Vertrouwen versus wantrouwen

Veel organisaties binnen de ‘nieuwe’ zorg houden zich enkel bezig met kerntaken. Zo werkt men nagenoeg zonder managers en laat men de taken over aan de zorgverleners. Dit schept een band van vertrouwen. Een mooi voorbeeld in deze is de opzet van Buurtzorg door Jos de Blok. Op 8 oktober 2014 is er over dit bedrijf een stukje verschenen van Haico Meijerink met als titel: ‘Buurtzorg: Wij doen niet aan strategische flauwekul’. Dit is waar het vaak om draait!

Het is een mooi verhaal. Jammer dat de schrijver de conclusie weglaat. Ik zou als conclusie willen toevoegen:

  • Vertrouwen ipv wantrouwen.
    De Nederlandse zorg is gebaseerd op wantrouwen. Kijk maar naar de registratielijstjes, scorelijstjes, controles door VWS, IGZ, NZa, Zorgverzekeraars etc. Dat kost een kapitaal dat je niet aan vertrouwde zorg kan besteden.
    Vraag je altijd af: wat heeft de patiënt eraan?
  • Nederigheid (dienstbaarheid) in plaats van hoogmoed.
    Geen paleizen van ziekenhuizen, verzekeringskantoren en noem maar op, maar functionaliteit in dienst van de zorg die je levert. Een vide in een ziekenhuis van vele honderden m2 is misschien wel heel erg mooi, maar of het bijdraagt aan de functie van een ziekenhuis? Waarom een paleis als je ernaar streeft de behandeltijd van de patiënt zo kort mogelijk te houden/maken?
    Vraag je hier ook altijd af: wat heeft de patiënt eraan?
  • De kracht van de organisatie zit ‘m in je professionals.
    Een manager is niet alleen een vaag begrip, in de zorg is het absoluut geen professie. Ze gedijen trouwens het beste in een klimaat van wantrouwen, omdat dat veel administratie en geregel betekent. Zo min mogelijk van die regelaars dus. Menselijke leidinggevenden die de professie kennen, zijn waardevol.
    Ook hier de vraag, wat heeft de patiënt eraan? (niets aan managers dus……….)

Als je over een zorgorganisatie nieuwe stijl denkt, zou ik die conclusies meenemen en me altijd bij ieder idee “out of the box” de vraag stellen : Wat heeft de patiënt eraan? Kom je vanzelf voor je antwoord bij je gesprekspartners, de patiëntverenigingen uit.

Echt iets om over na te denken!