeste zorgaanbieders zijn de loonkosten. Door een toename van het aantal banen en een stijging van de loonkosten nam de loonsom in 2011 met ruim 3% toe.
De uitgaven aan ziekenhuizen en specialistenpraktijken stegen in 2011 met 3,8%.
Zo komt het aandeel van de zorguitgaven in het bruto binnenlands product (BBP) in 2011 uit op 14,9% (volgens de brede definitie, dus inclusief welzijnswerk en langdurige zorg). De uitgaven per hoofd van de bevolking bedragen 5.392 euro, bijna 150 euro meer dan in 2010.
Wanneer de ontwikkeling in de zorgkosten doorzet, zullen de uitgaven in 2025 meer dan 130 miljard euro bedragen.

De tijdbom.
Die zorgkosten moeten door de inwoners van Nederland opgehoest worden. Een gemiddeld gezin is anno 2012 bijna 25% van het inkomen kwijt aan zorgverzekeringspremie en inkomensafhankelijke bijdragen in de belasting voor ZVW en AWBZ. En als die trend voor de kostenstijging niet afgebogen wordt, dan zullen die gezinnen in 2040 meer dan 40% van inkomen kwijt zijn aan zorgpremie: de tikkende tijdbom.
Tel daar nog bij op de stijgende energiekosten en woonkosten en de bom gaat bij veel gezinnen af.

Actie.
Dag ballonnetjes, hoogste tijd voor overheid, zorgverzekeraars en zorgaanbieders om de handen ineen te slaan en de trend van altijd meer en duurder om te buigen. Dat vereist durf om keuzes te maken en een goede, doelgerichte informatie en communicatie. Of zijn de alwetende managers leeggedacht en laten het klappen onder het mom van “niets aan te doen, er is gewoonweg meer vraag”?