Verhoging Pensioenleeftijd

Momenteel is de verhoging van de pensioenleeftijd weer volop in het nieuws. Afgelopen tijd staakten het havenpersoneel, de politie, de brandweer en de ambulancediensten gedurende 66 uur. Dit getal wordt aangehouden, omdat zij eisen, dat de pernsioenleeftijd wordt bevroren op 66 jaar.

Geschiedenis
Nadat Willem Drees in 1947 een noodwet voor de oudedagsvoorziening door het parlement loodste, werd in 1956 de Algemene Ouderdomswet  (AOW) geregeld en deze trad op 1 januari 1957 in werking. Vanaf die datum had de gehele bevolking ouder dan 65 jaar recht op een staatspensioen. Om dit te bekostigen werd een AOW-premie ingevoerd voor alle werkenden in Nederland. Deze premie werd tegelijk geïnd met de inkomstenbelasting.

Tot 2009 werd de AOW-leeftijd van 65 jaar gehandhaafd, tot toenmalig minister Donner in dat jaar aangaf, dat het kabinet de pensioenleeftijd wilde verhogen naar 67 jaar. Reden hiervoor was de betaalbaarheid door de stijgende levensverwachting, de vergrijzing en de verslechterende overheidsfinanciën door de crisis.
Vanaf 2013 is de AOW-leeftijd jaarlijks geleidelijk verhoogd met één maand. Dit gebeurde op basis van het zogenaamde Lenteakkoord. Zo wil de regering de AOW-leeftijd in 2023 op 67 jaar hebben.

Achtergrond
Gemiddeld heeft iemand zo’n 45 jaar gewerkt alvorens hij of zij met pensioen kan gaan. Er is echter wel een groot verschil in werkjaren tussen verschillende beroepen. Of je al die jaren een baan hebt gehad, waarin je van ‘s-ochtends vroeg tot ‘s-avonds laat in weer in wind veel fysieke kracht heb moeten leveren, in de bouw of haven heeft moeten sjouwen, een dag- en nachtbaan in de zorg hebt gehad, waar veel fysieke kracht aan te pas kwam óf je een functie had, waar je warm binnen kunt zitten en vaak je eigen tijd kunt indelen.

Persoonlijk
Zelf heb ik tot nog toe 53 jaar gewerkt. Ik heb in de eerste jaren ook in de winter buiten betonijzer staan vlechten en lopen sjouwen. Dit is niet jaren vol te houden, zeker niet tot je 67ste jaar! Daarnaast ken ik alle fasciliteiten die verbonden zijn aan een niet-fysieke baan. Ondanks de stress, die dit opleverde, de veertien jaar avondstudie en ruim 40 jaar geen vakantie heb gehad, is werken nog jaren vol te houden. Ik hoop dan ook tot mijn tachtigste verjaardag mijn loopbaan, na 62 jaar werken, af te sluiten! Zeker, omdat dit weinig fysieke kracht vergt. Waarom vertel ik dit? Omdat ik uit ervaring en van mensen om mij heen weet, hoe veel lichamelijke arbeid je lichaam uitput.

Voorstel
Je kunt niet vaststellen, dat het pensioen wordt vastgesteld op een bepaalde leeftijd. Daarvoor is er teveel verschil in arbeid, die je hebt verricht. Je kunt niet verlangen, dat iemand zijn leven lang, gekromd op zijn knieën, bestrating aan het leggen is of loopt te buffelen in de bouw, dezelfde tijd moet doorwerken als iemand met een niet-fysieke baan binnen. Dit is een zeer oneerlijke aanpak! De beleidsvoerders, die dit niet begrijpen of dit naast zich neer leggen, zou ik aanraden om slechts een week in één van de fysieke banen mee te draaien. Ik kan verzekeren, dat ze heel anders gaan denken. De regering, die de hoogte van de pensioenleeftijd bepaalt, kan zich niet voorstellen wat lichamelijke arbeid is, naast alle faciliteiten te hebben en de helft van de jaarlijkse werktijd reces!

Mijn voorstel is dan ook: stel de AOW-leeftijd vast, na een periode te hebben gewerkt, zoals bij een loopbaan van veertig jaar. De mensen met een zware fysieke baan kunnen dan rond hun zestigste verjaardag nog enigszins van hun pensioen genieten, hoewel velen lichamelijke klachten, zoals de rug, knieën en heupen hebben.
Mensen met een niet-fysieke baan gaan later met pensioen. Vind je het nodig om tot je dertigste te studeren, dan ga je met 70 jaar met pensioen.

Please follow and like us:
error