Ziekenhuizen en ’t grote geld

In de marketing gaat het in de kern om het geld. Geld dat zorgt voor continuïteit van het bedrijf en werkzekerheid biedt aan de medewerkers. Geld dat verdiend moet worden met de producten of diensten die het bedrijf aanbiedt. Geld dat verdiend wordt met het beantwoorden van de vraag van de consument. Het betekent een commerciële wijze van denken en doen, die door de bloedbanen van de organisatie stroomt.

Een terugtredende overheid en veeleisende banken
Tot voor kort was commercieel denken nog ver van mijn bed in de ziekenhuizen. Maar dat is snel veranderd. Een terugtredende overheid betekent dat ziekenhuizen, zorgverzekeraars, patiënten en banken zelf hun spel moeten spelen. Niemand kon een paar jaar geleden bedenken dat de eurocrisis zo hard zou toeslaan en dat de spelregels alleen maar zouden verharden. Maar het spel moet worden gespeeld en dat vraagt heel veel van de ziekenhuizen.
Ziekenhuisbestuurders die er gewoonweg niet klaar voor zijn en hun vlucht hebben genomen tot de meest excessieve organisatiestructuren, die ze ook nog eens volgestouwd hebben met managers van diverse pluimage. Want wat goed is voor het bedrijfsleven is toch ook goed voor de ziekenhuizen?
Nou, dat valt nog wel eens te bezien. Zo vragen de banken een vette winst die de ziekenhuizen moeten scoren en die gestort wordt op een nog vettere vermogensrekening, voordat ze ook maar een euro lenen voor de nieuw- of verbouw of de investering in de ICT. Dát hebben al die managers wel gemeenschappelijk op hun netvlies: steeds luxere gebouwen om patiënten te lokken en megalomane ICT projecten, die gebaseerd zijn op wankele business plannen. Manager en functionaliteit is immers een contradictio in terminis.

Kwalitatieve zorg wordt ingeruild voor het grote geld
De prioriteit van de ziekenhuizen is dan ook niet langer de patiëntenzorg, maar de winst op korte termijn. Niet de patiënt centraal en kwalitatieve zorg tegen een goede prijs, maar zoveel mogelijk producten aan de patiënt slijten voor zoveel mogelijk geld. Alles wat geld oplevert is goed. Het lijkt erop dat de managers alleen maar bezig zijn met het uitdenken van nieuwe producten, het creëren van een nieuwe vraag daarvoor en tegelijkertijd continu bezuinigen.
De vederlichte ziekenhuismanagers laten zich hierbij helpen door consultants die in groten getale in de ziekenhuizen zijn neergestreken. Ook hun creativiteit reikt niet ver, zeker niet omdat er op korte termijn resultaat móet zijn. Daar de managers en de consultants werken vanuit een korte termijn visie, scoren ze snel het zo gewilde resultaat door mensen te ontslaan en gebruiken ze daarvoor dezelfde trucs: continu aanpassen van functiebeschrijvingen, competentie-aanpassingen, assessments en leeftijdsdiscriminatie. Dat is zonder meer onethisch en bovendien ook nog eens niet efficiënt.

Pas op! Dat wil niet zeggen dat er geen goede arbeidsorganisatie moet zijn. Maar dat is een doel voor middellange termijn, waarvoor een goed bestuur helemaal geen consultants nodig heeft, omdat zij het zelf met hun eigen mensen, hun échte zorgkapitaal, kunnen klaren. Zo’n echt hechte organisatie van mensen zal zich ook niet gek laten maken door marktwerking, omdat ze het verschil kent tussen waarde en euro en heel goed weet wat de patiënt van hen verwacht. Helaas zijn deze ziekenhuizen dik in de minderheid. De meerderheid speelt hoog spel voor het grote geld. Wie herinnert zich immers niet de geschiedenis van France Telecom?

Zorgverzekeraars betrouwbaar?

De media staan bol met de proefballonnen die de zorgverzekeraars oplaten. Om er twee te noemen: de geplande afschaffing van de restitutiepolis en duizenden onnodig uitgevoerde operaties. Het afschaffen van de restitutiepolis koppelt de patiënt aan het ziekenhuis waar zijn zorgverzekeraar een contract mee afsluit.

De restitutiepolis
Onder het mom van de kosten in de hand houden is je vrije artsenkeuze weg. Zo ben je straks uren onderweg om het ziekenhuis van de zorgverzekeraar te bereiken. Dat wordt dus een dagje vrij nemen voor het consult waar de arts vijf minuten aan mag besteden. Want je werkgever staat niet te trappelen om je door te betalen terwijl je niets voor hem produceert. Trouwens als hij je wel door zou betalen zou de winst die de zorgverzekeraar behaalt op macro-economisch niveau wel eens verlies kunnen betekenen.

De onnodige operaties
Dat was schrikken. Ben ik nu terecht of onterecht geopereerd? De zorgverzekeraar kan het niet vertellen, want die heeft natuurlijk geen inzage in mijn medisch dossier. En in dat medisch dossier, dat voor iedere buitenstaander gesloten blijft door het beroepsgeheim van mijn arts, staat waarom ik zo nodig geopereerd moest worden. Hoe komt de zorgverzekeraar dan aan die gegevens? Weten ze iets wat ik niet weet en hebben ze stiekem toch wat informatie over mij in hun databases gestopt?

Nee, zeggen ze, we doen dat op basis van vergelijkingen. Vergelijkingen? Waar vergelijken ze me mee? Natuurlijk kunnen ze mijn gegeven tegen gestandaardiseerde gegevens houden, maar welke gegevens hebben ze dan wel gebruikt? Hoe meer ik erover nadenk, hoe kriegeliger ik ervan word.
De volgende keer laat ik me maar in België opereren. Daar hebben de zorgverzekeraars helemaal geen probleem mee. En als ze dat wel hebben, moeten ze met een heel goede verklaring komen waarom ze zoveel miljoenen euro’s klakkeloos betalen om die 150.000 opnamen in de Belgische ziekenhuizen te betalen. Ben je tenminste niet onnodig geopereerd.

Wat wil de zorgverzekeraar werkelijk?
Proefballonnetjes hebben in de politiek, en daartoe rekenen we ook de zorgverzekeraars als verlengstuk van VWS, een doel. Wat zou het doel zijn? Niet moeilijk als je de discussie volgt over het uit de hand lopen van de kosten van de zorg. De overheid heeft er totaal geen controle meer over en iedere afspraak die ze met de zorg maken over de kostenontwikkeling wordt met voeten getreden. Het stereotype antwoord is: we kunnen niet anders, er is een groeiende vraag die we moeten beantwoorden.
Dat is maar een deel van het verhaal. De OESO heeft immers becijferd dat Nederland het op één na duurste land voor zorg ter wereld is. Alleen de VS moeten we nog voor ons laten. Kenners van de ziekenhuiszorg weten je te vertellen dat het DBC/DOT factureringsysteem daar de reden van is en dat door het ontbreken van een goede medische registratie ieder inzicht in de feitelijk behandelde morbiditeit en dus de sturing, ontbreekt. Patiënten klagen dan ook niet voor niets over nota’s met onbegrijpelijke omschrijvingen.

Het doel van de ballonnetjes is dat de zorgverzekeraars grip krijgen op de ziekenhuizen. Het bestuur van het ziekenhuis buitenspel, de medisch specialisten onder curatele en de zorgverzekeraars aan het roer. Zij gaan de inhoud van de zorg en de prijzen bepalen die ze ervoor betalen. En dat er minder ziekenhuizen overblijven is colleteral damage.

Heeft u nog vertrouwen in uw zorgverzekeraar?

Zorgregistratie nog niet voor morgen!

In het NTvG van 16 mei jl. las ik het volgende artikel: ‘Niet blindvaren op registratiegegevens’. Zelfs met een bril van maximale sterkte zou ik de huidige zorgregistratie nog terzijde leggen. De zorgregistratie, of met de modernistische term “medical intelligence’ is in de meeste ziekenhuizen immatuur.

Wil de eenmalige zorgregistratie werkelijk van de grond komen en de verwachtingen van hergebruik voor diverse doeleinden waar maken, zullen er nog bergen verzet moeten worden.
Zo maar drie knelpunten uit een analyse over de eenmalige zorgregistratie die kort geleden is gehouden:

  • de automatisering schiet te kort (het EPD),
  • de referentietabellen van Dutch Hospital Data, waarmee we diagnosen en binnenkort verrichtingen vastleggen, zijn verre van volledig; eigenlijk niet geschikt voor een eenmalige vastlegging van de zorggegevens
  • het ontbreekt aan afspraken over de verantwoordelijkheid van de kwaliteit van de registratie.

Talloze medewerkers van arts tot poli-assistente zijn bij de zorgregistratie betrokken, maar de verantwoordelijkheid voor het eindproduct is niemand bekend.

Die automatisering is een heikel onderwerp. De ziekenhuizen tezamen hebben de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in de aanschaf van EPD’s en de ombouw daarvan naar de DBC-systematiek. Nu zullen weer honderden miljoenen geïnvesteerd moeten worden om de eenheid van zorgregistratie – we hebben het over uniformiteit – te realiseren.
Nu blijkt de ziekenhuisautomatisering één grote verbrandingsoven van euro’s te zijn. Misschien wordt het eens tijd om vanuit één centraal punt de organisatie en het afstemming van het primaire proces, het documentatieproces en registratieproces aan te sturen.
Laten we als voorbeeld het ‘automatisch autorijden’. De ontwikkeling in de automotive industry gaat als een speer, de betrokken overheden nemen de uitdaging op, ondersteunen de ontwikkeling en scheppen het kader voor de praktijk.

Schandelijk voor de rijke westerse landen dat ze de zorg en daarmee hun inwoners overlaten aan goedwillende amateurs, die gezien de historie, er weinig van bakken.

Doolhof zorgdeclaratiesysteem

In het kader van de discussie over fraude in de zorg wordt men de laatste weken getorpedeerd met termen als DBC, DOT, EPD, grouper, upcoden, etc.
In de media wordt bij het declareren door ziekenhuizen vaak het woord fraude gebruikt. Dit zou ik niet direct willen beweren. De fout ligt in het systeem dat is ontwikkeld. Hierdoor wordt fraude mogelijk en eenvoudig. Daarbij faalt ook het controlemechanisme.

Zogenaamde ‘verschrijvingen’ hebben altijd al plaatsgevonden, ook in het oude declaratiesysteem. De specialist hanteert een medisch dossier (decursus) al dan niet elektronisch. Bij de declaratie (DOT) wordt ook een diagnose gebruikt. Deze wordt niet gematcht met de decursus. In het medisch dossier vind je dus twee diagnoses:

  • één voor de medisch inhoudelijke diagnose (de diagnose waarvoor de patiënt wordt behandeld);
  • een financiële diagnose (de diagnose die in combinatie met de activiteiten leidt tot een prestatiecode die wordt vergoed).

De methode

  • Dokters registreren een DBC-diagnosecode en vragen activiteiten aan en/of voeren die uit.
  • Op basis van de afsluitregels, die vastgesteld zijn door DBC-onderhoud, wordt de combinatie van de DBC-diagnose en de uitgevoerde activiteiten aangeboden als declaratiedataset aan een softwarepakket binnen een specifieke computerde, de grouper van DBC-onderhoud .
  • De grouper leidt hiervan de declaratiecodes af (nog zonder de tarieven) en stuurt deze codes terug naar het ziekenhuis, waar de patiënt is behandeld;
  • Het ziekenhuis koppelt de prijs aan de prestaties (de ziekenhuizen zijn die overeengekomen met de zorgverzekeraars) en stuurt de declaratie naar de verzekeraar van de patiënt en de gedeclareerde dataset naar het DBC Informatiesysteem (DIS). Het DIS is de informatiedatabank met DBC-gegevens en wordt beheerd door DBC-onderhoud (sinds 2015 de NZa).

DBC

Binnen de DBC-systematiek wordt de geleverde zorg aan een patiënt dus aan het einde van een afgebakende periode aan de grouper aangeboden in de vorm van een declaratieset. Deze gegevens worden in de grouper door een set beslisbomen gehaald en die leiden tot een declarabel zorgproduct. Allereerst gaat de dataset door de topboom, die bepaalt in welke zorgproductgroep de dataset verder gaat. In de zorgproductgroep wordt vervolgens het zorgproduct afgeleid.

Schuiven met DBC-diagnosecode en activiteiten
Het is een koud kunstje om het meest gunstige declarabele zorgproduct (= maximale financiële opbrengst) in de combinatie DBC-diagnosecode – activiteiten te kennen. Een beetje schuiven met diagnose- en activiteit kan soms een heel ander financieel plaatje opleveren. Ziekenhuizen en specialistenmaatschappen worden hierbij geadviseerd door tientallen adviesbureaus, van klein tot groot. Ook de ICT-leveranciers werken driftig eraan mee door het bouwen van controles die gericht zijn op een zo hoog mogelijke financiële score. In de managementterminologie noemen ze dit ‘upcoden’. Was het bij de start van de DBC systematiek nog een woord dat niemand hardop durfde uit te spreken, nu is het ingeburgerd in het taalgebruik.

De DBC en de patiënt
Met de patiënt heeft de DBC geen echte relatie. Je zou het misschien denken, omdat het woord DBC-diagnose vaak wordt gebruikt. Zo’n DBC-diagnose is per specialisme vastgesteld en wordt de patiënt voor een hoofd- en nevendiagnose door verschillende specialismen behandeld, dan zijn er even zoveel DBC diagnoses en facturen.

DOT, DBC op weg naar transparantie
De DBC-systematiek die per 1 januari 2012 is ingegaan (DOT), had mede tot doel de rol van het specialisme uit te schakelen door het samenstellen van kostenhomogene producten. Werkt dus niet als er meer specialismen bij de behandeling zijn betrokken, want dan ontstaan even zoveel, vaak gelijkwaardige, producten die per specialisme gefactureerd worden.

De rol van de zorgverzekeraar
De zorgverzekeraar maakt jaarlijks afspraken met de ziekenhuizen over aantal, prijs en kwaliteit van de prestaties. De zorgverzekeraars kennen de prijzen, die de ziekenhuizen vragen voor hun prestaties (of producten) en moeten erover onderhandelen. Marktwerking is toch niet voor niets ingevoerd? “Een zorgproduct met goede kwaliteit voor een goede prijs” zou dat moeten opleveren. Helaas is dat niet gelukt, want Nederland heeft de hoogste zorgkosten, direct na de VS, van de OESO-lidstaten (OECD Health data 2012). En het unanieme advies is om eindelijk eens werk te maken van marktwerking om de stijgende zorgkosten in de hand te houden.
Wanneer met de ziekenhuizen de contracten afgesloten zijn en die worden door de ziekenhuizen nageleefd, moeten de zorgverzekeraars de hand in eigen boezem steken en zich afvragen of ze de prijsstelling van de ziekenhuizen wel voldoende controleren en gecontroleerd hebben en de marktwerking stimuleren. De zorgverzekeraars kennen het woordje upcoden namelijk maar al te goed. Echte acties van hun kant zijn er echter niet geweest, behoudens wat controle in de marge.

Rol van de NZa
De vraag is: Wie kan de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars ertoe dwingen om de zorg digitaal op zo’n wijze te registreren en te controleren, dat er van verschrijving geen sprake meer kan zijn?
In de huidige situatie zou dat alleen de NZa kunnen zijn. Die NZa, die de ziekenhuizen en zorgverzekeraars voor foutieve nota’s terecht zou kunnen wijzen en beboeten, maar dat tot op heden (sinds 2006, het jaar dat de wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeringswet van kracht werden) heeft nagelaten. Laat staan een goede controleprocedure heeft opgesteld.
Juist die NZa zou nu een sluitende digitale registratie kunnen voorschrijven? Klinkt natuurlijk niet heel erg geloofwaardig, maar de wegen van politiek Nederland zijn ondoorgrondelijk.

EPD in de ziekenhuizen
De ziekenhuizen implementeren momenteel de Elektronische Patiëntendossiers (EPD), eenmalige vastlegging van de medische gegevens aan de bron. Dat zou mooi zijn, maar de dokters registreren parallel aan de medische gegevens, de financiële gegevens (DBC) nog steeds in het ziekenhuisinformatiesysteem. Dus helemaal geen mapping met diagnosecodes die de diagnose van de patiënt werkelijk typeren, zoals de Nederlandse diagnosethesaurus of het internationale codesysteem als Snomed CT.
Het management vindt het eigenlijk wel prima zo, want die medische diagnosecode levert geen euro op, brengt alleen maar kosten met zich mee in hun opinie. Nee, laat die dokter maar lekker doorgaan met de registratie van de DBC-diagnose, met de controles die ze daarop hebben zit dat financieel wel snor.

Decursus
Controle op foutief factureren met de gegevens uit een EPD is goed mogelijk maar de ziekenhuizen (en de zorgverzekeraars) voeren die niet uit.
In de ‘decursus’ (notities) van het patiëntendossier registreert de dokter de (medische) diagnose(n) van de patiënt en welke activiteiten hiervoor gevraagd en uitgevoerd zijn. Met de gegevens in de decursus verantwoordt de dokter de door hem verleende zorg.
De diagnose- en activiteitgegevens in de decursus moeten volledig matchen met de financiële gegevens in de DBC-systematiek. Dat doen ze dus (te vaak) niet. Niemand die het controleert en waarom ook? Niemand dwingt de ziekenhuizen ertoe.

Mogelijke Oplossing
Een systeem van medical control (de registratie van de werkelijkheid in het medisch dossier), die verplicht wordt gesteld in de ziekenhuizen. De controle erop kan door de zorgverzekeraars worden uitgevoerd. Alleen zo ontstaat:

  • inzicht in de integrale morbiditeit van de patiënt;
  • de geleverde zorg met de kwaliteit ervan;
  • een overzicht van de kosten die de zorgverzekeraar werkelijk moet vergoeden.

En ja, het is dan een heel kleine stap naar de DRG-systematiek die bijna alle Europese lidstaten, de VS, Japan en Australië al gebruiken als factuurvehikel. Internationale vergelijking is ermee verzekerd.

Nomenclatuur *)

  • DBC: diagnosebehandelcombinatie, is een code in de gezondheidszorg, die het geheel van een geleverd zorgproduct omschrijft. Is ingevoerd op 1 januari 2005.
  • Zorgactiviteiten: De DOT-Zorgactiviteiten-Tabel bevat zorgactiviteiten opgebouwd uit een unieke code en bijbehorende omschrijving, inclusief de geldigheidsperiode van deze code. De zorgactiviteiten binnen de DOT-Zorgactiviteiten-Tabel dienen als minimale basis bij de afleiding van zorgproducten.
  • Declaratieset: zie DBC-dataset.
  • Grouper: (spreek uit: groeper) een computersysteem met daarin de DBC-zorgproductstructuur. Op basis van aangeleverde gegevens kan de grouper zorgproducten afleiden.
  • Zorgproduct: een declarabele prestatie binnen de medisch specialistische zorg
  • Upcoden: De verzekeraar betaalt meer voor een bepaalde patiënt dan nodig. Dit kan enerzijds doordat het ziekenhuis een duurder DBC-zorgproduct registreert dan zij werkelijk levert en anderzijds doordat het ziekenhuis een duurdere DBC-zorgproduct levert (en declareert) dan noodzakelijk, gezien de zorgvraag van de patiënt.
  • Marktwerking: De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op de publieke belangen in de zorg: deze moet toegankelijk, kwalitatief goed, en bovendien betaalbaar zijn en blijven voor de consument. Het belangrijkste instrument hiertoe is het invoeren van marktwerking in de zorg, die zorgaanbieders en verzekeraars prikkelt om te concurreren om de gunst van de consument.
  • DOT: Projectnaam voor de vernieuwing van de DBC-systematiek die uiteindelijk per 2012 is ingevoerd. Na de invoering van het DBC-systeem in 2005 zijn knelpunten naar voren gekomen en hebben de betrokken partijen het verbeterplan “Eenvoudig beter (mei 2006)” voor het DBC-systeem opgesteld.
  • Decursus: In de decursus wordt de voortgang en behandeling van de patient beschreven. De decursus in een EPD bestaat globaal uit drie stukken: de Intake, Dagnotities en Samenvatting.
  • NZa: De Nederlandse Zorgautoriteit is marktmeester in de zorg. In haar rol als regelgever stelt de NZa tarieven, prestaties en budgetten vast waar dat moet. Waar het kan, laat ze deze regulering los en mogen verzekeraars en zorgaanbieders zelf onderhandelen over de inhoud, de prijs, de kwaliteit en doelmatigheid van de te leveren zorg.
  • Morbiditeit: Mate waarin een bepaalde ziekte voorkomt onder de bevolking. Dat wil zeggen het aantal personen van een bepaalde bevolkingsgroep dat binnen een bepaalde tijdsperiode aan een bepaalde ziekte (= morbus) lijdt. Morbiditeit dient als karakteristiek van een ziekte (hoge of lage morbiditeit).
  • DRG-systematiek: DRG is een patiëntenclassificatie systeem, dat ziekenhuis patiënten op basis van de ontslaggegevens in Diagnose Relatie Groepen indeelt, die een vergelijkbaar beslag op de ziekenhuis middelen leggen. DRG’s worden toegekend door een grouper programma, op basis van de samenvatting van de klinische opname. ICD diagnoses, operaties, leeftijd en geslacht. Van het oorspronkelijke DRG concept, ontwikkeld aan de Yale Universiteit, zijn vele verschillende varianten ontwikkeld, gebaseerd op dezelfde uitgangspunten. Er bestaat derhalve niet één DRG systeem, maar een verscheidenheid aan vergelijkbare sterk gelokaliseerde toepassingen.
  • Snomet CT: Een internationaal, medisch terminologiestelsel en bevat een grote verzameling standaardtermen met hun synoniemen. De termen worden in de directe patiëntenzorg gebruikt voor de vastlegging van klachten, symptomen, omstandigheden, ziekteprocessen, interventies, diagnosen, resultaten en besluitvorming.
  • DBC-dataset: De dataset die de gegevens bevat, waarmee een DBC/Zorgproduct getypeerd wordt. De onderdelen van de DBC-dataset zijn:
    • algemene startgegevens zoals Start datum, Zorgtraject nummer, DBC traject volgnummer;
    • medisch inhoudelijke informatie (zorgtype, zorgvraag, diagnose, nevendiagnose, behandeling);
    • algemene eindgegevens zoals Einddatum DBC traject;
    • zorgactiviteiten

*) Bron nomenclatuur: DBC-onderhoud, NZa, NICTIZ

Begrijpelijke zorgnota’s

Zou u een nota betalen die in wartaal is opgesteld? Nee toch? De zorgverzekeraars doen het klakkeloos.

Managementgebrabbel
Af en toe komt zo’n nota boven water, omdat de verzekeraar die doorstuurt naar de verzekerde omdat hij zijn eigen risico nog niet heeft opgesoupeerd.
Als je de verzekeraar belt om uitleg over de nota, omdat je ervan uitgaat dat die nota in vaktaal is opgesteld en door vakdeskundigen vertaald kan worden in normale mensentaal, begint het pingpongen. Om een lang verhaal kort te maken, ook die jongens en meisjes van de verzekeraar kunnen je geen steek verder helpen bij het vertalen van de wartaal en ze verwijzen je naar de afdeling facturering van het ziekenhuis.
Voor je de kans grijpt bij het ziekenhuis, krap je je eens achter de oren en vraag je je af wat die harde werkers in die verzekeringspaleizen eigenlijk met je verzekeringspenningen uitspoken, zeker omdat ze het zelf ook niet blijken te weten. Je leest wel eens dat ze afspraken met ziekenhuizen maken over de prijs en de kwaliteit van de zorg en dat ze dat niet doen als zo’n ziekenhuis zich niet houdt aan hun eisen. Die eisen zouden gaan over kwaliteit en prijs. Ja denk je dan, mooie managementgebrabbel, maar je moet toch eerst weten wat en hoe die ziekenhuizen het doen? En dat kunnen ze je niet vertellen!
Ook de afdeling facturering van het ziekenhuis kan je niet veel verder helpen. Ze komen met termen aan als DBC, DOT, adds-on, dure medicatie en lekenvertaling. Nog steeds heb je geen antwoord op de vraag waarvoor je betaalt en of dat terecht is. Op den duur betaal je de nota. En dat moet je niet doen!

Van DBC naar DOT
Het probleem van de wartaalnota ligt bij de overheid, de Wetenschappelijke verenigingen en de zorgverzekeraars die in de jaren 90 van de vorige eeuw gezamenlijk gestart zijn met de ontwikkeling van de Diagnose Behandel Combinatie (DBC) als factuurvehikel. Het is per 2005 in de ziekenhuizen ingevoerd. De gegevens waaruit de DBC is opgebouwd, en dan met name de diagnose- en verrichtinggegevens, sluiten niet aan bij de medische terminologie, zeg maar de vaktaal, van de medisch specialist. In het dossier registreert de medisch specialist je diagnose en je verrichting en die gegevens wijken mijlen ver af van de taal waarin de nota wordt opgesteld.
Een doorsnee ziekenhuis kent al snel circa 15.000 referentiediagnosen en de DBC telt slechts 2411 diagnoseomschrijvingen. In 2012 heeft de DBC een belangrijke aanpassing ondergaan en is het DOT (DBC’s op weg naar Transparantie) geworden. In het kort komt het erop neer dat de tekst die al niet zelfverklarend was nog eens omgezet wordt en steeds verder af komt te staan van de werkelijkheid. Een puur Nederlands probleem omdat, het is al genoemd, de overheid ,de Wetenschappelijke Verenigingen en de Zorgverzekeraars hebben besloten tot het ontwerp van het factuurvehikel naast de zelfverklarende medische registraties die al lang bestaan en overal ter wereld hun nut in het factureren van de zorg hebben bewezen.

Oplossing
En de patiënt die zo’n wartaalnota krijgt? De nota terugsturen naar de zorgverzekeraar en vragen om een deugdelijke vertaling. Tegelijk een kopie van je dossier opvragen bij de behandelend specialist en de teksten in nota en dossier goed met elkaar vergelijken. Net zo lang doorgaan bij de verzekeraar tot de teksten vergelijkbaar zijn en de nota met de werkelijkheid overeenstemt. Kost je wat werk, OK, maar zeker een hoop actie bij de zorgverzekeraars en ziekenhuizen, die actief hebben meegewerkt aan dit gedrocht.