Zorgkostengereedschapskist

Graag nodig ik de lezers uit om ideeën over verbetering en verandering van de zorg te ventileren. Vanuit een perspectief als bv patiënt (wat valt je op, waar erger jij je aan, wat gaat er goed), vanuit het perspectief van medewerker in de zorg, vanuit het perspectief van manager, vanuit de zorgverzekeraar, etc. zijn uw reacties meer dan welkom.

Gereedschap
De kosten van de zorg en daarbij ‘de gereedschapskist’ met begrippen als efficiency, capaciteit, voorkomen van dubbele onderzoeken, zijn vierjaarlijks terugkerende woorden met de verkiezingen in aantocht. Immers, iedere Nederlander heeft wel op één of andere manier met zorg te maken, betaalt zorgkosten, leest en hoort erover.
Scoren met die kist vol aftands gereedschap voor die jongens en meisjes, die als beroepspoliticus door het leven gaan. En achter hen komt een vloed van meelopers: directies van zorgverzekeraars, ziekenhuisbestuurders en hoogleraren in een of andere managementtak, die het gereedschap wat polijsten en voorzien van nieuwe handvatten, zodat het er weer helemaal nieuw uitziet. Iedere publiciteit waarmee ze zich kunnen profileren als vertegenwoordiger van de premiebetalende patiënt is mooi meegenomen.
Als je een oordeel wilt kunnen vellen over de hoogte van de zorgkosten moet je twee dingen heel erg goed weten: je moet een diepgaande kennis van de gezondheidszorg en de processen hebben en je moet een norm hebben waaraan je de kosten spiegelt. Nog nooit heb ik iemand ontmoet die voldoende kennis van beide onderwerpen had om ook maar een uitspraak over de kosten en efficiency te kunnen doen.

Entiteit
Wie praat er nu echt met de werkers in de zorg, de verpleegkundigen, de paramedici, de dokters hoe het er aan toe gaat en hoe zij over veranderingen en verbeteringen in hun werk denken? Dat doet geen enkele manager onder het mom dat de cijfers hem voldoende duidelijkheid geven hoe de stand van zaken is, waar de verbeterpunten te vinden zijn en wat dat aan euro’s oplevert.
En daarmee is eigenlijk alles gezegd wat er zich in de zorg afspeelt: de medewerker is voor het management tot entiteit verwoorden. Met entiteiten kun je spelen, schuiven, rekenen en er de meest fantastische managementtheorieën op loslaten.

Nog even en de patiënt is ook niet meer dan een…….!

Zorg of cijferpalet……..

Kent u uw BSN nummer? Nee? Dan wordt het hoog tijd het uit uw hoofd te leren. Waarom? Omdat u zich ermee identificeert en de keten van banken tot zorg er dol op is. Onder het motto “het voorkomt fouten” worden uw gegevens aaneengeplakt tot een keten van gegevens. Commercie en marketing kneden het tot een cijferbrij, die als informatie wordt aangeboden.

U vraagt zich af wat dat met een ziekenhuis te maken heeft?
Het antwoord is heel simpel: U bent niet langer een patiënt maar een nummer. Computers verwerken nummers nu eenmaal makkelijker dan alfanumerieke gegevens. De ziekenhuismanagers zijn er dol op, ze leven ervan. Met nummers kun je zo heerlijk rekenen! Niet alleen optellen en aftrekken, maar ook statistiek. Bewijzen wat je wilt.
De manager heeft een heel cijferpalet tot zijn beschikking. Het eerste wat hij ’s-ochtends doet is de computer, zijn toverdoosje, aanzetten om zich de hele dag te verdrinken in zijn palet aan cijfers.
Druk, druk, druk, geen tijd om te luisteren, zijn directiecomité wacht op een nieuwe cijferreeks die, versierd met een PowerPoint, gepresenteerd moet worden op een wandgroot scherm. De uitkomst, de conclusie in het laatste PowerPointsheetje, is, dat door bezuinigen in personeel, de winstcijfers weer een extra tintje groen scoren. Een conclusie die de managers likkebaardend omarmen.

De gevolgen laten zich raden
De patiënt komt in dit megalomane bouwwerk, waar de gangen behangen zijn met kunstwerken, de hal een overdekt winkelcentrumpje is en het cafetaria breeduit reclame maakt voor hamburgers.
Alles uitgedacht door snelle marketingjongens en –meisjes, die menen dat een BSN-nummer dit allemaal heel erg cool vindt. Het ziekenhuis als beleving, fun en als je ze hun gang laat gaan, komt er direct nog een bioscoopzaal bij. Maar het BSN-nummer is nu ‘patiënt’ geworden en zoekt iemand die hem de weg kan wijzen naar de polikliniek waar hij een afspraak heeft.

Afspraak maken
Een afspraak die hij enkel en alleen via zijn PC heeft kunnen maken, omdat het ziekenhuis dat zo makkelijk vindt. Als de patiënt eindelijk de polikliniek heeft gevonden wacht hem een verrassing. Het ziekenhuis werkt digitaal en heeft afscheid genomen van de polikliniekassistentes. Er hangt een Schipholbord, waarop hij kan zien naar welke wachtkamer hij wordt verwezen en hoe lang de wachttijd is. Na het consult wordt de patiënt doorverwezen voor een aantal onderzoeken.
De opdrachten worden digitaal verzonden en de patiënt wordt verondersteld nu de reeks af te werken. De hele riedel herhaalt zich, digitaal afspraken maken, zoeken en geen vragen kunnen stellen aan een behulpzame polikliniekassistente.
Dan volgt de opname. Die verloopt even contactloos en tijdens de opname blijken de verpleegkundigen geen tijd meer te hebben voor menselijke communicatie. En als de patiënt na ontslag een vraag heeft over zijn medicatie, staat hem niets anders dan een consult te boeken via zijn computer. Drie weken wachttijd. De menselijkheid wegbezuinigd.

Dagelijkse praktijk
Achter het scherm van de manager ziet het er prachtig uit. Cijfers liegen niet. Maar in de praktijk loopt het toch iets anders. Managers hebben geen oor naar communicatietijd voor de patiënt. Die tijd is onplanbaar, kan niet met zijn toverdoosje berekend worden en is een kostenpost. Dus alle cijfertjes ten spijt, echte patiëntenzorg blijft mensenwerk, menselijk werk.
Misschien denkt u dat dit een overdreven verhaal is. Helaas dan moet ik u teleurstellen. Het komt uit de dagelijkse praktijk.

Zorgstelsel: hoe ver nog…….

In de jaren 80 en 90 heb ik vanuit mijn positie binnen het academisch ziekenhuis Leiden (thans LUMC) een zelfstandige organisatie opgezet voor de digitale registratie en verwerking van medische handelingen. De basis werd gevormd door de medische registratie en de financiële administratie gebruikte dit voor de declaraties, grootboek en de statistiek. Ook putte de visitatiecommissies gegevens uit dit bestand. Tevens waren alle (inter)nationale codestelsels aan het systeem gekoppeld. Gestart binnen mijn ziekenhuis sloten binnen drie jaar 43 andere ziekenhuizen hierop aan. Op basis van onze gegevens kon er voor ruim 6 miljard gulden aan declaraties worden verantwoord.

Uiteraard kon ik dit niet alleen. Naast het bureau, bestaande uit 5 medewerkers, had ik een club van uitstekende adviseurs, die ik kon raadplegen en in dienst waren bij de aangesloten ziekenhuizen. De declaraties waren toen een stuk ingewikkelder en arbeidsintensiever dan tegenwoordig.
Nu heb je een basisverzekering, die geldt voor alle burgers, met eventueel een aanvullende verzekering. In die tijd waren er drie verschillende zorgverzekeringen: ziekenfonds, particuliere en privépatiënten en daarbinnen verschillende verzekeringsklassen.
Per jaar waren er drie tariefmutaties, waarbij er per keer circa 120.000 tarieven moesten worden aangepast! Toch konden wij het met z’n vijven aan, met beperkte financiële- en automatiseringsmiddelen. Computers waren er nog niet. Wij bedienden ons met aan het ZIS aangesloten monochrome terminals. De gegevens moesten op 44 tapes worden gezet en naar de ziekenhuizen gestuurd, waar ze in het ZIS werden ingelezen.

De gehele opzet van het systeem, de problemen waar we tegenaan liepen en alle verbeteringen staan me nog bij als de dag van gisteren. Daarom erger ik me mateloos aan het ondoordachte beleid dat nu wordt gevoerd. Er wordt geroepen, dat de zorg zo duur wordt. En dan weer een bericht, dat men kans zag om toch weer een paar miljoen te bezuinigen, terwijl het basisprobleem niet wordt aangepakt.
We gaan binnenkort over de honderd miljard kosten per jaar heen! De DBC’s, een zeer fraudegevoelig systeem, dat financieel alles eruit haalt wat maar mogelijk is, zonder dat de gedeclareerde handelingen hebben plaatsgevonden, blijft men hanteren.
Andere landen werken met DRG’s, dus van vergelijking met andere landen is geen sprake. Hiervoor moeten voor de EU weer conversietabellen worden opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten.
Honderden organisaties, particuliere bedrijven, consultantsbureaus, managers, overheidinstanties, etc hangen aan het infuus van de zorggelden, maken het zorgstelsel ondoorzichtiger en bewerkelijker (uurtje-factuurtje) en de burger draait op voor de kosten!

En wat is nu werkelijk het basisgegeven: een patiënt heeft een ongemak/aandoening, dat moet worden verholpen en daarvoor moet een rekening worden uitgeprint. Meer niet! Als je ziet hoeveel mensen zich hiermee bemoeien….. Het wordt de zorgverlener onmogelijk gemaakt om het werk nog naar behoren uit te voeren.
De patiënt volstorten met geneesmiddelen en als die niet werken de volgende lading laten aanrukken, is geen therapie. Mijns inziens worden de medische studieboeken betaald door de farmacie. Een gezamenlijke (landelijke) inkoop van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen zal de kosten drukken. Ook meer gebruik van generieke middelen. Multidisciplinair overleg hebben vele artsen nog niet van gehoord. Er wordt vaak aangemodderd als men niet zeker is van een diagnose, waardoor de patiënt langer in het ziekenhuis verblijft.

De ICT binnen de zorg is bar slecht. Sinds 2002 wordt er al over een EPD gesproken (zelfs de eerste letter hiervan: elektronisch, is al 30 jaar uit de tijd!), heeft honderden miljoenen gekost en werkt ook niet. Op deze manier gaat het ook nooit werken! Het landelijk schakelpunt, opgezet en in stand gehouden door een vele tientallen miljoenen subsidiekostende organisatie, werkt niet en zal ook niet gaan werken.
Als je bij een andere zorgverlener komt, een ziekenhuis, HAP of apotheek, kunnen ze alleen je naam in hun systeem terugvinden en de rest van de gegevens kun je, voor ze naar je klachten luisteren, aanvullen!

Hoewel ik de pensioengerechtigde leeftijd al ben gepasseerd, jeuken mijn handen om hier iets aan te doen. Niet om mijn zakken te vullen of volop declaraties te gaan sturen, maar om eerlijkheid, efficiëntie en transparantie in de zorg aan te brengen.
Je kunt de laagstbetaalden niet straks 40% van hun inkomen aan zorg laten betalen, dat merendeels in de verkeerde zakken terecht komt!

Ik ben er sterk van overtuigd, dat ik met een team van mensen (oudgedienden en enkele huidige zorgsysteem kenners) het zorgstelsel weer kan terugbrengen naar normale proporties. Dan wel zonder overheidsbemoeienis en zogenaamde beleidsadviseurs en -managers! Er zal heel wat (moeten) gaan veranderen! Minimaal twintig procent bezuinigen zal zeker haalbaar zijn.

Alleen dit soort inspanningen leiden dan meestal tot een rapport, waarbij slechts de conclusie globaal wordt gelezen, er verder niets mee gebeurt en men vervolgens overgaat tot de orde van de dag…

De zorg moet terug naar de dokter!

Yab Yum voor zorgmanagement

Niemand durft het hardop te zeggen, dus zal ik het dan maar doen. Ik weet dat het door sommigen niet in dank wordt afgenomen, maar hun eventuele commentaar zal ik keurig in een nieuw blog vermelden.

Kostwinner
De zorgfinanciering is geworden tot een Walhalla voor zorgondernemers, waarin de zorgverlener optreedt als kostwinner voor een heel groot gezin. Dit gezin bestaat uit administraties, projectorganisaties, externe consultancy, externe bureaus, managers, administratiekantoren en zorgverzekeraars. Deze laatsten maken ook nog eens de dienst uit hoe de kostwinnaar zijn werk moet doen en wat hij mag declareren.
Sommige bestuurders van die verzekeraars innen jaarlijks een inkomen, waarvoor een dag-en-nacht hardwerkende verpleegkundige 40 jaar moet werken! En nu wordt er gelijk gedacht: Ja maar die bestuurders dragen een grote verantwoordelijkheid! Die zorgverlener niet? Dat is vaak een kwestie van leven of dood! Er is alleen één verschil. Doet die zorgverlener zijn werk niet goed, dan komt deze voor een tuchtcommissie of zelfs de rechter. Doet de bestuurder het totaal verkeerd, dan mag deze vertrekken met een riant bedrag en wordt deze ook nog eens elders met open armen ontvangen voor een nog beter betaalde functie.

Bezuiniging
De zorgverlener en de patiënt dienen in dit circus beide één doel: de zorgverlener om zijn taken uit te voeren en dus als kostwinner inkomen voor dat grote gezin te genereren en de patiënt om de kostwinner te betalen. Men is nu zo ver gekomen dat de zorgverlener gezien wordt als een kostenpost, waarop sterk bezuinigd moet worden. De positie van de zorgverlener komt steeds meer in het geding en deze zou men het liefst willen opheffen. Het bekende verhaal van de brugwachter staat mij hierbij voor ogen.

Voor degene, die dit verhaal niet kent, lees dit:

Er werd een brug gebouwd. Eerst was de doorvaart gratis, maar er moest hiervoor betaald gaan worden. Naast de brugwachter kwam er een kassier. En omdat deze mensen ook salaris moesten krijgen werd er een boekhouder aangesteld, die op zijn beurt een typiste nodig had. Dat waren al vier mensen en die vereisten leiding. Dus benoemde men een chef. Inmiddels was er veel telefoonverkeer en post, dus werd er een receptioniste/telefoniste aangenomen. Dit team kon niet zomaar alleen aanmodderen, dus werd het managementteam aangevuld met een extra chef, die direct in verbinding stond met een hoofdambtenaar. Daarop volgde de benoeming van een directeur, die korte tijd later een directiesecretaris nodig had. Toen was alles zo ingewikkeld geworden, dat er een Raad van Bestuur in het leven werd geroepen. De Raad van Bestuur besloot dat er bezuinigd moest worden, waarop de brugwachter werd ontslagen.

Tot slot
Beleidsmakers, bestuurders en politiek denk hier eens over na en gooi het roer om. Zie alles wat met administratie te maken heeft als een verplichte kostenpost. Het gaat uiteindelijk om een patiënt die geholpen moet worden en die hiervoor een rekening moet ontvangen. En zorg daarbij dat die rekening daadwerkelijk de kosten aangeeft van hetgeen er is gebeurd. Zorg daarbij ook dat de patiënt, buiten de aanhef en het onderschrift van de rekening, ook begrijpt wat er tussen die teksten staat beschreven, helder en in begrijpelijke taal. En zorg eens dat dit circus, waarbij zeer veel figuren hun zakken vullen met hetgeen de zorgverlener aan omzet binnenhaalt, eindelijk eens ophoudt.
Ieder initiatief dat getoond wordt om bezuinigingen in te voeren of de declaratiemethodiek transparanter te maken, wordt direct met de grond gelijk gemaakt. Er zijn teveel belangen mee gemoeid.

Denk niet, dat ik tegen geld verdienen ben. Zeker niet. Maar doe dit niet in overdreven mate over de rug van onze medemens, die aangewezen is op ons zorgstelsel, dat nog steeds tot één van de beste ter wereld behoort. Anderzijds staan wij al enkele jaren in de top drie van de wereld voor wat betreft de hoogste kosten in de zorg!

Healthy Community Foundation

Veel discussies zijn er gaande over het politieke beleid en hoe dit zou moeten worden verbeterd. Diverse onderwerpen komen aan de orde, waaraan de burger zich het meest stoort. De belangrijkste hiervan zijn zorg en welzijn, direct gevolgd door wonen, persoonlijke ontwikkeling en werken.

Het kabinetsbeleid zorgde de afgelopen jaren voor veel afbraak. Hoewel de burger hiertegen protesteerde, gebeurde er weinig om dit te veranderen, ondanks alle beloften. Die beloftes komen ineens naar voren nu er verkiezingen aankomen. De visie van de heren politici schijnt plotsklaps te zijn veranderd, want veel van de punten kunnen ineens wel worden verbeterd: bakken met geld worden beschikbaar gesteld, partijen kunnen nu wel met elkaar gaan samenwerken en ‘de burger komt dit allemaal ten goede!’ Als men maar op die bepaalde partij zal stemmen!

Huidige politiek
Het is jammer, dat de politiek alleen de burger tijdens de verkiezingen ziet staan. De politici houden zich meer bezig met ‘partijpolitiek’ dan met het luisteren naar en het zorgen voor het welzijn van de burger. Veel nieuwe partijen dienen zich aan om het pluche te veroveren. De belangrijkste vraag hierbij is: Hoe komen we in de Tweede Kamer en hoe halen wij de meeste zetels binnen! Het ene partijpunt wordt nog mooier voorgesteld dan het ander, totdat de partijen (opnieuw) zijn geïnstalleerd. Dan worden de beloftes weer in de lade geschoven en gaat men over tot de orde van de dag.
Iets dat mij al jaren verbaast is, dat beleidsvisies op een negatieve manier worden uitgevoerd. Heeft de ene partij een plan, dan komt voor het zelfde onderwerp de tweede partij met een ander plan, als die partij maar niet vereenzelvigd wordt met de eerste partij, ondanks dat de plannen voor het grootste gedeelte vaak overeen komen! Ik zou zeggen: kijk waar de overeenkomsten liggen en bespreek de verschillen. Maar dat kan niet, want je partij moet zich wel weten te onderscheiden!’ Haantjesgedrag! Politiek moet je ook liggen. Vaak moet je tegen beter weten in kunnen praten! Sommige figuren maken er zelfs hun ‘beroep’ van, als ze maar in de Tweede Kamer zitten.
Echter, je hebt de politiek toch nodig om veranderingen teweeg te brengen, maar op de huidige manier, zoals hiervoor beschreven, wordt het vaak een eindeloze weg.

Een nieuw inzicht met de steun van de burger
Enkele maanden terug heb ik drie bijzondere mensen ontmoet, die, naast een brede ervaring op verschillende gebieden, ook van een korte politieke carrière hebben mogen genieten. Zij vormden dezelfde gedachten als ik: politiek is een middel, geen doel en de bevolking moet actiever kunnen deelnemen.
Na een aantal gesprekken kwamen wij vieren tot de conclusie, dat wij alles in huis hadden om daadwerkelijk veranderingen te kunnen gaan brengen in bestaande stelsels. Wij besloten om ons te gaan inzetten voor een betere politiek, waarin de burger meer zeggenschap krijgt bij politieke beslissingen. De volgende stap was voor ons om een aanspreekpunt in het leven te roepen en kregen de mogelijkheid om een niet actieve stichting nieuw leven in te blazen.
‘Healthy Community Foundation’ (HCF) is per 1 januari 2017 gestart met de verdere uitwerking van ons gedachtegoed, namelijk om in samenwerking met de burger en professionals uit het veld datgene in Den Haag aan te kaarten, dat onder de bevolking leeft. De stichting heeft geen winstoogmerk en is politiek neutraal.

De stichting hanteert vier pijlers:

  • Zorg en Zorgstelsel
  • Persoonlijke Ontwikkeling
  • Werken
  • Wonen en Woonomgeving

Aan de hand van de informatie die burgers en professionals aanleveren, zal onze ‘denktank’ analyses maken, die zullen worden verwerkt tot beleidsadviezen. Deze adviezen worden met de beleidsvoerders besproken. Om hieraan enige druk te verbinden, zullen de burgers over het verloop van de gesprekken worden geïnformeerd via de website en via diverse (social)media.
De bekendheid van HCF verloopt snel en er is veel vraag naar. De doelstelling van de stichting spreekt aan en is alsvolgt verwoord:

Doelstelling:

“Het creëren van een gezonde samenleving, waarin het welzijn van mensen – zoals een goede gezondheid, een ideale woon- en leefomgeving en goede persoonlijke ontwikkeling – centraal staat en dat voor iedere burger bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar is”.

Uitvoering
HCF is op dit moment bezig om haar beleidsplannen verder uit te werken. Het bouwen van de website heeft daarnaast hoge prioriteit. Contacten worden gelegd met politieke partijen, overkoepelende organen en overheidsinstanties.
Het eerste plan dat wordt uitgewerkt is Zorg en Welzijn, een onderwerp dat mij zeer aanspreekt. Het huidige beleid op dit gebied laat veel te wensen over en is mijns inziens totaal de verkeerde weg ingeslagen. Onze visie voor een beter, bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar zorgsysteem is opgesteld en hierover zal binnenkort worden gepubliceerd. Voor dit plan is uitgegaan van hetgeen ‘leeft’ onder de burgers, de praktijkhouders en andere zorgverleners.
Er wordt neutraal gekeken hoe de onderwerpen het beste tot hun recht kunnen komen, zonder dat wordt uitgegaan van bestaande situaties, die eventueel aangepast zouden kunnen worden. Dit zou anders een ‘pleister op pleister worden!’
Zorg kun je in feite niet loskoppelen van wonen. Kijk bijvoorbeeld naar zorg en huisvesting van ouderen. Beide onderwerpen vallen onder welzijn. Dit geldt ook voor persoonlijke ontwikkeling, een breed begrip, dat vele aspecten van iemands leven omhelzen. Deze onderwerpen worden na ‘zorg en welzijn’ uitgewerkt. Vooruitlopend op de website, is er een korte omschrijving van HCF opgesteld, die HIER is te vinden.

HCF is ook te vinden op de social media:

Verdere informatie kunt u inwinnen via Email: info@stichtingHCF.nl

Ik hoop op veel ondersteuning vanuit de bevolking. Wij doen ons uiterste best om HCF tot een groot succes te maken.
hier

Doolhof zorgdeclaratiesysteem

In het kader van de discussie over fraude in de zorg wordt men de laatste weken getorpedeerd met termen als DBC, DOT, EPD, grouper, upcoden, etc.
In de media wordt bij het declareren door ziekenhuizen vaak het woord fraude gebruikt. Dit zou ik niet direct willen beweren. De fout ligt in het systeem dat is ontwikkeld. Hierdoor wordt fraude mogelijk en eenvoudig. Daarbij faalt ook het controlemechanisme.

Zogenaamde ‘verschrijvingen’ hebben altijd al plaatsgevonden, ook in het oude declaratiesysteem. De specialist hanteert een medisch dossier (decursus) al dan niet elektronisch. Bij de declaratie (DOT) wordt ook een diagnose gebruikt. Deze wordt niet gematcht met de decursus. In het medisch dossier vind je dus twee diagnoses:

  • één voor de medisch inhoudelijke diagnose (de diagnose waarvoor de patiënt wordt behandeld);
  • een financiële diagnose (de diagnose die in combinatie met de activiteiten leidt tot een prestatiecode die wordt vergoed).

De methode

  • Dokters registreren een DBC-diagnosecode en vragen activiteiten aan en/of voeren die uit.
  • Op basis van de afsluitregels, die vastgesteld zijn door DBC-onderhoud, wordt de combinatie van de DBC-diagnose en de uitgevoerde activiteiten aangeboden als declaratiedataset aan een softwarepakket binnen een specifieke computerde, de grouper van DBC-onderhoud .
  • De grouper leidt hiervan de declaratiecodes af (nog zonder de tarieven) en stuurt deze codes terug naar het ziekenhuis, waar de patiënt is behandeld;
  • Het ziekenhuis koppelt de prijs aan de prestaties (de ziekenhuizen zijn die overeengekomen met de zorgverzekeraars) en stuurt de declaratie naar de verzekeraar van de patiënt en de gedeclareerde dataset naar het DBC Informatiesysteem (DIS). Het DIS is de informatiedatabank met DBC-gegevens en wordt beheerd door DBC-onderhoud (sinds 2015 de NZa).

DBC

Binnen de DBC-systematiek wordt de geleverde zorg aan een patiënt dus aan het einde van een afgebakende periode aan de grouper aangeboden in de vorm van een declaratieset. Deze gegevens worden in de grouper door een set beslisbomen gehaald en die leiden tot een declarabel zorgproduct. Allereerst gaat de dataset door de topboom, die bepaalt in welke zorgproductgroep de dataset verder gaat. In de zorgproductgroep wordt vervolgens het zorgproduct afgeleid.

Schuiven met DBC-diagnosecode en activiteiten
Het is een koud kunstje om het meest gunstige declarabele zorgproduct (= maximale financiële opbrengst) in de combinatie DBC-diagnosecode – activiteiten te kennen. Een beetje schuiven met diagnose- en activiteit kan soms een heel ander financieel plaatje opleveren. Ziekenhuizen en specialistenmaatschappen worden hierbij geadviseerd door tientallen adviesbureaus, van klein tot groot. Ook de ICT-leveranciers werken driftig eraan mee door het bouwen van controles die gericht zijn op een zo hoog mogelijke financiële score. In de managementterminologie noemen ze dit ‘upcoden’. Was het bij de start van de DBC systematiek nog een woord dat niemand hardop durfde uit te spreken, nu is het ingeburgerd in het taalgebruik.

De DBC en de patiënt
Met de patiënt heeft de DBC geen echte relatie. Je zou het misschien denken, omdat het woord DBC-diagnose vaak wordt gebruikt. Zo’n DBC-diagnose is per specialisme vastgesteld en wordt de patiënt voor een hoofd- en nevendiagnose door verschillende specialismen behandeld, dan zijn er even zoveel DBC diagnoses en facturen.

DOT, DBC op weg naar transparantie
De DBC-systematiek die per 1 januari 2012 is ingegaan (DOT), had mede tot doel de rol van het specialisme uit te schakelen door het samenstellen van kostenhomogene producten. Werkt dus niet als er meer specialismen bij de behandeling zijn betrokken, want dan ontstaan even zoveel, vaak gelijkwaardige, producten die per specialisme gefactureerd worden.

De rol van de zorgverzekeraar
De zorgverzekeraar maakt jaarlijks afspraken met de ziekenhuizen over aantal, prijs en kwaliteit van de prestaties. De zorgverzekeraars kennen de prijzen, die de ziekenhuizen vragen voor hun prestaties (of producten) en moeten erover onderhandelen. Marktwerking is toch niet voor niets ingevoerd? “Een zorgproduct met goede kwaliteit voor een goede prijs” zou dat moeten opleveren. Helaas is dat niet gelukt, want Nederland heeft de hoogste zorgkosten, direct na de VS, van de OESO-lidstaten (OECD Health data 2012). En het unanieme advies is om eindelijk eens werk te maken van marktwerking om de stijgende zorgkosten in de hand te houden.
Wanneer met de ziekenhuizen de contracten afgesloten zijn en die worden door de ziekenhuizen nageleefd, moeten de zorgverzekeraars de hand in eigen boezem steken en zich afvragen of ze de prijsstelling van de ziekenhuizen wel voldoende controleren en gecontroleerd hebben en de marktwerking stimuleren. De zorgverzekeraars kennen het woordje upcoden namelijk maar al te goed. Echte acties van hun kant zijn er echter niet geweest, behoudens wat controle in de marge.

Rol van de NZa
De vraag is: Wie kan de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars ertoe dwingen om de zorg digitaal op zo’n wijze te registreren en te controleren, dat er van verschrijving geen sprake meer kan zijn?
In de huidige situatie zou dat alleen de NZa kunnen zijn. Die NZa, die de ziekenhuizen en zorgverzekeraars voor foutieve nota’s terecht zou kunnen wijzen en beboeten, maar dat tot op heden (sinds 2006, het jaar dat de wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeringswet van kracht werden) heeft nagelaten. Laat staan een goede controleprocedure heeft opgesteld.
Juist die NZa zou nu een sluitende digitale registratie kunnen voorschrijven? Klinkt natuurlijk niet heel erg geloofwaardig, maar de wegen van politiek Nederland zijn ondoorgrondelijk.

EPD in de ziekenhuizen
De ziekenhuizen implementeren momenteel de Elektronische Patiëntendossiers (EPD), eenmalige vastlegging van de medische gegevens aan de bron. Dat zou mooi zijn, maar de dokters registreren parallel aan de medische gegevens, de financiële gegevens (DBC) nog steeds in het ziekenhuisinformatiesysteem. Dus helemaal geen mapping met diagnosecodes die de diagnose van de patiënt werkelijk typeren, zoals de Nederlandse diagnosethesaurus of het internationale codesysteem als Snomed CT.
Het management vindt het eigenlijk wel prima zo, want die medische diagnosecode levert geen euro op, brengt alleen maar kosten met zich mee in hun opinie. Nee, laat die dokter maar lekker doorgaan met de registratie van de DBC-diagnose, met de controles die ze daarop hebben zit dat financieel wel snor.

Decursus
Controle op foutief factureren met de gegevens uit een EPD is goed mogelijk maar de ziekenhuizen (en de zorgverzekeraars) voeren die niet uit.
In de ‘decursus’ (notities) van het patiëntendossier registreert de dokter de (medische) diagnose(n) van de patiënt en welke activiteiten hiervoor gevraagd en uitgevoerd zijn. Met de gegevens in de decursus verantwoordt de dokter de door hem verleende zorg.
De diagnose- en activiteitgegevens in de decursus moeten volledig matchen met de financiële gegevens in de DBC-systematiek. Dat doen ze dus (te vaak) niet. Niemand die het controleert en waarom ook? Niemand dwingt de ziekenhuizen ertoe.

Mogelijke Oplossing
Een systeem van medical control (de registratie van de werkelijkheid in het medisch dossier), die verplicht wordt gesteld in de ziekenhuizen. De controle erop kan door de zorgverzekeraars worden uitgevoerd. Alleen zo ontstaat:

  • inzicht in de integrale morbiditeit van de patiënt;
  • de geleverde zorg met de kwaliteit ervan;
  • een overzicht van de kosten die de zorgverzekeraar werkelijk moet vergoeden.

En ja, het is dan een heel kleine stap naar de DRG-systematiek die bijna alle Europese lidstaten, de VS, Japan en Australië al gebruiken als factuurvehikel. Internationale vergelijking is ermee verzekerd.

Nomenclatuur *)

  • DBC: diagnosebehandelcombinatie, is een code in de gezondheidszorg, die het geheel van een geleverd zorgproduct omschrijft. Is ingevoerd op 1 januari 2005.
  • Zorgactiviteiten: De DOT-Zorgactiviteiten-Tabel bevat zorgactiviteiten opgebouwd uit een unieke code en bijbehorende omschrijving, inclusief de geldigheidsperiode van deze code. De zorgactiviteiten binnen de DOT-Zorgactiviteiten-Tabel dienen als minimale basis bij de afleiding van zorgproducten.
  • Declaratieset: zie DBC-dataset.
  • Grouper: (spreek uit: groeper) een computersysteem met daarin de DBC-zorgproductstructuur. Op basis van aangeleverde gegevens kan de grouper zorgproducten afleiden.
  • Zorgproduct: een declarabele prestatie binnen de medisch specialistische zorg
  • Upcoden: De verzekeraar betaalt meer voor een bepaalde patiënt dan nodig. Dit kan enerzijds doordat het ziekenhuis een duurder DBC-zorgproduct registreert dan zij werkelijk levert en anderzijds doordat het ziekenhuis een duurdere DBC-zorgproduct levert (en declareert) dan noodzakelijk, gezien de zorgvraag van de patiënt.
  • Marktwerking: De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op de publieke belangen in de zorg: deze moet toegankelijk, kwalitatief goed, en bovendien betaalbaar zijn en blijven voor de consument. Het belangrijkste instrument hiertoe is het invoeren van marktwerking in de zorg, die zorgaanbieders en verzekeraars prikkelt om te concurreren om de gunst van de consument.
  • DOT: Projectnaam voor de vernieuwing van de DBC-systematiek die uiteindelijk per 2012 is ingevoerd. Na de invoering van het DBC-systeem in 2005 zijn knelpunten naar voren gekomen en hebben de betrokken partijen het verbeterplan “Eenvoudig beter (mei 2006)” voor het DBC-systeem opgesteld.
  • Decursus: In de decursus wordt de voortgang en behandeling van de patient beschreven. De decursus in een EPD bestaat globaal uit drie stukken: de Intake, Dagnotities en Samenvatting.
  • NZa: De Nederlandse Zorgautoriteit is marktmeester in de zorg. In haar rol als regelgever stelt de NZa tarieven, prestaties en budgetten vast waar dat moet. Waar het kan, laat ze deze regulering los en mogen verzekeraars en zorgaanbieders zelf onderhandelen over de inhoud, de prijs, de kwaliteit en doelmatigheid van de te leveren zorg.
  • Morbiditeit: Mate waarin een bepaalde ziekte voorkomt onder de bevolking. Dat wil zeggen het aantal personen van een bepaalde bevolkingsgroep dat binnen een bepaalde tijdsperiode aan een bepaalde ziekte (= morbus) lijdt. Morbiditeit dient als karakteristiek van een ziekte (hoge of lage morbiditeit).
  • DRG-systematiek: DRG is een patiëntenclassificatie systeem, dat ziekenhuis patiënten op basis van de ontslaggegevens in Diagnose Relatie Groepen indeelt, die een vergelijkbaar beslag op de ziekenhuis middelen leggen. DRG’s worden toegekend door een grouper programma, op basis van de samenvatting van de klinische opname. ICD diagnoses, operaties, leeftijd en geslacht. Van het oorspronkelijke DRG concept, ontwikkeld aan de Yale Universiteit, zijn vele verschillende varianten ontwikkeld, gebaseerd op dezelfde uitgangspunten. Er bestaat derhalve niet één DRG systeem, maar een verscheidenheid aan vergelijkbare sterk gelokaliseerde toepassingen.
  • Snomet CT: Een internationaal, medisch terminologiestelsel en bevat een grote verzameling standaardtermen met hun synoniemen. De termen worden in de directe patiëntenzorg gebruikt voor de vastlegging van klachten, symptomen, omstandigheden, ziekteprocessen, interventies, diagnosen, resultaten en besluitvorming.
  • DBC-dataset: De dataset die de gegevens bevat, waarmee een DBC/Zorgproduct getypeerd wordt. De onderdelen van de DBC-dataset zijn:
    • algemene startgegevens zoals Start datum, Zorgtraject nummer, DBC traject volgnummer;
    • medisch inhoudelijke informatie (zorgtype, zorgvraag, diagnose, nevendiagnose, behandeling);
    • algemene eindgegevens zoals Einddatum DBC traject;
    • zorgactiviteiten

*) Bron nomenclatuur: DBC-onderhoud, NZa, NICTIZ

HSP en hoogbegaafd, men struikelt over zichzelf

Uit onderzoek is gebleken, dat ongeveer 1 op de 15 mensen hooggevoelig zijn. Hoogbegaafdheid begint bij een IQ van 130, dat bij circa 2,5% van de bevolking voorkomt, een kleine 400.000 mensen. Het gemiddelde IQ in Nederland ligt op 102, wereldwijd is dit ongeveer 100. Er is ook een groep, die beide hebben: hoogbegaafd en hooggevoelig. Hier is geen percentage van bekend.

Highly sensitive person – HSP
Deze mensen nemen veel meer waar dan andere mensen. Ze worden door hun omgeving vaak ‘overprikkeld’. Het is niet mogelijk om zich af te sluiten voor deze signalen. Die overprikkeling is zeer vermoeiend en uitputtend. Dit wordt al ervaren als ze baby zijn.
HSP heeft ook zijn voordelen. Zo hebben de mensen een groot rechtvaardigheidsgevoel, ze denken vaak heel logisch, neutraal en resultaat gericht. Ze zijn goed in onderhandelingen en sociale beroepen door de andere aan te voelen en kunnen goed en kwaad beter onderscheiden.
Vaak hebben deze mensen een ander aspect waar ze gevoelig voor zijn, dat zich uit in allergie en voedingsproblemen. Ook sfeerveranderingen spelen een zeer grote rol. Bij het luisteren naar muziek kan door één muziekmaat hun opgewektheid veranderen in somberheid. Ditzelfde geldt ook bij het weer. Bij een zonnige dag kunnen ze veel aan, terwijl bij somber weer hun stemming zeer bedrukt kan zijn.

Hoogbegaafd
Hoogbegaafdheid wil niet zeggen dat deze mensen het hoogste niveau qua onderwijs afronden. Uit onderzoek is gebleken, dat bij 80% van de hoogbegaafden dit niet gebeurt. Vaak is dit te herleiden naar het verleden, het basis- en middelbaar onderwijs. Worden ‘normale’ en minder begaafde kinderen goed begeleid; bij hoogbegaafde kinderen schiet deze begeleiding sterk tekort. De kinderen gaan zich hierdoor erg vervelen, waardoor ze slecht gaan presteren.
Een aantal van deze kinderen hebben bij de hoogbegaafdheid een zeer sterk, vaak fotografisch, geheugen.

HBG (hoogbegaafd en hooggevoelig)
HBG is (nog) geen officiële term. Deze term heb ik voor de eenvoud gekozen. Mensen, die hoogbegaafd én hooggevoelig zijn, hebben tijdens waarnemingen vaak te gecompliceerde gedachten, doordat ze teveel prikkels ontvangen. Hun gedachten, die enerzijds alle prikkels moeten verwerken en anderzijds aan die prikkels een bron van ontwikkeling en ervaring koppelen.
Totdat de persoon tijdens de ontwikkeling een woordenschat voor innerlijke ervaringen heeft opgedaan, worden hun kwaliteiten vaak gekwalificeerd als “net zoals gewone mensen”. Het is verrassend dat de begaafde persoon zich realiseert dat andermans gedachten niet altijd op meerdere manieren tegelijkertijd reageert.
Kinderen met HBG hebben vaak een starende blik, waarbij van alles door hun gedachten gaan. Veel mensen ervaren dit alsof ze ‘door je heenkijken’. Het gevoel van rechtvaardigheid met daarnaast de logische denkwijze kunnen de persoon vaak voor zichzelf in problemen brengen. Bij discussies over bepaalde onderwerpen flitsen de gedachten met dezelfde strekking uit het verleden door het hoofd, waarbij ze gelijk allerlei argumenten beginnen aan te dragen.
HBG’ers zijn vaak chaotisch tijdens communicatie. Zij springen van de hak op de tak. Tijdens een gesprek behoeven ze maar een korte prikkel ergens over te krijgen, een geluid, een geur, een uitspraak en ze veranderen gelijk van onderwerp, gebaseerd op die prikkel.

Persoonlijk
Bovenstaande is deels gebaseerd op eigen ervaring. Tot tien jaar terug heb ik dit nooit geweten. In mijn schooltijd tot en met mijn studies kwam ik in mijn hoofd met logische beredeneringen, maar durfde nooit onderwerpen te beargumenteren of vragen te stellen. Tijdens vergaderingen voelde ik ieders emotie en dacht altijd dat iedereen dit had.
Zelf word ik dagelijks geconfronteerd met feiten, die in mijn hoofd botsen door tegenstrijdige aspecten. Omdat ik mij de afgelopen 37 jaar volledig op de zorg heb gestort, is de verbetering van het stelsel voor mij een levensdoel geworden. In die 37 jaar heb ik ervaring opgedaan, zowel op de werkvloer als een directieplaats binnen een academisch ziekenhuis. Ik heb een systeem opgezet, waar 44 ziekenhuizen al hun basisgegevens uit putten, een organisatie binnen een organisatie. En dat met slechts 5 mensen en er nog geen laptops en tablets bestonden. Op basis van de aangedragen informatie konden wij voor 6 miljard gulden aan declaraties verantwoorden.
Veel nieuwe initiatieven roepen bij mij dan ook vraagtekens op, omdat ik weet dat het in het verleden vaak tot niets heeft geleid. Ik weet tot op de bodem hoe het stelsel in elkaar steekt en dat heel veel aspecten binnen het beleid anders kunnen en moeten.
Velen vragen mij waarom ik, na mijn pensionering, mij ruim 50 uur per week zo inzet om het zorgstelsel te verbeteren, terwijl het mij niets oplevert en alleen maar geld kost. Hierbij komt het HSP aspect om de hoek kijken. Ik weet hoe het is om met het minimum rond te moeten komen, omdat ik ook tweemaal mijn baan ben verloren en geen enkele uitkering kreeg. Een andere reden is, dat ik heel veel moeite heb, dat door deze beleidsvoering, een bijstandsmoeder straks 40% van haar inkomen aan de zorg kan betalen en dat dit geld merendeel in de verkeerde zakken terechtkomt. Daarnaast heb ik zeer grote moeite met het GGZ- en ouderenbeleid.
Bij de jeugd wordt er te gemakkelijk stickers geplakt en medicijnen voorgeschreven en komt men vaak te laat in actie. Volgens de beleidsvoerders leveren de ouderen niets op voor de maatschappij en worden gezien als een kostenpost met het motto: Zing het maar uit tot de dood!
Er zijn ook teveel organisaties en personen die aan het infuus van het zorggeld hangen, die nog geen pleister van een injectienaald kunnen onderscheiden. Dit wordt teveel in stand gehouden.
Ik ervaar het als lastig dat het geheugen alle informatie direct voorhanden heeft, een soort RAM-geheugen, en je niet eerst diep behoeft na te denken over: hoe zat dat ook al weer.

Tot slot
Zoals bij velen met HBG conflicteren tegenstrijdige aspecten, vooral waar logische verbanden ontbreken. Mede oorzaak hiervan is, dat er niet meer neutraal naar een probleem wordt gekeken, maar er altijd een compromis moet worden gezocht om alle partijen tevreden te houden. Het wordt tijd dat hierin eens verandering komt en er op een juiste en eerlijke manier beleid wordt gevoerd. Niet alleen voor de mensen die hoogbegaafd zijn, HSP of HBG hebben, maar voor alle burgers.
Daarnaast wordt het hoogtijd, dat er eindelijk iets gedaan gaat worden aan de begeleiding in het onderwijs van hoogbegaafde kinderen. Investeer in deze kinderen, begeleidt ze. Ze kunnen veel voor de maatschappij gaan betekenen!

De zorg wordt te duur betaald

De zorgverzekering wordt maar weer eens een stuk duurder. Minimaal 30 euro gaat u per jaar meer betalen voor de basisverzekering in 2018. De reden die de zorgverzekeraars daarvoor geven klinkt bizar: “we hebben een onverwachte tegenvaller van 400 miljoen euro in 2016”.

Om die financiële tegenvaller te kunnen plaatsen, eerst een korte les over de inkomsten van de zorgverzekeraar.
De zorgverzekeraar haalt zijn inkomsten uit de premies van zijn verzekerden, uit het zorgverzekeringsfonds dat is opgebouwd uit de werkgeversbijdragen en de subsidies van de overheid en het rendement uit hun beleggingen.
Na een herberekening krijgen de zorgverzekeraars over 2016 minder inkomsten uit het zorgverzekeringsfonds. Dat is die 400 miljoen die ze verwacht hadden te zullen krijgen als compensatie voor risicogroepen, bijvoorbeeld voor opnamen van chronisch zieken in het ziekenhuis.
Het aantal declaraties voor de risicogroepen was in 2016 minder dan verwacht en er is dus sprake van een overcompensatie. Dat geld moet terug naar de overheid.
Hadden de zorgverzekeraars dat niet kunnen voorzien? Als ze een deugdelijke medische registratie voeren, hebben ze dat zeker gezien. Er is dan geen sprake van een onverwacht ‘financieel gat’, maar gewoonweg sprake van wanbeheer.

In de eerste zin kon u het al lezen, de premie gaat minimaal 30 euro omhoog. Want ook de toename van de zorguitgaven willen de zorgverzekeraars gecompenseerd zien. Het CBS zet ieder jaar de zorguitgaven op een rijtje en dat overzicht vertelt ons het volgende.
“In 2016 is ruim 96 miljard euro uitgegeven aan zorg. Dat is 1,7 miljard euro (1,8 procent) meer dan in 2015. Het grootste deel, bijna 60 miljard euro, is gefinancierd via de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Het was het vierde jaar op rij dat de zorgkosten minder toenamen dan het bruto binnenlands product (BBP).”
Grote veranderingen in de uitgaven aan de aanbieders van zorg zijn er in 2016 niet geweest. Aan ziekenhuizen (inclusief medisch specialisten) is 27 miljard euro uitgegeven, 0,6 miljard (2,5 procent) meer dan in 2015. De uitgaven aan geneesmiddelen via openbare apotheken, drogisten en supermarkten waren 5,6 miljard euro, ruim 3 procent meer dan in 2015. De uitgaven aan langdurige zorg (ouderenzorg en gehandicaptenzorg) zijn licht gestegen, na een daling in 2015. Vooral de betalingen via het persoonsgebonden budget van de Wet langdurige zorg namen fors toe, met 11,5 procent. (CBS op basis van de nieuwste, voorlopige, cijfers over de zorguitgaven over 2016).”

Het nieuwe zorgverzekeringsstelsel is ruim tien jaar geleden ingevoerd met het doel de zorgkosten door marktwerking te beheersen. Beheersen is een containerbegrip: een continue stijging die minder is dan verwacht, is ook beheersen. En die stijging is inderdaad afgevlakt. Maar om dat aan de marktwerking toe te schrijven gaat toch echt een stap te ver.
Wat we als premiebetaler van de zorgverzekeraar mogen verwachten is dat er een einde komt aan de stijging van de zorguitgaven als die een negatief effect, een stijging van de premie hebben. De prijs van de zorg, in verzekeringstermen ‘het product’, is te hoog. Immers productie maal prijs is jaarlijkse premiestijging. Zorgingewijden kunnen u een reeks mogelijke besparingen uiteenzetten. Ik ga er niet te diep op in, maar denk eens aan overmanagement, overburaucratisering, overregistratie.

Een andere bron van inkomsten, is het rendement uit de beleggingen. En daarmee wordt veel gezegd over ons huidig zorgverzekeringsstelsel. U en ik hebben een verplichte schadelastverzekering opgedrongen gekregen. Dat onze zorgverzekering een schadelastverzekering is, wordt onderschreven door de EU. Zo heffen veel landen waar Nederlanders met een verplichte Nederlandse zorgverzekering wonen, een extra belasting, omdat de zorg via een commerciële verzekering wordt gedekt.
De zorgverzekering valt dus onder de regelgeving die voor alle commerciële verzekeringen geldt. Een belangrijk item is de hoogte van het eigen vermogen. Weet u hoeveel procent van uw zorgpremie “op de plank” bij uw verzekeraar ligt? Nee dus, niemand die u dat vertelt. En kent u het rendement van de spaarcentjes bij uw zorgverzekeraar? Nee, ook al onbekend.

Ik ga niet zeggen dat er financieel wanbeheer is, maar een financieel slecht uitgevallen belegging betalen we dubbel en dwars terug in onze premie.

Hoe durft men?

Vele bestuurders en leidinggevenden, die werken in een organisaties, die voor een groot deel door de belastingbetalers op de been worden gehouden, misbruiken hun macht om hun zakken te vullen met topsalarissen, bonussen en ontslagpremies. Te denken valt hierbij aan banken, zorgverzekeraars, zorginstellingen, overheidsinstellingen (zowel nationaal als internationaal).

Balkenendenorm
Deze acties vallen mijns inziens onder machtsmisbruik, corruptie en pure diefstal. Als er dan gevraagd wordt om het jaarsalaris van ziekenhuisbestuurders te reduceren tot een ministersalaris van 15.000 euro per maand, wordt er felle tegenstand geboden, want voor dat geld krijg je geen goede bestuurders! Of men die nu wel heeft!

Ziekenhuizen
Als men bekijkt wat er nu binnen de ziekenhuiswereld gebeurt: een groot deel van de ziekenhuizen staan op omvallen. Ze gaan failliet, worden gesloten, moeten fuseren of worden overgenomen door een commercieel bedrijf, die wel kans ziet om winst te gaan draaien. Hoe durft men deze woorden in de mond te nemen!

Banken
Banken, hetzelfde verhaal. Zalm, die zijn salaris wilde verhogen met 20%, omdat hij daar recht op heeft! Dit terwijl de overheid met het geld van de belastingbetaler de bank heeft moeten overnemen om deze van de ondergang te redden. Duizenden werknemers zijn door de bank ontslagen.
De voorzitter van de ING-bank vindt dat hij achteruit gaat met zijn honorarium en wil er meer bij. Je praat hier over een bank, die duizenden mensen moest ontslaan en waar de overheid heeft moeten ingrijpen met miljarden euro’s aan belastinggeld! En de man vindt zijn jaarsalaris van 1,6 miljoen euro, ofwel ruim 130.000 euro per maand te weinig! Deze figuren worden door hun netwerk in het zadel geholpen en presteren vaak vele malen minder, dan mensen, die nu de toegang worden ontzegd. Blijken ze niet te voldoen, dan gaan ze met een flinke bonus naar een andere topfunctie!

Zorgverzekeraars
Zorgverzekeraars halen een groot deel van hun omzet uit de (verplichte) basispremie. Zij maken uit wat de verzekerde wel of niet vergoed krijgt en welke ziekenhuizen wel of niet mogen worden bezocht. Als je contracten sluit met ziekenhuizen en jij bepaalt wat die ziekenhuizen mogen rekenen en je bepaalt dan ook nog eens naar welk ziekenhuis een verzekerde mag gaan, dan geldt alleen de marktwerking voor de winst van jouw organisatie, de zorgverzekeraar.
Ook binnen deze door de overheid gesponsorde sector worden honoraria genoten tussen de vier en acht ton per jaar! Komt de verzekeraar niet met de premie uit, dan wordt de premie het jaar daarop gewoon verhoogd. De overheid werkt hier trouw aan mee en zal dit niet veranderen!
Waarom zou een minister dit ook doen. Na een ministersperiode moet men tenslotte toch kunnen doorstromen naar een nieuwe topfunctie, die goed wordt betaald en dat zou een zorgverzekeraar kunnen zijn. Het beste is dan ook om de zorgverzekeraars te vriend te houden! Als je beleid hierop wordt afgestemd, valt dit dan wel of niet onder corruptie…

Vriendjespolitiek
Een VVD-senator, die bij een van zijn toezichthoudende functie volledig heeft gefaald, moest naast het neerleggen van zijn functie ook de Eerste Kamer verlaten. De ‘gewone’ man kan dan naar het UWV, krijgt mogelijke een rechtszaak aan zijn broek en kan, in het uiterste geval, zijn huis verkopen. Nee, de ex-senator kreeg een nieuwe functie toebedeeld: een tijdelijk burgemeesterschap! Terwijl een ‘gewone’ baan voor een welwillende werkeloze onbereikbaar blijft!

Werkelijkheid
Men is de relatie met de werkelijkheid volledig kwijt! In mijn beleving is dit puur crimineel gedrag. Ik vraag me ook sterk af wat erger is: iemand die een diefstal pleegt om te kunnen overleven of dit soort figuren, die op illegale wijze hun zakken vullen met geld van de burgers.

Bestuurders van grote organisaties, gesponsord door de overheid met belastinggeld van de burger, die een matig tot slecht beleid voeren en vinden dat ze recht hebben op topsalarissen zijn het gevoel met de werkelijkheid volledig verloren. Schaamteloos!

Hospitality met Zorg

Afgelopen woensdag ben ik op bezoek geweest bij Suzanne van Pelt, directeur Van der Valk Vitaal in Tiel. Het bedrijf biedt een scala aan voorzieningen voor patiënten die revalideren of  na een ziekenhuisopname moeten herstellen en/of zorg nodig hebben. Ook biedt het bedrijf preventie en vitaliteitdiensten.

Externen kunnen eveneens gebruikmaken van de faciliteiten. Bijvoorbeeld familiebezoek dat tijdens de nacht zorg nodig heeft, kan er ’s nachts verblijven. Dit alles ondersteund door medisch en paramedisch personeel.  Zo is er een dermatoloog, cardioloog, huisarts, revalidatiearts, fysiotherapeut, mondhygiënist en verpleegkundige aan verbonden.  Gasten kunnen gebruikmaken van de aanwezige wellness voorzieningen: een yogacentrum, een  fitnesscentrum, een sauna en een zwembad. Van der Valk gebruikt voor dit concept de term: ‘Hotel met Zorg’.

Mijn interesse gaat uit naar het concept, omdat ik geloof dat dit de zorg van de toekomst is. Dit staat ook beschreven in mijn ‘Manifest voor de Zorg’. Patiënten die in alle vertrouwelijkheid, rust en comfort kunnen herstellen met de partner in de directe nabijheid. Ik neem een duidelijk verschil waar in hospitality en klantvriendelijkheid. Dit laatste is bij ieder ziekenhuis aanwezig, maar hospitality is een bedrijfscultuur, die bij een ziekenhuis ontbreekt en niet is te realiseren.
Een ziekenhuis verkoopt een zorgproduct. Dat is altijd onderhevig aan tijd en geld. En lest but not least is het ziekenhuis opgedeeld naar producent en de specialist. In het ziekenhuis verwordt de patiënt tot klacht of diagnose. De patiënt wordt niet meer als geheel gezien. Hij is ‘de gebroken heup’ of de ‘zieke lever’.

Onderzoek heeft aangetoond dat de opgenomen patiënt het immens belangrijk vindt dat het ‘belletje’, het noodsignaal voor de verpleegkundige, altijd onder handbereik is. Duidelijker kan onzekerheid en angst bij de patiënt niet worden aangetoond. Dat is te vertalen als een kreet om veiligheid en geborgenheid. Een kille ziekenhuiskamer, tijdgebonden professionals, en gemis aan bekenden zijn niet de oplossing.
Het moment komt dat de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Onder druk van prestatie-indicatoren en de zorgverzekeraars houdt het ziekenhuis de verpleegduur zo kort mogelijk. De tijd die het herstel gaat duren is afhankelijk van de diagnose en behandeling. Dan is het Hotel met Zorg een uitkomst voor het eerste of het volledig herstel met professionele hulp. De patiënt is niet langer de gebroken heup, maar meneer Janssen.
Niet vreemd: gastvriendelijkheid is in de bedrijfscultuur geworteld. De klant centraal is geen loze kreet maar realiteit. Dat noem ik hospitality met zorg.

Een ontwikkeling waar ik nog een toekomst zie voor het Hotel met Zorg is het buiten het ziekenhuis brengen van de chemo- en immuuntherapie. Patiënten kunnen zich tijdens deze behandeling ziek, onveilig en bang voelen. Het Hotel met Zorg kan dan de klantvriendelijke behandelplek worden voor de patiënt met de hem vertrouwde professionals.

Ik wil drie belangrijke argumenten noemen voor een Hotel met Zorg:

  1. Een omgeving die het gevoel van onzekerheid en de angst die samenhangt met het ziekteproces vermindert door zorg door vertrouwde professionals.
  2. Het moeilijk zo niet onmogelijk is continuïteit van professionele zorg in de thuissituatie te bieden.
  3. Het is moeilijk om 24 uur per dag, 7 dagen per week mantelzorg te leveren.

Bovenstaand artikel komt bij u misschien over als een commercieel geïnspireerd verhaal. Dat is niet mijn insteek, verre van dat. Het is ook niet alleen het verschil tussen klantvriendelijkheid en hospitality. Een ziekenhuis kent klantvriendelijkheid en dat is ingegeven door de organisatie, de processen, de financiële mogelijkheden. Een Hotel met Zorg heeft hospitality in zijn vaandel staan. Ook ingegeven door de organisatie, de processen en de financiële mogelijkheden.
Het is het naadloos aansluiten van de ziekenhuiszorg, de acute zorg, met de ‘herstelzorg’. Daarbij zijn de verblijfskosten in een zorghotel meer dan de helft minder dan in een ziekenhuis.

Doe er uw voordeel mee!