NZa helpt specialisten beter registeren

NZa helpt specialisten
Op 28 november jl. las ik op Skipr het volgende bericht: NZa en ziekenhuizen gaan specialisten helpen het registreren makkelijker te maken. Medische specialisten vinden correcte registratie en declaratie van zorg belangrijk. Een titel, die het beste doet verwachten: de NZa gaat de kar van de eenmalige bronregistratie door de arts trekken.

Diep teleurgesteld gaat het artikel na lezing direct de kliko in. Met één pennenveeg van de NZa, met medewerking van de NVZ en NFU, zijn we terug in 2005: het startjaar van de DBC. De Haagse club streepjespakken gaat de artsen helpen bij de DBC/DOT registratie! Niks geen eenmalige inhoudelijke zorgregistratie, niks geen kwaliteitsindicatoren, niks geen wetenschappelijke data, de financiële registratie staat weer bovenaan in de agenda.
Alle inspanningen, die een vermogen aan euro’s hebben gekost om de eenmalige bronregistratie van de grond te krijgen en te onderhouden, zijn hiermee ongedaan gemaakt. Instituten als NICTIZ, RIVM-FIC, DHD staan met hun bijdrage tot de eenmalige bronregistratie buiten spel en kunnen evengoed opgeheven worden. Den Haag zet immers vol in op DBC/DOT. Stoppen dus die medische registraties, er is, gezien de gekozen strategie, toch geen vraag naar. Dat geeft een forse opruiming binnen de ziekenhuizen en zo een forse kostenbesparing in de backoffice. En zonder backoffice geen externe dataverwerkers, dus ook die verdwijnen stilletjes van de markt.
Dat moeten wij volgend jaar in de kosten van onze zorgverzekering zeker terugvinden, of…???

Wie betaalt uw ziekenhuiscomplicatie?

Betalen ziekenhuiscomplicatie

door: Koos Dirkse
De zorgverzekeraars staan voor uw veiligheid en kwaliteit in de ziekenhuiszorg. Ze maken immers de afspraken over de zorg, uitgedrukt in DBC-zorgproducten, in termen van prijs en kwaliteit. De IGZ controleert frequent de ziekenhuizen op veiligheid en uit de media weten we dat de uitkomst niet altijd goed uitvalt. Het ziekenhuis wordt dan onder verscherpt toezicht gesteld en moet de zaak op orde krijgen.

Onverwacht Langdurige Opname (OLO)
Toch gaat het nog steeds in forse maat fout. Dutch Hospital Data berekent met de cijfers uit de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg onder meer de indicator “Onverwacht Langdurige Opname” (OLO). De indicator betreft het percentage klinisch opgenomen patiënten met een onverwacht langdurige opnameduur. Dat wil zeggen dat de opnameduur minimaal 50% langer is dan verwacht. Het verwachtingscijfer is berekend op basis van vergelijkbare patiënten wat betreft leeftijd, hoofddiagnose en hoofdverrichting. Het landelijk OLO cijfer was in 2015 15,5%. Dat wil zeggen dat minimaal 15,5% van de Nederlandse klinische opnamen een suboptimale kwaliteit van zorg zou hebben. Minimaal, omdat de verlenging van ligduur vaak duidt op vermijdbare schade of complicatie.
Gerelateerd aan de opnamecijfers van het CBS zou dat bijna 305.000 opnamen betreffen. Een schrikbarend aantal.

Aanpassing diagnose door complicatie
Laten we eens kijken naar het registratieproces van deze cases. De patiënt heeft een opnamediagnose, waarvoor de opname en behandeling zijn geïnitieerd. Tijdens de behandeling doet zich een complicatie voor of is er sprake van vermijdbare schade. De opnamediagnose, waarvoor het aantal verpleegdagen en kosten is begroot is niet langer kostendekkend. In de DBC-systematiek wordt de DBC-typering omgezet in de vigerende diagnose die is ontstaan na de complicatie/het ontstaan van vermijdbare schade. Zo is sepsis (bloedvergiftiging) een helaas veel voorkomende complicatie en die aantallen vinden we terug in het aantal DBC’s met sepsis.
Zo wordt de financiële schade die het ziekenhuis leidt door de complicatie/vermijdbare schade afgewenteld op de zorgverzekeraar. Een financiële prikkel om zo optimaal mogelijke kwaliteit van zorg te leveren is er dus absoluut niet.

DRG-systematiek
Een kort onderzoekje over de DRG systematiek (het systeem dat in veel landen om ons heen wordt gebruikt) leert, dat bij een complicatie/vermijdbare schade de opnamediagnose gehandhaafd blijft. De financiële schade wordt dus door het ziekenhuis gedragen. Het is daar dan ook de financiële prikkel om zo min mogelijk opnamen met complicatie/vermijdbare schade te hebben. Iedere medische specialist zal direct aangesproken worden op een verlengde verpleegduur en zal daar verantwoording over moeten afleggen. Het is het zoveelste bewijs dat het DBC-systeem een perfide systeem is.

Kunt u een beroepsgroep noemen waarin slecht werk beloond wordt met een hoger inkomen?

Een nieuwe koers

Een nieuwe koers

door Koos Dirkse
KoosSinds lange tijd schrijf ik blogs. Deze zijn merendeel gericht op de zorg, maar vooral op het zorgstelsel. Mateloos verbaas (zacht uitgedrukt) ik mij hoe dit beleid wordt gevoerd. Vaak krijg ik het idee, dat dit stelsel niet is gericht op patiëntenzorg, maar om zoveel mogelijk mensen, vaak zonder enige kennis van het medisch handelen, aan het werk te houden. Hoe ingewikkelder hoe beter!

Systemen, zoals DBC en DOT, worden ingevoerd en in stand gehouden om zoveel mogelijk geld uit een declaratie te halen. Het woord ‘upcoding’, dat in mijn ogen een frauduleuze handeling is, wordt gewoon toegepast. Sterker nog: het is terug te vinden in de woordenboeken als onderdeel van de opbouw van een zorgdeclaratie.
Het gevoerde beleid binnen de ouderenzorg, jeugdzorg, mantelzorg, gehandicaptenzorg is in en in triest. Er wordt weer een paar uur in de Tweede Kamer doelloos over en weer gebakkeleid en men gaat weer over tot de orde van de dag. Geen partij is gericht op oplossingen met andere partijen, maar op problemen! Als men nu eens begint met vooruit te kijken en niet links en rechts om zich heen.
Bij iedere Kamerbespreking over het zorgstelsel komt steeds een klein onderdeel aan de orde, waarover eindeloos wordt gediscussieerd en vervolgens weer een pleister op wordt geplakt. Naar het grote geheel wordt niet gekeken. “Je kunt de bladeren van een boom blijven poetsen, maar als de wortels verrot zijn, krijg je ze nooit aan het glimmen”.

Gedurende 35 jaar heb ik mij dag en nacht ingezet om het zorgstelsel eenvoudiger, gebruiksvriendelijker en goedkoper te maken, zowel op de werkvloer als in de functie van directeur beheer van een samenwerkingsverband van 44 ziekenhuizen. Deze organisatie heb ik eigenhandig opgebouwd om meer efficiency te creëren. Veel hebben we bereikt, maar het beleid veranderde in 2005 met de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Als je vergelijkt hoe het medisch-administratief handelen en het declaratiecircuit eerst was en dit volledig uit de hand liep na de invoering van de nieuwe declaratiestructuur met DBC’s (Diagnose Behandel Combinatie), dan reizen de haren te berge! Omdat DBC ook niet het juiste systeem bleek te zijn is men overgegaan op DOT (DBC’s opweg naar transparantie).

Daarbij doet zich nog het feit voor, dat er geen vergelijk met andere landen mogelijk is, Alle landen om ons heen en Australië en de VS gebruiken DRG’s (Diagnosis Related Groups). Deze gegevens zijn onderling uitwisselbaar. De EU heeft er bij Nederland al meerdere malen op aangedrongen om cijfers te leveren. Onmogelijk! Wat gaat er nu gebeuren, er worden conversietabellen opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten. Maar de DBC’s blijven gehandhaafd, ondanks dat DRG’s transparanter en goedkoper zijn.
De minister heeft verschillende malen aangegeven, dat de patiënt een duidelijk leesbare nota dient te ontvangen. Dit is zo niet mogelijk. De tekst op de declaratie heeft drie mogelijkheden: kleine, middelgrote of grote ingreep. Meer is er niet uit te halen. Daarnaast heeft de minister het gehele declaratiegebeuren gedelegeerd aan de zorgverzekeraars. Die hebben de zeggenschap gekregen hoe, waar en wanneer een patiënt behandeld wordt. De enorme gebouwen van deze organisaties, de honorering en alle faciliteiten reizen de pan uit. Komt men niet uit met de zorgpremie, dan gaat toch gewoon het jaar daarop de premie omhoog! Iedere burger betaalt via de zorgpremie, de belastingen, het eigen risico en de eigen bijdrage € 5.500 (vijfduizendvijfhonderd euro) per jaar.

Een ander punt waar ik vraagtekens bij zet is het volgende. Er werken circa 1,4 miljoen mensen in de zorg (cijfers CBS 2013), daarbij komen nog de mensen die in dienst zijn bij de zorgverzekeraars, VWS, andere overheidsinstellingen, externe management- en consultancy bureaus en alle al dan niet gesubsidieerde organisaties. Wie betaalt dit alles? De burger! En wie heeft er niets in te brengen, zelfs niet over zijn eigen gegevens? De burger!
Ondertussen gaat men verder met EPD’s, landelijk schakelpunt, zorgverzekeraars die gaan bepalen waar en wanneer en óf een patiënt nog wel geholpen wordt.
Dit gaat volkomen fout. Als er niet rigoureus wordt ingegrepen, dan betaalt binnen 5 jaar een bijstandsmoeder of een gezin met het minimumloon, de helft van het inkomen aan zorg, dat, mijns inziens, voor een groot deel in de verkeerde zakken terecht komt.

Nu kan ik blogs blijven schrijven tot ik een ons weeg, maar dit heeft toch niet het gewenste effect. Ze worden veel gelezen en meestal krijg ik positief of opbouwend commentaar. Daarom heb ik besloten een andere weg in te slaan.
Hoewel ik goed contact heb met enkele politieke partijen in de Tweede Kamer is het toch moeilijk om het beleid om te buigen of aan te passen. Het alternatief is om een nieuw zorgbeleid in een partijprogramma te krijgen en die gelegenheid is mij geboden.

De Ondernemers Partij (OP) gaat zich inzetten voor zelfstandigen, ZZP’ers, praktijkhouders, etc. De burger staat bij deze partij centraal. Zij wil zich gaan inzetten voor een nieuwe politiek.
Ik ben gevraagd om mee te werken aan het partijprogramma voor de zorg en heb deze met beide handen aanvaard. Daarbij ga ik uit van “Een eerlijke zorg voor een eerlijke prijs”. Drie hoofdthema’s die hierbij de basis zullen vormen: Bereikbaarheid, Toegankelijkheid en Betaalbaarheid”.

Ik ben er sterk van overtuigd, dat dit een nieuwe start is voor de wederopbouw van ons zorgstelsel, dat zowel de patiënt als de zorgverlener sterk ten goede komt!