Politiek Den Haag, waar is de huisarts?

De zorg was een belangrijk item tijdens de verkiezingen. Niet de kwaliteit en het resultaat van de zorg, die moeilijk meetbaar zijn – omdat we in Nederland de registratie van de zorg hebben laten verslonzen – maar de kosten. Die zijn bekend en daar kun je zo lekker mee optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. De vierde klas lagere school bij uitstek! Als je erg slim bent, dan kies je nog een perspectief, dat liefst zo hoog mogelijke kosten scoort, bijvoorbeeld de ouderenzorg..

Maar waar is het totaalbeeld van de zorg? Noem het maar het architectuurplaatje, waar je romp en aangeplakte puisten duidelijk op ziet? Diep triest dat geen enkele politicus dat kan produceren, maar de grenzen voor onze zorg, op basis van de euro die de overheid ervoor over heeft, gaat bepalen.

Laten we in de basisarchitectuur van de zorg (weer) eens een lans breken voor de rol van de huisarts. Huisarts zijn moet in een tijd van ongebreidelde besparingsdrift van een euroverslindende overheid niet echt een pretje zijn. Of je maar even meer wilt gaan doen tegen gelijke of minder inkomsten. Dat lukt natuurlijk nooit en de huisarts heeft er het beeld van medische ambtenaar, werkt van negen tot vijf, aan overgehouden.

Oh ja hoor, natuurlijk kan een huisarts na kantoortijd patiënten behandelen, maar dan in een huisartsenpost (HAP). De huisartsenpost ontvangt ongeveer tien keer zoveel voor een consult dan de huisarts tijdens zijn bedrijfstijd. Als hij/zij het waagt een vraagteken te zetten waarom een patiënt niet gewoon tijdens de spreekuurtijd op consult komt, wordt hij/zij niet alleen door de patiënt terecht gewezen, maar ook van de zorgverzekeraar mag hij/zij weinig medewerking verwachten. Die betaalt klakkeloos en wil verder geen commentaar. Niet morren, na de nachtdienst is er de volgende morgen gewoon weer de eigen praktijk met de zorgen van de patiënten. Hoezo wet werktijden? De huisarts wordt ten onrechte verguisd en vergeten in de zorg, terwijl deze dicht bij de patiënt zou moeten staan.

Genoeg hierover, laten we eens kijken wat hij/zij, de familievriend(in) van vroeger, zo allemaal kan. Zoals het woord familievriend(in) al zegt, kent hij/zij zijn patiënten door en door. Hij/zij kent hun vragen, wensen en ja, het is immers 2018, ook hun eisen en wensen. Hij/zij kent de gezondheidsrisico’s, weet welke preventie wel en niet aanslaat en is als enige op de hoogte van de veranderingen in de loop der tijd in de gezondheid en het welzijn van zijn/haar individuele patiënten.
Hij/zij is bij uitstek de monitor voor de gezondheidstoestand van de populatie en de veranderingen die zich erin voltrekken. Met recht kan hij/zij vertellen en documenteren wat de vragen en behoeften van de oudere patiënt zijn en hoe deze op individuele wijze ingevuld kunnen worden zonder dat daar een heel administratief, bureaucratische organisatie onder leiding van niet-wetende managers voor opgetuigd moet worden. Hij/zij levert de basiszorg en kan bepalen of de patiënt voor de zorg naar een ander echelon in ons zorgstelsel moet, of dat deze daar moet blijven of gewoon terug kan keren voor verdere zorg. Hij/zij kan met recht de regievoerder van de zorg op menselijke maat genoemd worden.

Om de huisarts als regievoerder van de zorg te bombarderen moet je natuurlijk wel een aantal randvoorwaarden opstellen. Zo is er het aantal huisartsen en de onderlinge concurrentie. We zullen meer huisartsen nodig hebben, die een gezonde onderlinge concurrentie voeren. De bedrijfstijden die nu voor de werkende patiënt verre van optimaal zijn, zullen aangepast moeten worden aan de veranderde vraag en het aanbod.
De huisartsen gaan de concurrentie aan met de poliklinieken van de ziekenhuizen. Die poliklinieken zijn nog steeds een gehannes met slechte logistiek, te lange toegangstijden en als je er eenmaal bent, lange wachttijden voor je eindelijk in de spreekkamer je zegje in drie minuten mag doen. Dat kan gewoonweg heel wat beter. Een blik op de geregistreerde DBC-codes, een financiële registratie op basis waarvan de ziekenhuizen betaald worden, leert je heel snel dat meer dan 30% van de poliklinische diagnoses met verrichtingen heel goed door een huisarts gedaan kunnen worden. En dat kost héél wat minder, omdat de overheadkosten van de huisarts heel wat lager zijn. Natuurlijk zal de huisarts een eerlijke prijs moeten krijgen voor de diagnosen en verrichtingen die hij erbij krijgt. Maar dan nog: een heel goede, snel toegankelijke zorg dichtbij de patiënt tegen een heel goede prijs.

Een topbesparing is er in de ondersteuning van de zorg, wanneer de huisarts echt de regie zou voeren in de kosten voor het elektronisch patiënten dossier, kortweg het EPD (veel beter is overigens de term Patiëntgebonden dossier, kortweg PGD). Geef de huisarts de regie over de digitale zorggegevensverzameling van zijn/haar patiënt. Alle dikke managementadviezen, overbetaalde consultants en overprijsde EPD’s die de ziekenhuizen voor tientallen miljoenen aanschaffen en voor evenzo vele miljoenen proberen in de lucht te krijgen en te houden ten spijt, gaat het in de basis om een slimme registratie van de zorgvraag, de diagnose, de verrichting en de medicatie.
Geef de huisarts voor een gestandaardiseerd landelijk EPD een vast bedrag per verzekerde per jaar, waarmee het systeem en de basiseisen (bijvoorbeeld de gegevensuitwisseling), die je eraan stelt, betaald kunnen worden en schrijf de uniforme codering van zorgvraag, diagnose, verrichting en medicatie voor met Internationale Classificaties. De uitwisseling van de persoonsgegevens gebeurt met een extract uit die geüniformeerde gegevens en betekent een betere kwaliteit van gegevens, een verhoging van de patiëntveiligheid en eenvoud.
De ziekenhuizen hebben het huisartssysteem dat dus bestaat uit een EPD en een gestandaardiseerde gegevensverzameling maar te volgen en te incorporeren in hun bedrijfssysteem. En dat systeem is in ieder geval vele miljoenen goedkoper dan wat ze nu invoeren en kan echt een rol spelen bij het verbeteren van hun bedrijfsproces. En laten we het dan nog maar niet over de eenheid van taal (de classificaties) hebben, die de ziekenhuizen niet of slecht gebruiken. Hoe komen ze erbij dat ze kennis over patiënten en ontwikkelingen hebben?

Je vraagt je af: Wat let de politiek om dit nu eens echt van de grond te krijgen? Het ontbreken van het architectuurplaatje op het netvlies? Zo moeilijk is het echt niet als je de moed maar hebt om echt te willen veranderen, je doelstellingen scherp formuleert, de criteria concreet definieert en het eigenaarschap van de zorgregie eindelijk eens vastlegt bij de huisarts en hem/haar er eerlijk voor honoreert.

Zorgplan Healthy Community Foundation

Na intensief overleg met praktijkhouders en andere zorgverleners ‘uit het veld’ heb ik vandaag ons Zorgplan toegestuurd aan de vaste Kamercommissie VWS. In tegenstelling tot het manifest van Hugo Borst, waarin tien punten voor de ouderenzorg staan vermeld, behelst dit Zorgplan 75 pagina’s voor de gehele zorg.

Het is een dynamisch stuk, waaraan geregeld nog wordt gewerkt. Het plan moet worden gezien als leidraad voor verbeterpunten per beroepsgroep.
Naast de vaste Kamercommissie en individuele Kamerleden, is dit Zorgplan ook gestuurd aan de pers.

Wij stellen het zeer op prijs om reacties en aanbevelingen van u te ontvangen, opdat deze kunnen worden meegenomen in een volgende versie.
Het plan kunt u downloaden via: www.pdfarchief.com/zorgplan.pdf

Met vriendelijke groet,

Koos Dirkse,
Voorzitter Healthy Community Foundation

Logica ontgaat mij volledig!

Als je vanaf de weg naar een gebouw kijkt, kun je zeggen: dat ziet er goed uit! Niets meer aan doen! Hooguit nog enkele aanpassingen aan de tuin er omheen. Je kijkt niet naar de constructie van het gebouw en of er wel vloeren, trappen en liften aanwezig zijn. En of het überhaupt leefbaar is.

Zo ziet minister Schippers het zorgstelsel. Het staat, dus we borduren daarop verder. Niets meer aan de inhoud doen! Er ontstaat nu symptoombestrijding op symptoombestrijding, terwijl men ziet, dat het niet goed gaat.
Je kunt nu wel stellen dat Nederland de beste zorg biedt van Europa, maar dat is wel aan de zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, eerste lijn, etc) te danken, niet aan de minister of VWS of haar tientallen advies, automatisering- en consultancyclubs en zeker niet aan de zorgverzekeraars. Het is ook bekend, dat we, volgens de OESO, op de VS na, op basis van het BBP voor de zorg het duurste land ter wereld zijn.

Iedere motie, die enige verbetering zouden kunnen aanbrengen in het zorgstelsel, worden door de minister zondermeer de grond ingestampt.
Als je enige kennis hebt hoe het systeem nu in elkaar steekt en je denkt logisch na, dan valt je op dat hier sprake is van een enorm bord voor de kop. Iemand die het niet wil begrijpen! Of een enorme kokervisie, gericht op positieve resultaten van commerciële bedrijven, zoals zorgverzekeraars.
In en in triest, dat men zich zo laat leiden. En dat voor een gehele bevolking, die een verplichte basisverzekering door de strot geduwd krijgt. Een verplichte basisverzekering, die uit 70 verschillende polissen bestaat!

Wat zit daar achter?

Zorgkostengereedschapskist

Graag nodig ik de lezers uit om ideeën over verbetering en verandering van de zorg te ventileren. Vanuit een perspectief als bv patiënt (wat valt je op, waar erger jij je aan, wat gaat er goed), vanuit het perspectief van medewerker in de zorg, vanuit het perspectief van manager, vanuit de zorgverzekeraar, etc. zijn uw reacties meer dan welkom.

Gereedschap
De kosten van de zorg en daarbij ‘de gereedschapskist’ met begrippen als efficiency, capaciteit, voorkomen van dubbele onderzoeken, zijn vierjaarlijks terugkerende woorden met de verkiezingen in aantocht. Immers, iedere Nederlander heeft wel op één of andere manier met zorg te maken, betaalt zorgkosten, leest en hoort erover.
Scoren met die kist vol aftands gereedschap voor die jongens en meisjes, die als beroepspoliticus door het leven gaan. En achter hen komt een vloed van meelopers: directies van zorgverzekeraars, ziekenhuisbestuurders en hoogleraren in een of andere managementtak, die het gereedschap wat polijsten en voorzien van nieuwe handvatten, zodat het er weer helemaal nieuw uitziet. Iedere publiciteit waarmee ze zich kunnen profileren als vertegenwoordiger van de premiebetalende patiënt is mooi meegenomen.
Als je een oordeel wilt kunnen vellen over de hoogte van de zorgkosten moet je twee dingen heel erg goed weten: je moet een diepgaande kennis van de gezondheidszorg en de processen hebben en je moet een norm hebben waaraan je de kosten spiegelt. Nog nooit heb ik iemand ontmoet die voldoende kennis van beide onderwerpen had om ook maar een uitspraak over de kosten en efficiency te kunnen doen.

Entiteit
Wie praat er nu echt met de werkers in de zorg, de verpleegkundigen, de paramedici, de dokters hoe het er aan toe gaat en hoe zij over veranderingen en verbeteringen in hun werk denken? Dat doet geen enkele manager onder het mom dat de cijfers hem voldoende duidelijkheid geven hoe de stand van zaken is, waar de verbeterpunten te vinden zijn en wat dat aan euro’s oplevert.
En daarmee is eigenlijk alles gezegd wat er zich in de zorg afspeelt: de medewerker is voor het management tot entiteit verwoorden. Met entiteiten kun je spelen, schuiven, rekenen en er de meest fantastische managementtheorieën op loslaten.

Nog even en de patiënt is ook niet meer dan een…….!

Zorg of cijferpalet……..

Kent u uw BSN nummer? Nee? Dan wordt het hoog tijd het uit uw hoofd te leren. Waarom? Omdat u zich ermee identificeert en de keten van banken tot zorg er dol op is. Onder het motto “het voorkomt fouten” worden uw gegevens aaneengeplakt tot een keten van cijfermateriaal. Commercie en marketing kneden het tot een cijferbrij, die als informatie wordt aangeboden.

U vraagt zich af wat dat met een ziekenhuis te maken heeft?
Het antwoord is heel simpel: U bent niet langer een patiënt maar een nummer. Computers verwerken nummers nu eenmaal makkelijker dan alfanumerieke gegevens. De ziekenhuismanagers zijn er dol op, ze leven ervan. Met nummers kun je zo heerlijk rekenen! Niet alleen optellen en aftrekken, maar ook statistieken maken. Bewijzen wat je wilt.
De manager heeft een heel cijferpalet tot zijn beschikking. Het eerste wat hij ’s-ochtends doet is de computer, zijn toverdoosje, aanzetten om zich de hele dag te verkneukelen aan zijn palet aan cijfers.
Druk, druk, druk, geen tijd om te luisteren. Zijn directiecomité wacht op een nieuwe cijferreeks die, versierd met een PowerPoint, gepresenteerd moet worden op een wandgroot scherm. De uitkomst, de conclusie in het laatste PowerPointsheetje is, dat door bezuinigen in personeel, de winstcijfers weer een extra tintje groen scoren. Een conclusie die de managers likkebaardend omarmen.

De gevolgen laten zich raden
De patiënt betreedt dit megalomane bouwwerk, waar de gangen behangen zijn met kunstwerken, de hal een overdekt winkelcentrumpje is en het cafetaria breeduit reclame maakt voor hamburgers.
Alles uitgedacht door snelle marketingjongens en –meisjes, die menen dat een BSN-nummer dit allemaal heel erg cool vindt. Het ziekenhuis als beleving, fun en als je ze hun gang laat gaan, komt er direct nog een bioscoopzaal bij. Maar het BSN-nummer is nu ‘patiënt’ geworden en zoekt iemand die hem de weg kan wijzen naar de polikliniek waar hij een afspraak heeft.

Afspraak maken
Een afspraak die hij enkel en alleen via zijn PC heeft kunnen maken, omdat het ziekenhuis dat zo makkelijk vindt. Als de patiënt eindelijk de polikliniek heeft gevonden wacht hem een verrassing. Het ziekenhuis werkt digitaal en heeft afscheid genomen van de polikliniekassistentes. Er hangt een Schipholbord, waarop hij kan zien naar welke wachtkamer hij wordt verwezen en hoe lang de wachttijd is. Na het consult wordt de patiënt doorverwezen voor een aantal onderzoeken.
De opdrachten worden digitaal verzonden en de patiënt wordt verondersteld nu de reeks af te werken. De hele riedel herhaalt zich, digitaal afspraken maken, zoeken en geen vragen kunnen stellen aan een behulpzame polikliniekassistente.
Dan volgt de opname. Die verloopt even contactloos en tijdens de opname blijken de verpleegkundigen geen tijd meer te hebben voor menselijke communicatie. En als de patiënt na ontslag een vraag heeft over zijn medicatie, staat hem niets anders dan een consult te boeken via zijn computer. Drie weken wachttijd. De menselijkheid wegbezuinigd.

Dagelijkse praktijk
Achter het scherm van de manager ziet het er prachtig uit. Cijfers liegen niet. Maar in de praktijk loopt het toch iets anders. Managers hebben geen oor naar communicatietijd voor de patiënt. Die tijd is onplanbaar, kan niet met zijn toverdoosje berekend worden en is een kostenpost. Dus alle cijfertjes ten spijt, echte patiëntenzorg blijft mensenwerk, menselijk werk.
Misschien denkt u dat dit een overdreven verhaal is. Helaas dan moet ik u teleurstellen. Het komt uit de dagelijkse praktijk.

Zorgstelsel: hoe ver nog…….

In de jaren 80 en 90 heb ik vanuit mijn positie binnen het academisch ziekenhuis Leiden (thans LUMC) een zelfstandige organisatie opgezet voor de digitale registratie en verwerking van medische handelingen. De basis werd gevormd door de medische registratie en de financiële administratie gebruikte dit voor de declaraties, grootboek en de statistiek. Ook putte de visitatiecommissies gegevens uit dit bestand. Tevens waren alle (inter)nationale codestelsels aan het systeem gekoppeld. Gestart binnen mijn ziekenhuis sloten binnen drie jaar 43 andere ziekenhuizen hierop aan. Op basis van onze gegevens kon er voor ruim 6 miljard gulden aan declaraties worden verantwoord.

Uiteraard kon ik dit niet alleen. Naast het bureau, bestaande uit 5 medewerkers, had ik een club van uitstekende adviseurs, die ik kon raadplegen en in dienst waren bij de aangesloten ziekenhuizen. De declaraties waren toen een stuk ingewikkelder en arbeidsintensiever dan tegenwoordig.
Nu heb je een basisverzekering, die geldt voor alle burgers, met eventueel een aanvullende verzekering. In die tijd waren er drie verschillende zorgverzekeringen: ziekenfonds, particuliere en privépatiënten en daarbinnen verschillende verzekeringsklassen.
Per jaar waren er drie tariefmutaties, waarbij er per keer circa 120.000 tarieven moesten worden aangepast! Toch konden wij het met z’n vijven aan, met beperkte financiële- en automatiseringsmiddelen. Computers waren er nog niet. Wij bedienden ons met aan het ZIS aangesloten monochrome terminals. De gegevens moesten op 44 tapes worden gezet en naar de ziekenhuizen gestuurd, waar ze in het ZIS werden ingelezen.

De gehele opzet van het systeem, de problemen waar we tegenaan liepen en alle verbeteringen staan me nog bij als de dag van gisteren. Daarom erger ik me mateloos aan het ondoordachte beleid dat nu wordt gevoerd. Er wordt geroepen, dat de zorg zo duur wordt. En dan weer een bericht, dat men kans zag om toch weer een paar miljoen te bezuinigen, terwijl het basisprobleem niet wordt aangepakt.
We gaan binnenkort over de honderd miljard kosten per jaar heen! De DBC’s, een zeer fraudegevoelig systeem, dat financieel alles eruit haalt wat maar mogelijk is, zonder dat de gedeclareerde handelingen hebben plaatsgevonden, blijft men hanteren.
Andere landen werken met DRG’s, dus van vergelijking met andere landen is geen sprake. Hiervoor moeten voor de EU weer conversietabellen worden opgesteld, dat duizenden mensuren gaat kosten.
Honderden organisaties, particuliere bedrijven, consultantsbureaus, managers, overheidinstanties, etc hangen aan het infuus van de zorggelden, maken het zorgstelsel ondoorzichtiger en bewerkelijker (uurtje-factuurtje) en de burger draait op voor de kosten!

En wat is nu werkelijk het basisgegeven: een patiënt heeft een ongemak/aandoening, dat moet worden verholpen en daarvoor moet een rekening worden uitgeprint. Meer niet! Als je ziet hoeveel mensen zich hiermee bemoeien….. Het wordt de zorgverlener onmogelijk gemaakt om het werk nog naar behoren uit te voeren.
De patiënt volstorten met geneesmiddelen en als die niet werken de volgende lading laten aanrukken, is geen therapie. Mijns inziens worden de medische studieboeken betaald door de farmacie. Een gezamenlijke (landelijke) inkoop van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen zal de kosten drukken. Ook meer gebruik van generieke middelen. Multidisciplinair overleg hebben vele artsen nog niet van gehoord. Er wordt vaak aangemodderd als men niet zeker is van een diagnose, waardoor de patiënt langer in het ziekenhuis verblijft.

De ICT binnen de zorg is bar slecht. Sinds 2002 wordt er al over een EPD gesproken (zelfs de eerste letter hiervan: elektronisch, is al 30 jaar uit de tijd!), heeft honderden miljoenen gekost en werkt ook niet. Op deze manier gaat het ook nooit werken! Het landelijk schakelpunt, opgezet en in stand gehouden door een vele tientallen miljoenen subsidiekostende organisatie, werkt niet en zal ook niet gaan werken.
Als je bij een andere zorgverlener komt, een ziekenhuis, HAP of apotheek, kunnen ze alleen je naam in hun systeem terugvinden en de rest van de gegevens kun je, voor ze naar je klachten luisteren, aanvullen!

Hoewel ik de pensioengerechtigde leeftijd al ben gepasseerd, jeuken mijn handen om hier iets aan te doen. Niet om mijn zakken te vullen of volop declaraties te gaan sturen, maar om eerlijkheid, efficiëntie en transparantie in de zorg aan te brengen.
Je kunt de laagstbetaalden niet straks 40% van hun inkomen aan zorg laten betalen, dat merendeels in de verkeerde zakken terecht komt!

Ik ben er sterk van overtuigd, dat ik met een team van mensen (oudgedienden en enkele huidige zorgsysteem kenners) het zorgstelsel weer kan terugbrengen naar normale proporties. Dan wel zonder overheidsbemoeienis en zogenaamde beleidsadviseurs en -managers! Er zal heel wat (moeten) gaan veranderen! Minimaal twintig procent bezuinigen zal zeker haalbaar zijn.

Alleen dit soort inspanningen leiden dan meestal tot een rapport, waarbij slechts de conclusie globaal wordt gelezen, er verder niets mee gebeurt en men vervolgens overgaat tot de orde van de dag…

De zorg moet terug naar de dokter!

Yab Yum voor zorgmanagement

Niemand durft het hardop te zeggen, dus zal ik het dan maar doen en erover schrijven. Ik weet dat het door sommigen niet in dank wordt afgenomen, maar hun eventuele commentaar zal ik keurig in een nieuw blog vermelden.

Kostwinner
De zorgfinanciering is geworden tot een Walhalla voor zorgondernemers, waarin de zorgverlener optreedt als kostwinner voor een heel groot gezin. Dit gezin bestaat uit administraties, projectorganisaties, externe consultancy, externe bureaus, managers, projectcoördinators, administratiekantoren en zorgverzekeraars. Deze laatsten maken ook nog eens de dienst uit hoe de kostwinnaar zijn werk moet doen en wat hij mag declareren.
Sommige bestuurders van die verzekeraars innen jaarlijks een inkomen, waarvoor een hardwerkende dag-en-nacht verpleegkundige 40 jaar moet werken! En nu wordt er gelijk gedacht: Ja maar die bestuurders dragen een grote verantwoordelijkheid! Die zorgverlener niet? Hun werk is vaak een kwestie van leven of dood! Er is alleen één verschil. Doet die zorgverlener zijn werk niet goed, dan komt deze voor een tuchtcommissie of zelfs de rechter. Doet de bestuurder het totaal verkeerd, dan mag deze vertrekken met een riant bedrag en wordt deze ook nog eens elders met open armen ontvangen voor een nog beter betaalde functie.

Bezuiniging
De zorgverlener en de patiënt dienen in dit circus beide één doel: de zorgverlener om zijn taken uit te voeren en dus als kostwinner inkomen voor dat grote gezin te genereren en de patiënt om de kostwinner te betalen. Men is nu zo ver gekomen dat de zorgverlener gezien wordt als een kostenpost, waarop sterk bezuinigd moet worden. De positie van de zorgverlener komt steeds meer in het geding en deze zou men het liefst willen opheffen. Het bekende verhaal van de brugwachter staat mij hierbij voor ogen.

Voor degene, die dit verhaal niet kent, lees dit:
Er werd een brug gebouwd. Eerst was de doorvaart gratis, maar er moest hiervoor betaald gaan worden. Naast de brugwachter kwam er een kassier. En omdat deze mensen ook salaris moesten krijgen werd er een boekhouder aangesteld, die op zijn beurt een typiste nodig had. Dat waren al vier mensen en die vereisten leiding. Dus benoemde men een chef. Inmiddels was er veel telefoonverkeer en post, dus werd er een receptioniste/telefoniste aangenomen. Dit team kon niet zomaar alleen aanmodderen, dus werd het managementteam aangevuld met een extra chef, die direct in verbinding stond met een hoofdambtenaar. Daarop volgde de benoeming van een directeur, die korte tijd later een directiesecretaris nodig had. Toen was alles zo ingewikkeld geworden, dat er een Raad van Bestuur in het leven werd geroepen. De Raad van Bestuur besloot dat er bezuinigd moest worden, waarop de brugwachter werd ontslagen.

Tot slot
Beleidsmakers, bestuurders en politiek denk hier eens over na en gooi het roer om. Zie alles wat met administratie te maken heeft als een verplichte kostenpost. Het gaat uiteindelijk om een patiënt die geholpen moet worden en die hiervoor een rekening moet ontvangen. En zorg daarbij dat die rekening daadwerkelijk de kosten aangeeft van hetgeen er is gebeurd. Zorg daarbij ook dat de patiënt, buiten de aanhef en het onderschrift van de rekening, ook begrijpt wat er tussen die teksten staat beschreven, helder en in begrijpelijke taal. En zorg eens dat dit circus, waarbij zeer veel figuren hun zakken vullen met hetgeen de zorgverlener aan omzet binnenhaalt, eindelijk eens ophoudt.
Ieder initiatief dat getoond wordt om bezuinigingen in te voeren of de declaratiemethodiek transparanter te maken, wordt direct met de grond gelijk gemaakt. Er zijn teveel belangen mee gemoeid.

Denk niet, dat ik tegen geld verdienen ben. Zeker niet. Maar doe dit niet in overdreven mate over de rug van onze medemens, die aangewezen is op ons zorgstelsel, dat nog steeds tot één van de beste ter wereld behoort. Anderzijds staan wij al enkele jaren in de top drie van de wereld voor wat betreft de hoogste kosten in de zorg!

De zorg wordt te duur betaald

De zorgverzekering wordt maar weer eens een stuk duurder. Minimaal 30 euro gaat u per jaar meer betalen voor de basisverzekering in 2018. De reden die de zorgverzekeraars daarvoor geven klinkt bizar: “we hebben een onverwachte tegenvaller van 400 miljoen euro in 2016”.

Om die financiële tegenvaller te kunnen plaatsen, eerst een korte les over de inkomsten van de zorgverzekeraar.
De zorgverzekeraar haalt zijn inkomsten uit de premies van zijn verzekerden, uit het zorgverzekeringsfonds dat is opgebouwd uit de werkgeversbijdragen en de subsidies van de overheid en het rendement uit hun beleggingen.
Na een herberekening krijgen de zorgverzekeraars over 2016 minder inkomsten uit het zorgverzekeringsfonds. Dat is die 400 miljoen die ze verwacht hadden te zullen krijgen als compensatie voor risicogroepen, bijvoorbeeld voor opnamen van chronisch zieken in het ziekenhuis.
Het aantal declaraties voor de risicogroepen was in 2016 minder dan verwacht en er is dus sprake van een overcompensatie. Dat geld moet terug naar de overheid.
Hadden de zorgverzekeraars dat niet kunnen voorzien? Als ze een deugdelijke medische registratie voeren, hebben ze dat zeker gezien. Er is dan geen sprake van een onverwacht ‘financieel gat’, maar gewoonweg sprake van wanbeheer.

In de eerste zin kon u het al lezen, de premie gaat minimaal 30 euro omhoog. Want ook de toename van de zorguitgaven willen de zorgverzekeraars gecompenseerd zien. Het CBS zet ieder jaar de zorguitgaven op een rijtje en dat overzicht vertelt ons het volgende.
“In 2016 is ruim 96 miljard euro uitgegeven aan zorg. Dat is 1,7 miljard euro (1,8 procent) meer dan in 2015. Het grootste deel, bijna 60 miljard euro, is gefinancierd via de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Het was het vierde jaar op rij dat de zorgkosten minder toenamen dan het bruto binnenlands product (BBP).”
Grote veranderingen in de uitgaven aan de aanbieders van zorg zijn er in 2016 niet geweest. Aan ziekenhuizen (inclusief medisch specialisten) is 27 miljard euro uitgegeven, 0,6 miljard (2,5 procent) meer dan in 2015. De uitgaven aan geneesmiddelen via openbare apotheken, drogisten en supermarkten waren 5,6 miljard euro, ruim 3 procent meer dan in 2015. De uitgaven aan langdurige zorg (ouderenzorg en gehandicaptenzorg) zijn licht gestegen, na een daling in 2015. Vooral de betalingen via het persoonsgebonden budget van de Wet langdurige zorg namen fors toe, met 11,5 procent. (CBS op basis van de nieuwste, voorlopige, cijfers over de zorguitgaven over 2016).”

Het nieuwe zorgverzekeringsstelsel is ruim tien jaar geleden ingevoerd met het doel de zorgkosten door marktwerking te beheersen. Beheersen is een containerbegrip: een continue stijging die minder is dan verwacht, is ook beheersen. En die stijging is inderdaad afgevlakt. Maar om dat aan de marktwerking toe te schrijven gaat toch echt een stap te ver.
Wat we als premiebetaler van de zorgverzekeraar mogen verwachten is dat er een einde komt aan de stijging van de zorguitgaven als die een negatief effect, een stijging van de premie hebben. De prijs van de zorg, in verzekeringstermen ‘het product’, is te hoog. Immers productie maal prijs is jaarlijkse premiestijging. Zorgingewijden kunnen u een reeks mogelijke besparingen uiteenzetten. Ik ga er niet te diep op in, maar denk eens aan overmanagement, overburaucratisering, overregistratie.

Een andere bron van inkomsten, is het rendement uit de beleggingen. En daarmee wordt veel gezegd over ons huidig zorgverzekeringsstelsel. U en ik hebben een verplichte schadelastverzekering opgedrongen gekregen. Dat onze zorgverzekering een schadelastverzekering is, wordt onderschreven door de EU. Zo heffen veel landen waar Nederlanders met een verplichte Nederlandse zorgverzekering wonen, een extra belasting, omdat de zorg via een commerciële verzekering wordt gedekt.
De zorgverzekering valt dus onder de regelgeving die voor alle commerciële verzekeringen geldt. Een belangrijk item is de hoogte van het eigen vermogen. Weet u hoeveel procent van uw zorgpremie “op de plank” bij uw verzekeraar ligt? Nee dus, niemand die u dat vertelt. En kent u het rendement van de spaarcentjes bij uw zorgverzekeraar? Nee, ook al onbekend.

Ik ga niet zeggen dat er financieel wanbeheer is, maar een financieel slecht uitgevallen belegging betalen we dubbel en dwars terug in onze premie.