De zorgverzekeraar en de zaterdagkrant…

Zo maar drie artikelen uit De Telegraaf van zaterdag 19 december 2016: de medicatie wordt opgedrongen, met andere woorden de zorgverzekeraar bepaalt het merk. De polissen van de zorgverzekeraars zijn zo ingewikkeld dat vergelijk bijna onmogelijk is en de zorgverzekeraar kan de kosten van het ziekenhuis niet sturen als dat een monopoliepositie in de regio heeft.

In de verhalen wordt de patiënt niet genoemd. Voor de manager is de individuele patiënt een niet bestuurbaar object en wordt gedevalueerd tot product. Maar, een product veronderstelt marktwerking en daar hebben die managers nog weinig tot niets van terecht gebracht!

De zorgverzekeraars zwaaien de scepter over de apotheek en bepalen of u het merk van geneesmiddel dat uw zorgverlener heeft voorgeschreven krijgt, of dat u wordt afgescheept met een goedkoop vervang preparaat met alle gevolgen voor uw gezondheid van dien. Daarmee heeft de apotheek zichzelf gedevalueerd tot een dozenschuiver voor de zorgverzekeraar. Niets anders dan een te vervangen tussenhandeltje. Nog een stapje verder en uw recept gaat direct digitaal naar uw zorgverzekeraar en u ontvangt per koerier uw medicatie van de verzekeraar. Nog een stapje verder en het recept wordt vervangen door de diagnose en de zorgverzekeraar bepaalt wat u slikt.
De hele procedure gaat voorbij aan de behandelrelatie tussen zorgverlener en patiënt. De zorgverlener kent de individuele patiënt en zal de juiste medicatie in de juiste samenstelling voorschrijven. Daar valt niet aan te tornen, zou je toch mogen denken? Nee, dus. De apotheker als vazal van de zorgverzekeraar past het voorschrift gewoonweg aan. Een inacceptabele werkwijze, die indruist tegen de behandelings-overeenkomst met de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden, maar ook bevoegdheden van de zorgverlener.

De zorgverzekeraars hebben de kracht van het woord ontdekt. Alleen dan wel op een wel heel erg negatieve manier. Door hun verstrekkingen in de polisvoorwaarden op zo’n ingewikkelde manier te verwoorden, is het voor de verzekerde bijna onmogelijk om een vergelijking tussen het aanbod van verzekeringsproducten te maken. De meest hautaine houding is de verzekerde te verwijzen naar een makelaar die voor hem de polissen kan vergelijken en helpen bij de keuze. Dit is wel de meest onbetamelijke wijze waarop je met je klanten kan omgaan. Alleen mogelijk door de monopoliepositie die de zorgverzekeraars innemen. Van echte concurrentie is er geen sprake. En wanneer er geen sprake is van concurrentie, is er geen marktwerking en hebben die zorgverzekeraars niet langer een reden van bestaan.

De zorgverzekeraars stellen zelf dat er geen afspraken te maken zijn met een ziekenhuis dat een monopoliepositie heeft in een regio. De patiënten kunnen gewoonweg niet verwezen worden naar een ziekenhuis in een andere regio. Dat betekent dus ongelijkheid voor de verzekerden. Woon je in een verstedelijkt gebied met meerdere ziekenhuizen, dan maakt de zorgverzekeraar voor jou de keuze waar je behandeld wordt. Woon je in een plattelandsregio, dan kun je gewoon naar het ziekenhuis waarnaar je altijd al ging. En, de verzekerden in de verstedelijkte gebieden betalen dus mee aan die ongelijkheid. Als de overheid het heeft over marktwerking in de zorg, kan deze feitelijke situatie toch niet de bedoeling zijn? Die werkwijze doet namelijk geen recht aan marktwerking en daarmee onderschrijven de zorgverzekeraars hun onvermogen tot regievoerder.
Dus toch een overbodige, geldverslindende constructie?